Wij en ik van Saskia de Coster

Een dwerggeit die Joke heet

‘Niemand komt zomaar op de berg.’ Zo begint Wij en ik, de nieuwe, grote roman van Saskia de Coster. Het slaat op de hooggelegen woonplaats van het gezin Vandersande, dat een villa betrekt in een paradijselijk Vlaamse buurt waar mannen drukbezette topmensen zijn en vrouwen begenadigde homemakers. Maar de beginzin refereert ook onheilspellend aan de destructieve obsessie met opwaartse mobiliteit die deze familie drijft.

Saskia de Coster, Wij en ik, € 19,95
e-book, € 11,99

Medium cover.php

Stefaan Vandersande is een goedzak die zich uit de boerenklei omhoog werkt tot directeur van een farmaceutisch bedrijf; vrouw Mieke is een neurotische afstammeling van een welgestelde notaris die haar dagen vult met het kammen van haar tapijten. Wat hen vooral lijkt te binden is de ijver waarmee ze façades fabriceren van geld en goed fatsoen. Onder meer omdat mensen zonder kinderen ‘triestige mensen’ zijn, besluit het stel een kind te nemen. In 1980 wordt Sarah geboren.

Wat volgt is de geschiedenis, verteld vanuit wisselende perspectieven, van de val van deze hoogvliegers. Stefaan werkt zich te pletter en verliest in zijn malle plichtsbesef gaandeweg het contact met zijn vrouw en kind. Mieke probeert krampachtig controle te houden over alles, van de slijtende vezels van haar tapijt tot elk hapje dat haar dochter in de mond stopt. Sarah zelf pubert zich door de grungy jaren negentig heen, anarchistisch, anorectisch en met een hardnekkige afkeer van haar goedbedoelende maar verstikkende ouders.

Voor De Coster, die faam verwierf als auteur van prachtig geschreven maar behoorlijk experimentele en soms onnavolgbare romans, is deze opzet traditioneel. Wij en ik is een tolstojaanse ongelukkige familieroman die qua structuur en thematiek inderdaad – de achterflap pronkt er al mee – doet denken aan de laatste twee van Jonathan Franzen. (Al spreekt het boek meer expliciet tot Grunbergs Tirza, vooral in de relatie tussen overachiever Stefaan en zijn magere dochter.)

Maar het realisme van De Coster verhoudt zich een beetje tot dat van Franzen zoals de films van Wes Anderson (The Royal Tenenbaums) zich verhouden tot die van Sam Mendes (American Beauty). Haar beeldende stijl is strakker gestileerd, minder naturalistisch breedsprakig en gekker. Vooral in het begin van het boek, als de oude moeder van Stefaan wordt geïntroduceerd, schetst De Coster de contouren van haar verhaal sprookjesachtig en geestig. ‘Moemoe’ is een zuur oud besje dat ‘loopt als een aangeschoten gans’, haar neus snuit in ‘een krokante zakdoek’ en een bejaarde dwerggeit hoedt die Joke heet.

Even theatraal en karakteristiek zijn de kringen waarin de tiener Sarah komt te verkeren. In een vervallen kasteel wonen haar vrienden, de jonge nabestaanden van een graaf: zonnebril dragende popgroupies die pool parties geven waarop gothics verschijnen en doorgeschoven producers. Het is allemaal even kleurrijk, even fantasievol beschreven. De Coster ironiseert knap genoeg ook bijna nergens het drama weg.

Eigenlijk is Wij en ik juist daar waar het aan Franzen doet denken het minst sterk. Het is een criticusvriendelijk (ongetwijfeld ook juryvriendelijk) boek waarin de maatschappij­kritiek zich (zoals bij Grunberg) makkelijk laat lezen. Soms wat te keurig. We zien dat Stefaans deprimerende bewijsdrang, Mieke’s neuroses, Sarah’s eetprobleem ‘ziektes van hun tijd’ zijn. Dat hoeft niet zo nodig nog weer eens expliciet in de context van de kwaadaardige farmaceutische industrie geplaatst. De banaliteit van zo’n analyse erkent De Coster overigens: ze laat haar huisvrouwpersonages vrijblijvend keuvelen in termen van tijdgeest en welvaartsziekten.

De bekende, wat versleten thematiek maakt Wij en ik niet minder meeslepend. Tapijten slijten immers, de patronen blijven aanwezig; de mysterieuze, engelachtige ‘wij’ die zo nu en dan opduikt in het verder bijna helemaal in derde persoon vertelde verhaal – een overgebleven experimenteel element – lijkt een gerelateerde maar minder doorzichtige boodschap mee te dragen. Daarbij is de taal van De Coster, de wereld die ze oproept totaal origineel, hard maar ook liefdevol, om je vol overgave in onder te dompelen.

Saskia de Coster

Wij en ik

Prometheus, 395 blz., € 19,95