Een dubbelhartige overwinning

De olifant bleek een mug. Heel soepeltjes is Frankrijk vorige week akkoord gegaan met de wijziging van de verklaring over een Europees drugsbeleid. Zweden mocht al een strenger beleid voeren, Nederland mag nu ook een milder beleid voeren.

De ministers van de andere veertien landen luisterden met grote scepsis naar minister Sorgdrager en ondanks Nederlands verzet bleef de bepaling gehandhaafd dat ieder jaar moet worden gerapporteerd. Met andere woorden: ieder jaar kan Nederland weer onder vuur komen te liggen.
Ons drugsbeleid is geen gevolg van een weloverwogen beslissing, we hebben ons laten overweldigen door handige zakenlieden, dikwijls hele tot halve criminelen die er brood in zagen, en rekenden op ons spreekwoordelijke gedoogbeleid. Anders had Nederland wel gekozen voor de veel betere oplossing van Sleeswijk-Holstein: verkoop in apotheken.
Maar het is niet alleen het bestaan van coffeeshops dat het buitenland wantrouwig maakt. Wij hebben jarenlang het gebruik van XTC getolereerd. Wij stuurden zelfs hulpverleners naar houseparty’s om de ergste gevallen bij te staan. Het gevolg is dat Nederland inzake de XTC-produktie tot het Columbia van Europa is uitgegroeid. Wij hadden onze positie dan ook aanzienlijk versterkt als wij er openlijk voor waren uitgekomen dat Nederland voorstander is van legalisatie van softdrugs, als eerste stap naar de legalisatie van harddrugs, maar dat wij daar niet toe overgaan zolang internationale verdragen dit verbieden. Dat had in ieder geval de indruk van hypocrisie weggenomen. Ook hebben wij nagelaten een bescheiden stap te zetten door het aantal coffeeshops te verminderen, wat ook in het belang van Nederlanders - met name in de grote steden - was geweest. Pas twee weken geleden dienden de ministers Sorgdrager en Dijkstal een wetsontwerp in dat de gemeenten grotere bevoegdheden geeft om tot sluiting van drugspanden over te gaan, een wetsontwerp dat vorige week door de Tweede Kamer met bewonderenswaardige snelheid is goedgekeurd.
En wat hebben we gedaan om de verkoop van softdrugs aan buitenlanders tegen te gaan? Frankrijk, Zweden et cetera zijn niet bezorgd over ons drugsbeleid omdat dit desastreus voor de Nederlandse samenleving zou zijn, zij zijn uitsluitend geïnteresseerd omdat hun onderdanen naar Nederland reizen om daar drugs te kopen. Als wij erin zouden slagen de verkoop aan banden te leggen, zouden wij niet alleen de overlast beperken, wij zouden bovendien minder op de vingers worden gekeken als wij verder experimenteren of oplossingen proberen te zoeken zoals in Bussum en Delfzijl.
Prof. Rüter heeft de stelling verdedigd dat het wel degelijk mogelijk is de verkoop aan buitenlanders te verbieden omdat het Schengenverdrag zegt dat een land dat de verkoop van drugs niet vervolgt, verplicht is de uitvoer naar andere Schengenlanden te voorkomen. Waarom heeft het ministerie van Justitie niet geprobeerd het Europese Hof van Justitie een uitspraak te ontlokken of we de verkoop aan buitenlanders mogen verbieden?
Het is natuurlijk leuk om gelijk te hebben - minder drugsdoden, minder drugsverslaafden - maar het is leuker om gelijk te krijgen.