Een droom. Een droom die uitkomt. Niet normaal. Vliegende start. Briljant.

Droomstart. Als een pletwals. Vernedering. Legendarisch. Het is onvoorstelbaar. ‘War das der neue Weltmeister?’ Euforisch. Wereldklasse. Historisch. Weggevaagd. Stijgt boven zichzelf uit. Genieten. De straat op. een lesje in effectiviteit. Volkomen verdiend.

Medium sportzomer post

Vertrouwen. Grote glimlach. Van de mat gespeeld. Ongeloof. Supersensatie. Meesterplan. Hallelujah. Fantastische aanname. Zweefkopbal. Onverzettelijk. Cruciale redding. Blijft koel. Altijd nuchter. Grote ogen. Laat zich niet provoceren. Terecht afgekeurd.

Sprint Ramos eruit. Snoeihard.

Het mooiste genieten is nagenieten. Dat het de volgende dag nog steeds zo is. Dat het echt waar is.

Ook de mannen die ik zaterdagochtend zie lopen lijken zichzelf steeds in de arm te knijpen, bang dat ze het aan het dromen zijn. Ze zijn al de hele nacht aan het dromen, zo te zien, en ze omhelzen elkaar en omhelzen elkaar en juichen en zingen en roepen olé.

Memorabel. Lyrisch monsterzege. Verplettert. Vertrouwen. Vallen elkaar in de armen. Juichen.

Op televisie zong Frans Bauer over een skippybal, bij RTL4, waar ze veel blijer waren dan bij de NOS, waar Milow een nogal treurig liedje had voor een nogal blije gebeurtenis. Bij de commerciëlen waren ze gewoon dronken en uitbundig en mocht Frans Bauer zingen over een skippybal. Nagenieten.

De mannen wisselen high fives uit. Ze zijn schor van opgetogenheid. Eentje doet een zweefkopbal na en de anderen lachen om zijn schaafwonden.

Ik wil skippen op mijn skippybal. Skip skip skip skippen met mijn skippybal. Ik wil skippen tot ik val. Ik wil skippen met mijn skippybal.

Onverzettelijk. Trots op deze jongens. Wat gebeurt hier? Jongensboek. Als een sneltrein.

De tweede helft in als winnaars en niet als losers. Dat zie je aan de blik in de ogen. Onmogelijke hoek. Onmogelijke touch. Onmogelijke afstand. Onmogelijke boog. Onmogelijke timing. Ongelooflijk gevoel.

De mannen doen een bescheiden polonaise, ietwat onvast en slingerend. Ze zouden een skippybal moeten hebben. Skippen op hun skippybal.

Weten dat je gaat winnen. Te kijk gezet. Messcherpe counters. Oorvijg van jewelste. Swingend. Slacht de wereldkampioen. Bijna onvoorstelbare zege. Juweeltje. Trauma vergeten. Gouden driehoek. Meteen gevaarlijk. Zaten er overall goed op. Heel fit allemaal, veel fitter dan de tegenstander. Keihard gewerkt. Plukken de vruchten.

De ene nog mooier dan de andere. Bleven op een geweldige manier overeind. Een droom. Vreugde op de bank. Op het veld hebben we elkaar gefeliciteerd. Dat is eigenlijk het mooiste moment na zo’n overwinning.

De mannen doen iets onduidelijks. Ze staan stil op een hoek. Gaan ze oversteken? Het licht is rood. Ze wachten.

Het licht wordt groen. Maar ze steken niet over. Ze roepen nog een keer olé. Dan gaan ze naast elkaar staan, met de armen op elkaars schouders, alsof ze voor de wedstrijd het volkslied gaan meezingen. Ze lijken allemaal heel diep adem te halen.

Overklast. Zeker in de tweede helft. Een droom. Een droom die uitkomt. Niet normaal. Vliegende start. Briljant.

Maar we hebben nog niets.

De mannen laten elkaar los. Het licht springt op oranje. Dan knielen ze, als voor een altaar, buigen voorover, kussen bijna de grond en zeggen olé. Olé. Tegen het verkeerslicht.

Dan springt het weer op rood.