Soms probeerden wij, in onze geldnood, hem een verzonnen droom in de maag te splitsen. Daar trapte hij niet in, dan joeg hij ons met een hagel van scheldwoorden het koffiehuis uit.
Zelf werd ik al snel een professional. Vlak voor het slapen gaan verorberde ik een ongepelde ui met en glas karnemelk. Dat was gegarandeerd goed voor drie prozaische dromen, die ik al kotsende onmogelijk kon vergeten. Uitgeput sleepte ik mij bij het krieken van de dag in de richting van mijn weldoener, die mij prees om mijn produktiviteit, zich ondertussen zorgen makend over mijn gezondheid.
Op 1 januari laatstleden moest ik hieraan terugdenken. Ik stond op met een spijker benevens een droom in mijn hoofd. Een niet nader te lokaliseren plein. Vier keer de omvang van de Dam. Twee keer de omvang van de oude, vertrouwde Vaclavske Namesti. Het plein was afgeladen met mensen. Aan de zuidzijde stond een spreekgestoelte. Moeizaam baande ik mij een weg door de menigte. Ik werd achtereenvolgens aangehouden door Julius Caesar, Atilla de Hun, Jeanne d'Arc, Paus PiusXII en ex-koningin Juliana. Uit hun gedrag begeep ik pas dat die hele samenscholing voor mij op de been was gekomen. Ik beklom het katheder. Op slag kon je een speld horen vallen. Dat deed ik dan ook prompt. Een daverend applaus! Zo daverend, dat ik wakker schrok, blij dat ik ook in 1995 uitsluitend een richting aan mijn eigen leven hoefde te geven.