Een echte egel

SIR ISAIAH BERLIN (1909-1997) was een bofkont. Als enig kind van rijke en zeer liefhebbende ouders werd hij gekoesterd en vertroeteld. Tijdens de Russische Revolutie werd de joodse familie Berlin, die op dat moment in Petrograd woonde, geen haar gekrenkt. Niettemin werd het bolsjewistische regime door de Berlins als zeer benauwend ervaren, zodat ze naar Engeland emigreerden. Vader Berlin was daar als houthandelaar zeer succesvol, waardoor de uiterst intelligente Isaiah naar een dure public school kon en later naar Oxford. Daar werd hij na zijn studie filosofie als prize fellow opgenomen in All Souls College, het academische walhalla.

Na het uitbreken van de oorlog ging Isaiah Berlin op eigen initiatief naar de Verenigde Staten, waar hij al spoedig voor het Britse ministerie van Informatie een wekelijks overzicht van de Amerikaanse publieke opinie opstelde. Deze rapporten werden zo gewaardeerd dat Berlin werd toegevoegd aan de Britse ambassade. Bovendien trokken ze de aandacht van Churchill, die liet informeren wie die briljante overzichten schreef. Na de oorlog werkte Berlin nog enige tijd op de ambassade in Moskou. Hierdoor was hij als enige buitenlander in die jaren in de gelegenheid met Boris Pasternak en Anna Achmatova te spreken. Met Achmatova bracht hij een keer een hele nacht pratend door, waarna zij hem vereeuwigde in de erotisch geladen gedichtencyclus Cinque. Het diplomatenvak hield Berlin korte tijd later voor gezien. Terug op de universiteit ontwikkelde hij zich tot ideeënhistoricus, een vak dat niemand anders in Oxford beoefende. Als auteur van een reeks zeer invloedrijke essays en nog meer als zeer succesvol radiospreker werd hij een Bekende Engelsman. In seksueel opzicht was hij een laatbloeier, maar uiteindelijk sloeg hij toch een rijke vrouw aan de haak, met kinderen die al wat ouder waren zodat zijn nachtrust gegarandeerd was. OP GROND VAN zijn talrijke essays en lezingen wordt Berlin tegenwoordig gezien als een van de belangrijkste liberale denkers van deze eeuw. Beroemd werd hij vooral door zijn oratie Two Concepts of Liberty, waarin hij een onderscheid maakte tussen een ‘positieve’ en 'negatieve’ opvatting van het begrip 'vrijheid’. Berlin pleitte voor een negatieve invulling van het begrip en wees omstandig op de gevaren die kleefden aan pogingen om vrijheid te definiëren als iets wat meer is dan het ontbreken van dwang. Voorstanders van positieve vrijheid zijn namelijk van mening dat mensen pas vrij zijn als ze een 'zinvol’ leven leiden en zich ten volle kunnen ontplooien. Een op het eerste gezicht nobele, maar in essentie totalitaire visie, waarvan de twintigste eeuw enkele noodlottige gevolgen heeft laten zien. Berlins bezwaren tegen het concept van positieve vrijheid hadden alles te maken met zijn overtuiging dat lang niet alle waarden met elkaar verenigbaar zijn. Waarden zijn tijd- en plaatsgebonden, zijn het resultaat én fundament van een cultuur. Volgens Berlin werd dit vooral duidelijk in het werk van de romantici, die zich verzetten tegen de rationalistische en universalistische pretenties van de Verlichting. De totalitaire gevaren die de, ook door Berlin onderschreven, idealen van de Verlichting met zich meebrachten, werden voor het eerst onder ogen gezien door de doodsvijanden van ratio en humanisme. Een groot deel van Berlins oeuvre is gewijd aan deze vertegenwoordigers van de contra-Verlichting, zoals Vico, Herder, Hamann, Maistre en Sorel. Het liberalisme van Berlin lijkt dan ook weinig op het kortzichtige optimisme van de doorsnee VVD'er; zijn werk is bovenal één grote waarschuwing tegen de gevaren van het totalitaire denken, in welke vorm dan ook. Zijn inzichten zijn daarom nog steeds actueel en oefenen ook nu nog grote invloed uit. Naast de gelukkige