Een echte memoirist

Konstantin Paustovski, De romantici. Vertaald door Wim Hartog, uitgeverij De Arbeiderspers, 208 blz., f29,90
‘IK WAS ERACHTER gekomen dat journalisten een speciale mensensoort vormen. Het waren cocainesnuivers, zuiplappen, feestvierders die hun geloof in alles verloren hadden en het leven gewaar werden als lachgas.’

Wat verandert er toch weinig in de wereld. Je leest de beschrijving van een redactie uit verre en vervlogen tijden, en je waant je bij De Groene Amsterdammer. Konstantin Paustovski (1892-1968) werkte, amper twintig jaar oud, voor zijn brood bij een Moskous dagblad. Maar zijn hart lag bij de literatuur. Hij zou ergens halverwege beide genres eindigen: hij verwierf wereldfaam met zijn memoires, De geschiedenis van een leven, ten onzent in zes delen vertaald en met groot succes uitgegeven in de reeks Prive-domein van De Arbeiderspers.
Paustovski’s romans, verhalen en essays blijven ver achter bij zijn herinneringen. Ze zijn te sentimenteel en te moralistisch, kenmerken die in memoires minder gauw storen dan in andere genres. Toch is het puur genot om De romantici te lezen, Paustovski’s eerste, sterk autobiografische roman. Het is alsof je even mee mag kijken over de schouder van een grootmeester in wording. Je ziet de grote stilist en verfraaier die Paustovski later zou worden, kneden, schaven en slijpen aan een verhaal dat maar niet echt wil worden wat het had kunnen zijn.
DE ROMANTICI gaat over de romantische hang van een twintigjarige tobber naar het schrijverschap. Die twintiger, Paustovski’s alter ego, heet Maksimov. Hij wil het leven doorgronden, niet om erachter te komen hoe het geleefd moet worden, maar om er beter over te kunnen schrijven. Met zijn vrienden stroopt hij de Zwarte-Zeekust af op zoek naar het leven. Hij hoort de verhalen aan van vissers, kunstenaars en ballingen. Op het moment dat het leven zelf van hem een keus verlangt doordat een vroeger kennisje grenzeloos verliefd op hem wordt, vlucht hij naar Moskou. Daar herhaalt de cyclus zich. Zoekend naar het leven, schrijvend voor een krant en werkend aan zijn eerste roman die Het leven moet gaan heten, raakt hij opnieuw in een liefdesaffaire verstrikt. Weer slaat de schrik hem om het hart en hij keert spoorslags terug naar zijn eerste geliefde.
Dan volgt deel drie, de oorlog. Maksimov hoeft niet langer naar leven en lijden te zoeken - die zoeken hem op. Hij leert de verschrikkingen van het leven kennen in een lazaret achter het front. Hij raakt gewond, verneemt dat zijn Moskouse geliefde bij beschietingen is omgekomen en stort zich, lijdend maar levend, opnieuw in de armen van zijn zuidelijke aanbidster. ‘Maksimov zal niet doodgaan, hij mag niet doodgaan, want het leven begint nog maar net, ging het door haar heen.’
Paustovski ging niet dood, trouwde met haar en schonk haar een zoon, die bij De romantici een liefdevol nawoord over zijn vader schreef.
Inderdaad, nogal sentimenteel allemaal. Maar doorschoten met prachtige observaties, stemmige tekeningen van landschappen, zeeen en luchten, en fraaie intermezzo’s over het literaire leven. Met als hoogtepunt twee briljante bladzijden over de verschillende soorten licht waarbij beroemde schrijvers schreven. Neem deze: 'Arthur Rimbaud schreef graag in een benauwde kajuit bij het licht van een gestolen kaars in de marge van boeken met scabreuze verzen. De kaars stond in een fles. Rimbaud droomde ervan de hele wereld in sprankelende cider te dompelen.’
Hier toont zich de geniale precisie van een geboren memoirist.