Tien jaar Vladimir Poetin

Een echte Rus

Tien jaar geleden kwam in Rusland Vladimir Poetin aan de macht. Bracht hij Rusland terug naar de negentiende eeuw, als een ouderwetse tsaar? Of is hij een van de eerste vertegenwoordigers van de 21ste-eeuwse democratie?

EERST WAS HIJ KGB’ER, toen ambtenaar, daarna eventjes premier, toen president, tegenwoordig weer premier. Vladimir Vladimirovitsj Poetin (1952) is deze maand tien jaar aan de macht in Rusland. Hij begon in 1999 als premier, volgde eind van dat jaar Boris Jeltsin op als president en ruilde in 2008 zijn baan weer in het voor het premierschap. En de speculaties over een nieuwe periode als president zijn al begonnen.
Ook dit jaar werd het publiek in de zomer weer getrakteerd op foto’s van een vakantie vierende Poetin, met de brede borst ontbloot op een paard of hengelend in een wilde stroom. De actieman ten voeten uit: als hij geen krachtige politieke besluiten neemt, gaat hij de elementen te lijf. De voormalige sovjetbureaucraat legde een lange weg af voor hij dit effectieve imago verwierf. Hij schakelde ettelijke pr-bedrijven in, die zijn paars-rode double breasted pakken ruilden voor Italiaans maatwerk en hem in 2007 aan de titel Time’s Man of the Year hielpen.
Poetin is in Rusland populairder dan ooit. Sociale stabiliteit, economische groei en internationaal aanzien zijn de sleutelwoorden. Althans aan de oppervlakte. De groei die de Russische economie doormaakte is aan gestegen olieprijzen te danken, niet aan innovatie of investeringen. Door de crisis dondert nu dan ook de ene fabriek na de andere in. In de Russische grote steden groeit wel iets wat op een middenklasse lijkt. Maar dat is eerder ondanks dan dankzij Poetins bestuur. Dat bestuur doet niet veel om het leven van mensen in het midden- en kleinbedrijf, in onderwijsinstellingen of in de lokale dienstverlening draaglijker te maken. De corruptie viert hoogtij.
Poetins buitenlands beleid doet aan als een fiasco. Na de topontmoetingen waar ruzies over een gepland Amerikaans raketschild en de uitbreiding van de Navo heetten te worden bijgelegd, liet de Amerikaanse vice-president Joe Biden zich onlangs onbekommerd negatief uit over Rusland. Hij sprak van een wegkwijnend land met een verouderde economie en dito bestuurssysteem. Exit van de door Barack Obama en Hillary Clinton bepleite ‘reset’ van de relaties.
Het Russische leger won vorig jaar een oorlog met Georgië. Maar de fel anti-Russische Georgische president Mikhael Saakashvili bleek met Pattex aan zijn stoel gekleefd. Sindsdien heeft Rusland twee extra ‘landjes’ om zich zorgen over te maken, Abchazië en Zuid-Ossetië. Ook de buurlanden Oekraïne en Wit-Rusland keren zich op dit moment van Poetin af. Hij plaagt ze te veel in de politiek-economische strijd om eerste levensbehoeften als gas, melk en vlees. De conclusie lijkt onvermijdelijk. Poetin heeft Rusland geen vrienden bezorgd.

