Shimon Peres (1923 -2016)

Een duif met havikenbloed

Hij leek een schriele duif naast havik Rabin. Maar Peres is steviger dan hij lijkt, en heeft meer havikenbloed dan Israel zich herinnert. Hij kan zelfs de vader van de Israelische atoombom worden genoemd.

Medium klanp 47723651

MIDDEN JAREN zeventig stond Peres in Israel bekend als de havik en was Rabin de duif. Dat was na 1974, toen Rabin voor het eerst minister-president was en zijn politieke concurrent Peres tot minister van Defensie had benoemd. Peres wilde dat er na de bijna-verloren Jom Kippoer-oorlog meer geld naar het leger ging en vond dat hij van Rabin niet genoeg ruimte kreeg. In zijn nogal bitter getoonzette memoires uit 1979 verwijt Rabin Peres dat die door dat conflict in de openbaarheid te brengen zijn gezag had ondermijnd. Maar in zijn eigen memoires (Battling for Peace, 1995) haalt Peres daar de schouders over op: elke minister van Defensie vraagt om meer geld, dat is niet meer dan natuurlijk, er is geen sprake van dat hij daarmee zijn politiek leider onderuit probeerde te halen.

NU SHIMON PERES onder de meest dramatische omstandigheden Rabin is opgevolgd als politiek leider van Israel, is de vraag of hij altijd een duif is geweest minder van belang dan de vraag of hij door de Israeli’s zo wordt gezien. Rabin had het image van de soldaat die vanuit kracht vrede kon sluiten. Daartegenover was Peres de sympathieke maar onbetrouwbare filosoof. Peres heeft in z'n lange carriere tot nu toe maar twee jaar lang, van 1984 tot 1986, als premier kunnen laten zien wat hij waard is. Maar dat was niet weinig. De nieuwe premier van Israel zit steviger in elkaar dan zijn image doet vermoeden.

PERES WERD IN 1923 als Sjimon Persky geboren in de sjtetl Visjneva, in Wit-Rusland. Toen hij tien was, verhuisde de familie naar Israel. Daar kon hij met een beurs studeren - landbouw, net als Rabin - maar hij had ook tijd de Russische klassieken te lezen en te debatteren over de vraag wie er gelijk had gehad vanuit socialistisch standpunt: de intellectueel Trotski of de man van de daad Lenin. Zijn leermeester Berl Katznelson bracht hem een kritische houding bij tegenover de communistische revolutie en de marxistische dialectiek. Peres werd lid van de ‘constructief-socialistische’ Mapai-partij en hielp een kibboets stichten in de Jordaanvallei. Tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog in 1948 moest hij wel dienst nemen in het leger, maar hij wenste geen militaire carriere. Hij was toen al belast met de delicate taak van wapenaankopen voor de Hagana, het ondergrondse joodse leger. Na de oorlog benoemde eerste minister Ben Goerion hem tot hoofd van een missie om in Amerika wapens te kopen. Hij slaagde er tussen de bedrijven door in aan drie Amerikaanse universiteiten, waaronder Harvard, te studeren.
Peres vindt zelf dat zijn verdiensten voor het Israelische leger niet onderdoen voor die van hoge officieren. In 1952 werd hij directeur-generaal van het ministerie van Defensie. Zeven jaar lang was hij verantwoordelijk voor de opbouw van de Israelische wapenindustrie en het nucleaire onderzoek dat Israel de atoombom bezorgde. Hij wist goede relaties met Frankrijk - dat Israels belangrijkste wapenleverancier werd - te leggen en onderhandelde in het geheim met West-Duitsland, waar Israel nog geen diplomatieke betrekkingen mee onderhield. In 1959 benoemde Ben Goerion hem tot onderminister van Defensie. Onder Golda Meir, die hem nogal wantrouwde, vervulde hij diverse andere ministersposten.
Het debacle van de Jom Kippoer-oorlog dwong Golda Meir tot aftreden. Daarop begon de twintig jaar durende strijd tussen Peres en Rabin om de leiding van de Arbeiderspartij. Rabin, oorlogsheld uit 1967 en niet medeverantwoordelijk voor het debacle van 1973 omdat hij toen in de Verenigde Staten zat als ambassadeur, won de eerste ronde en werd premier. Hij benoemde Peres tot minister van Defensie. Maar de rivaliteit bleef. Toen Peres zich in 1977 toch weer tegenkandidaat stelde, beschouwde Rabin dat als een aanval in de rug. Weliswaar overwon Rabin Peres ook toen en won hij tevens de verkiezingen, maar nog datzelfde jaar moest hij aftreden als partijleider en eerste minister vanwege een dollarrekening die hij en zijn vrouw nog in de Verenigde Staten hadden. In zijn in 1979 verschenen memoires haalt Rabin herhaaldelijk scherp uit naar Peres. Die zou naar de pers hebben gelekt. Bewijzen daarvoor zijn er niet, maar Rabin vond het verdacht dat Peres weigerde een test met de leugendetector te ondergaan.