combinatie van een comfortabele sociale positie en grote intellectuele gaven bezat Berlin bovendien het talent om op het juiste moment op de juiste plaats te zijn. Hij legde niet alleen talloze nuttige contacten, maar stond ook vaak met zijn neus boven op belangrijke gebeurtenissen. Zo was Berlin bepaald niet de enige geleerde die door Kennedy op het Witte Huis werd uitgenodigd, maar hij was er wel net op het moment dat de Cuba-crisis uitbrak. Van zoveel mazzel wordt vrijwel iedereen een beetje blasé. Ook Berlin, die er eerder over had gedacht de verheffing in de adelstand te weigeren. Hij had indertijd het gevoel dat men hem vroeg om 'een raar papieren hoedje op te zetten’. Te midden van al dit succes leek er slechts één ding te ontbreken: het lang verwachte, ultieme magnum opus, dat meesterwerk waarin alle kennis en inzichten samenkwamen in één machtige synthese. Berlin was een typische essayist, die in reactie op anderen bepaalde problemen te lijf ging en daar in glasheldere opstellen verslag van deed. Hij kon alleen denken als hij in gesprek was met anderen. Dat kon op papier, maar het liefst op een party. Kwade tongen beweerden dat Berlin slechts een conversationalist was met journalistieke talenten, en geen echte geleerde. Maurice Bowra sneerde vilein: 'Net als Onze Lieve Heer en Socrates publiceert hij niet veel.’ Maar ook hier schoot het fortuin hem te hulp, in de vorm van de zeer toegewijde editor Henry Hardy, die er zijn levenswerk van heeft gemaakt om bijna alle artikelen, lezingen en colleges van Berlin publicabel te maken. LEZING VAN Michael Ignatieffs boek over Isaiah Berlin laat zien dat Berlin het ook met zijn biograaf buitengewoon getroffen heeft. Het op het eerste gezicht probleemloze en rooskleurige leven van Berlin heeft een allerminst oppervlakkig en saai verhaal opgeleverd. Uit de prachtig geschreven biografie wordt, zoals het hoort, het verband tussen leven en werk duidelijk. Uitgebreid gaat Ignatieff in op Berlins joodse identiteit en de soms ondraaglijke spanning tussen enerzijds zijn zionisme en anderzijds zijn loyaliteit jegens Engeland, zijn tweede vaderland. Zeer spannend is het hoofdstuk waarin wordt beschreven hoe Berlin tijdens de oorlog op soms slinkse wijze de zionistische belangen verdedigde tegen de veelal uitgesproken anti-joodse ambtenaren van het Britse Foreign Office en het Amerikaanse State Department. Tegelijkertijd werd er aan hem getrokken door de gematigde zionistenleider Weizmann en de veel radicaler Ben Goerion. Op het intellectuele vlak waren er ook spanningen. Beroemd is Berlins indeling van kunstenaars en intellectuelen in de categorieën 'egels’ en 'vossen’. Volgens Berlin weet een vos van veel dingen iets, terwijl een egel minder veelzijdig is maar 'één groot ding weet’. De door Berlin zeer bewonderde, uiterst liberale Toergenjev was een typische vos, de fanatieke Tolstoj daarentegen een uitgesproken egel. Op het eerste gezicht leek Berlin - die met ongelooflijke kennis schreef over Machiavelli en Verdi, Marx en Disraeli, Vico en Herder - zelf een echte vos. Maar volgens Ignatieff wilde hij niets liever dan een egel zijn. Hij werd dat ook, toen hij eenmaal zijn enige echte thema had ontdekt, dat centrale probleem waarover al zijn geschriften gaan: vrijheid en de wijze waarop zij steeds verraden wordt. Het voorspoedige, ogenschijnlijk niet-tragische leven van Berlin was voor het grootste deel gewijd aan de enorme tragiek van de mensheid die in haar streven naar geluk vooral ellende voortbrengt. Berlins antwoord daarop: intellectueel fatsoen en een grote mate van detachment, is misschien niet zaligmakend, maar levert minder narigheid op dan het blinde engagement en de geloofsijver waarmee in deze eeuw veel intellectuelen achter hoogdravende idealen aanholden.