GEEN VRIENDEN? Twee mannen laten zich graag positief uit over Poetin. Silvio Berlusconi en Mahmoud Ahmadinejad. De Italiaanse premier laat zich graag voorstaan op zijn goede band met de Russische premier. En Rusland was de eerste om de Iraanse president na zijn dubieuze verkiezingsoverwinning te ontvangen.
Het zijn mannen die de democratie een eigen draai geven. Ze hebben een afkeer van het parlement. Dat is niet snel of slagvaardig. Dat let niet op het belang van de gewone man. Misschien wel het belangrijkste van alles: het parlement vertegenwoordigt geen nationale waarden. En deze leiders doen dat wel, menen ze zelf. Je ziet het Berlusconi denken: is niet iedere goede Italiaan een tikje corrupt en dol op mooie vrouwen?
Democratie prima, zegt ook Poetin. Maar dan geënt op Russische waarden. Spreiding van macht en competitie tussen partijen zijn wat hem betreft westerse ideeën. Voor de goede orde, ‘westers’ kan daarbij van alles betekenen: Amerikaans, Europees, links, liberaal, egoïstisch, kapitalistisch, goddeloos, ontworteld. De Russische regering noemt haar alternatief een ‘soevereine democratie’. Soeverein betekent vooral: cultureel, militair en economisch onafhankelijk van het Westen. Centraal staan een elite die haar verantwoordelijkheid voor het volk neemt, een uitgesproken nationaal zelfbewustzijn en een duidelijke rol voor de orthodoxe kerk. Neem de interventie begin juli door kerkvader Kirill. Rusland had net het Sociale Charter van de Raad van Europa geratificeerd. De baas van de orthodoxe kerk ontdekte dat dit de verplichting opleverde om seksuele voorlichting op scholen te geven. Geen luxe in een land met één miljoen hiv-geïnfecteerden. Maar Kirill vindt seksuele voorlichting hooguit een werkje voor ouders. Hij klopte aan bij het Kremlin en kwam terug met de toezegging dat de kerk voortaan over alle relevante wetgeving geconsulteerd zou worden.
Illustratief is ook de afkeer van allerlei ‘supranationale’ clubs, of het nu om de OVSE met haar verkiezingswaarnemers gaat, om de financiële controle van het IMF of om de constante bemoeienis van het Europese Hof voor de Mensenrechten. De nationale staat zorgt voor zijn burgers en verder niemand. Nagenoeg alle cruciale ondernemingen in Rusland zijn dan ook sinds het aantreden van Poetin (weer) onder direct of indirect staatstoezicht gebracht. Olie, media, financiën, auto’s – de staat heeft de aandelen of zit in het bestuur van de ondernemingen.

VERKIEZINGEN ZIJN in dit conservatieve raamwerk wel degelijk nodig. Maar ze dienen niet om de leiders te vervangen. Ze dienen om vast te stellen dat leiders en volk één zijn, dat de leiders de waarden van het volk vertegenwoordigen en dat het volk dit ziet. Rusland heeft volgens Poetin en zijn kleine schare medebestuurders geen behoefte aan elkaar in hoog tempo opvolgende praatjesmakers. Wel aan eerlijke mannen, die kritisch zijn ten opzichte van het Westen en trots op Rusland.
Die boodschap mag hypocriet zijn. Het regime gebruikt westerse pr-bureaus en de elite gaat zich opgewekt aan overdadige consumptie van luxe goederen te buiten. Maar de boodschap gaat erin als koek, sinds de bevolking eind vorige eeuw zag hoe onder leiding van instituten als het IMF het sovjetcommunisme vervangen werd door roofkapitalisme van het zuiverste water. Poetin zette vanaf 1999 alle denkbare middelen in om snel extreem rijk geworden mannen als Berezovski en Chodorkovski buiten spel te zetten. De ene miljardair vluchtte naar Engeland, de andere zit in de gevangenis en de rest houdt nu zijn mond.
Het idee overheerst dat Poetin een einde maakte aan de puinhoop die Rusland in de jaren negentig kenmerkte. Hij heeft het land weer een eigen gezicht gegeven, nadat Gorbatsjov en Jeltsin de Amerikanen de vrije hand hadden gegeven. Een land waar internationaal rekening mee gehouden wordt. De huidige spanningen met buurlanden als Georgië en Oekraïne zien Russen dan ook overwegend in dit perspectief: je moet niet over je laten lopen.
Door een bescheiden, maar stoere levensstijl uit te dragen heeft Poetin zich een profiel van eigenheid verworven waar veel Russen van houden. Geen patser maar een doener, vol gezins- en vaderlandsliefde. De kritiek op zijn autocratische stijl komt, bij gebrek aan binnenlandse oppositie, overwegend uit de mond van buitenlanders, journalisten, activisten, politici en academici.