PERES WAS NA Rabins aftreden vijftien jaar lang leider van de Arbeiderspartij, maar hij wist in die periode geen enkele klinkende verkiezingsoverwinning voor zijn partij te behalen. De rechtse Likoedpartij van Begin nam de regering over. Peres reisde als oppositieleider de wereld rond. Vanzelfsprekend steunde hij de Camp David-akkoorden met Egypte, maar volgens zijn autobiografie was hij minder enthousiast over de oorlog in Libanon die in 1982 begon.
In 1984 won de Arbeiderspartij de verkiezingen, maar niet zodanig dat ze een regering kon vormen. Het gevolg was een regering van Nationale Eenheid met Likoed, waarin eerst Peres twee jaar premier zou zijn en dan Likoedleider Shamir. Peres maakte zijn premierschap, van 1984 tot 1986, tot een enorm succes. Hij haalde het Israelische leger terug uit de Libanese woestijn en pakte tegelijk de enorme inflatie aan met het Economisch Stabilisatie Plan. De inflatie zakte in een klap van 28 procent tot 2,5 procent per maand.
Peres’ populariteit was nu zo groot dat hij gemakkelijk de afspraak met Shamir had kunnen verbreken en verkiezingen uitschrijven. Dat deed hij niet, naar eigen zeggen 'omdat je je nu eenmaal aan je afspraken moet houden’. Shamir werd dus op zijn beurt premier en Peres minister van Buitenlandse Zaken. In die periode was hij vooral actief om 'de Jordaanse optie’ te realiseren: een verdeling van de Bezette Gebieden tussen Israel en Jordanie, waar de Palestijnen niet aan te pas kwamen. Bijna kwam het zover. Op 11 april 1987 ontmoette Peres koning Hoessein van Jordanie in het huis van een gemeenschappelijke vriend in Londen. Na het eten en nadat ze samen geholpen hadden bij de afwas begon het serieuze gesprek, dat uitliep op twee documenten die onder de vlag van de Verenigde staten zouden worden gepresenteerd. Helaas wilde Shamir niet meewerken en dus werd het Midden-Oosten in Peres’ woorden 'weer ondergedompeld in een lange periode van wanhoop en frustratie’.
In een interview met G. Philip Mok in Elsevier laat Peres zich in 1988 overigens zeer krachtig uit over het recht van joden zich op de Westelijke Jordaanoever te vestigen. De joden die daar in nederzettingen wonen 'bouwen vooruit op de vrede; wie weigert te aanvaarden dat daar joden wonen, discrimineert’. Dergelijke uitspraken komen ook voor in een interview dat Elseviers Magazine in 1976 met hem had. En mij viel tijdens een ontmoeting met Peres eveneens op hoe krachtig hij, met al z'n erudiete filosofie, de Israelische soevereiniteit over Jeruzalem kon verdedigen.

IN 1992 VOND de volgende ronde plaats in de strijd tussen Peres en Rabin om de leiding van de Arbeiderspartij. Dit keer won Rabin weer. Peres legde zich erbij neer dat hij nummer twee was geworden, zette alle persoonlijke wrok opzij en wijdde zich geheel aan de zaak van de vrede. Als het vredesproces op gang kwam, was hij bereid alle beledigingen en hoon te slikken; maar als het niets werd met de vrede zou hij niet aarzelen 'het vaandel van de opstand omhoog te steken’, schrijft hij in 1995.
Peres slaagde er inderdaad in het vredesproces, dat onder de voorgaande Likoed-regering volkomen was vastgelopen, vlot te trekken. Hij moest daarvoor zijn 'Jordaanse optie’ vergeten en een 'Palestijnse optie’ ontwikkelen. In augustus 1992 kon hij Rabin er nog niet toe overhalen onderhandelingen aan te knopen met Arafat en de PLO. Maar begin 1993 kon hij gebruik maken van de gesprekken die twee academici met vertegenwoordigers van de PLO in Oslo hadden gevoerd. Het idee van 'Gaza eerst’ en daarna 'Gaza en Jericho eerst’ was geboren en werd door de PLO aanvaard. Op 14 mei werd Rabin door Peres ingelicht. Rabin geloofde niet in Oslo. Hij besprak het niet met zijn medewerkers omdat hij betwijfelde of er iets uit zou komen, en hij verbood Peres zelfs naar Oslo te gaan. Na een acht uur durend telefoongesprek van Peres met Arafat kon echter op 13 september 1993 de eerste overeenkomst in Washington worden getekend, en in 1994 kregen Peres, Rabin en Arafat de Nobelprijs voor de vrede. Bij die gelegenheid zei Peres: 'Eens voerden we oorlog omdat er geen andere keuze was. Nu is er voor ons allemaal geen andere keuze dan vrede.’

HET IS DUBBEL ironisch dat Rabin is vermoord vanwege een vrede waar hij aanvankelijk niet in geloofde, en dat Peres hem nu opvolgt om het proces te voltooien dat hij zelf is begonnen. Ik denk dat Peres het vertrouwen, dat Rabin hem pas op het allerlaatst heeft willen schenken, meer dan waard zal blijken. Als terroristen van beide zijden hem de gelegenheid gunnen, kan hij zich eindelijk de staatsman tonen die hij altijd al is geweest.

Beeld: REUTERS/Jean-Marc Loos/File Photo