Naar een harmonieuze samenleving

Een droom van dominees

Tijdens de presentatie van het WRR-rapport Identificatie met Nederland deze week op het Binnenhof werd de gemeenschap opgeroepen het wij-zij-denken te doorbreken. Maar wie zijn wij?

‘Wij kiezen niet meer voor het begrip identiteit – dat is statisch en heeft het risico op uitsluiting en op terugtrekgedrag – maar voor het begrip identificatie. Deze meervoudige, relationele benadering is dynamisch en zet het venster open naar de toekomst voor al die migranten die zich nu moeten aanpassen aan “het” Nederlanderschap.’

Aldus prof. dr. Meurs in haar toelichting op het wrr-rapport Identificatie met Nederland tijdens de officiële presentatie deze week in de Oude Zaal van de Tweede Kamer tegenover een publiek van vertegenwoordigers uit de politieke en wetenschappelijke wereld. Meurs is initiatiefnemer van het onderzoek, dat dient als een ongevraagd advies aan de regering. Ze is zichtbaar trots op haar betoog dat ‘identiteit niet een kwestie is van kiezen maar van delen’. Eigenlijk vindt ze dialoog een verwarrend begrip, want dat veronderstelt twee polen – autochtonen versus allochtonen – die met elkaar in gesprek moeten raken. Meurs: ‘We moeten het wij-zij-denken doorbreken.’

Ze ontvangt een gul applaus, net als justitieminister Hirsch Ballin, die het rapport namens de regering als eerste in ontvangst neemt. Hij betitelt het onderzoek als: ‘Niet soft, niet laf, maar moedig.’ In één adem vervolgt hij: ‘Dit werk is fantastisch! Het rapport getuigt van een vooruitstrevende blik!’ Bij die woorden knikken de wrr-onderzoekers op de eerste rij instemmend mee.

Als een bezweringsformule spreken ze allemaal over ‘verdiepen in elkaar’, ‘de zoektocht naar overeenkomsten’, ‘binding’, ‘niet uitsluiten’, ‘niet discrimineren’ maar ‘bruggen bouwen’.

Dé Nederlander bestaat niet, stelt ook prinses Máxima, charmant, op lichtvoetige toon, in prachtig smetteloos Nederlands. En met een knipoog zegt ze: ‘Nederland is geen Artis met verschillende soorten. Om identiteit kun je geen hekken plaatsen.’

Op zich is dit een welkom geluid. Het rapport, dat stelt ‘te willen bijdragen aan het proces van re-imagination van de nationale gemeenschap’, is als een dikke dijk tegen de doemdenkers in het kille Nederlandse klimaat. Binnen het debat over de multiculturele samenleving van de laatste jaren zijn de problemen met allochtonen (lees: moslims) na jaren van ontkenning vaak te veel benadrukt.

Maar toch bekruipt je tijdens deze presentatie het gevoel terecht te zijn gekomen in een kerkdienst met een dreunende preek voor eigen parochie. Problemen met de grote toestroom van migranten in de afgelopen decennia? Die bestaan niet. En wie zijn toch ‘wij’ en ‘zij’? Zijn die ‘wij’ de autochtonen die het maar niet willen snappen en zich defensief opstellen tegen nieuwkomers? Tegelijk stellen de wrr-onderzoekers zich op als ‘wij’ wanneer ze aanbevelingen doen. De wrr stelt aan de orde wat ‘ons volk’ eigenlijk is en hoe ‘we’ die dynamische identiteit moeten gaan invullen. Het is hun ‘wij’ tegenover de rest.

De onderzoekers constateren dat het niet alleen aanpassen aan maar ook aanpassen van de norm is. Ze geven aan hoe dit ‘proces’ bijvoorbeeld kan uitpakken. Als sommige moslims streven naar een theocratisch regime en dat langs democratische weg willen bereiken – net zoals de parlementair vertegenwoordigde sgp – dan is dat een streven dat weinig Nederlanders zullen onderschrijven maar dat wel binnen de wettelijke kaders past. Bedoelt Hirsch Ballin dit misschien als hij spreekt over een moedig rapport met een vooruitziende blik? Maar is het dan niet óók moedig om een dam tegen de sharia-wens te willen opwerpen? Daarover helemaal niks vermelden, blaast alle wind in de zeilen van Geert Wilders.

Over de botsing van normen nemen de onderzoekers een positie in die getuigt van een wij-zij-blik. De verdedigers van het vrije woord zijn volgens hen in veel gevallen mensen ‘die professioneel met de media weten om te gaan’, terwijl ‘het aantal woordvoerders van de islam, en zeker voor de meer fundamentalistische islam relatief klein is’. Voor extreme uitspraken van moslims gelden ook nog eens verzachtende omstandigheden. Uitlatingen van imam El Moumni over homoseksuelen in de media zijn bijvoorbeeld ‘even extreem als dat ze onbeholpen zijn’. Dat ze vinden dat deze allochtoon onbeholpen acteert is niet alleen beledigend, ook wordt de leefwereld waar hij voor staat namens zijn peer group niet serieus genomen.

Het rapport is door critici, heel voorspelbaar, afgewezen als ‘een werkstuk van rode rakkers’, van ‘wetenschappers in een ivoren toren’ of als ‘een cultuurrelativistisch product’. Deels is dit een terechte beoordeling, maar dat houdt niet per se een veroordeling in. Het is juist de functie van wetenschap waardevrij, met afstandelijke, kritische blik en zonder modieuze emoties onderzoek te doen naar maatschappelijke fenomenen.

Maar de vraag is wel: hoe waardevrij en onbevangen is dat in dit geval gedaan? Het rapport wordt weliswaar academisch aangepakt, gezien de enorme literatuurlijst, maar de intentie is politiek zeker niet neutraal. Er zit ontegenzeglijk een cultuurrelativistisch betoog onder. De boodschap is immers: er bestaat geen eenduidige, statische, nationale identiteit. Is dat erg? Nee. Want wie wil dit niet graag nastreven: een harmonieuze samensmelting van nationaliteiten met behoud van verschillende loyaliteiten – zonder die te hoeven verbinden aan één enkel paspoort – en verschillende, soms botsende normen en waarden tot één gemeenschap van wereldburgers? Maar ook ja, het is wél erg, want dit is een droom. Een heel mooie weliswaar, maar ook een droom van dominees die zo ontzettend graag willen dat we er allemaal in geloven, ongeacht de realiteit.

Na afloop van de presentatie trok het gezelschap tevreden in het kielzog van de stralende blonde prinses naar de rookzaal. Na de preek op het Binnenhof was het tijd voor een Hollandse borrel.