HET ZIJN VOORAL Amerikanen die op hem mopperen. Anders dan bijvoorbeeld met China heeft Amerika weinig economische banden met Rusland, minder dan Nederland althans. Het zijn Kremlin-watchers die zich in Amerika met Rusland bezighouden, weinig zakenlui. Het zit in hun bloed om politieke kwesties op te roepen, ze kunnen nauwelijks anders. De westerse weerzin versterkt het beeld dat Poetin een echte Rus is. Onder het motto ‘als dat jouw vijanden zijn, willen wij graag je vriend zijn’ wordt zijn steun alleen maar groter. Poetins aanhangers benadrukken regelmatig dat de premier een stuk liberaler denkt dan zijn bevolking.
Dat hij de jonge democratie inperkte was nooit omdat hij tegen democratie was. Maar het land moest op orde, en daarvoor was slagkracht nodig. Eerst snoeide Poetin de invloed van het parlement terug, vervolgens die van de regionale gouverneurs en daarna die van de burgemeesters. En passant nationaliseerde hij alle grote media. Waar het eindigt blijft speculatie. Soms steekt president Dmitri Medvedev een liberale hand uit naar de kritische oppositie. Hij zegde dit jaar versoepeling toe van de bizarre regelgeving die politieke partijen en non-gouvernementele organisaties hindert. Maar in 2009 werden tot nu toe zes mensenrechtenactivisten vermoord. De regering liet het bij uitspreken van medeleven.
De crisis houdt huis in Rusland. Het kan zijn dat Vladimir Poetin en zijn regime binnenkort wankelen. Wie weet of dan niet geput wordt uit een van die andere beroemde Russische tradities: de boerenopstanden uit de zeventiende en achttiende eeuw, het liberalisme uit de negentiende eeuw, de volkse revoluties van de twintigste eeuw. Alleen, het protest is dun en het aanbod van alternatieve politici nihil. En het is niet zo dat de Russische maatschappij stilstaat. Het gros van de mensen vindt wegen om een leven zonder de overheid te leiden. Als ze het geld hebben gaan ze op reis, op internet, de disco in. Voor een levendige oppositie is het funest, maar van de maan af gezien is dat een intellectuele zorg.
Poetin is geen dictator. Hij ziet geen noodzaak om het sociale en economische leven van de bevolking te controleren zoals twintigste-eeuwse dictators dat wilden. Hij controleert de toegang tot het bestuur, de toegang tot de grote media en de toegang tot de cruciale industrie. Wie het gezag met rust laat, mag doen wat-ie wil.
Poetin noemt zichzelf wanneer het uitkomt met een gerust hart democraat, net zoals Ahmadinejad en Berlusconi. Via televisiezenders georiënteerd op een internationaal publiek creëren ze een eigen politiek ‘discours’, het verhaal dat representatieve democratie maar één vorm van democratie is en dat zij een eigen, nationale variant hebben. Via Russia Today, het Iraanse Press TV en Berlusconi’s zenders kan de hele wereld ontmoetingen tussen leider en volk zien. Dat die tot op de seconde zijn geregisseerd, doet minder ter zake dan dat dialoog zichtbaar is: hoezo geen democratie? We zijn gekozen en we praten met onze kiezers!

OM DAAR een oordeel over te vellen moet je eerst vaststellen dat het niet overdreven is om over een mondiale crisis in de democratie te spreken. Tien, twintig jaar geleden leefde de overtuiging sterk dat economische groei, maar ook bijvoorbeeld het internet veelbelovende stimulansen voor democratisering waren in ex-communistische landen. Veel marktwerking, veel dialoog en dan komt de transparantie vanzelf. Het pakte lang niet overal zo uit. Tegenwoordig claimt zelfs China aan democratie te werken.
De gevestigde parlementen doen het ook niet goed. Niet alleen het Italiaanse, dat Berlusconi zijn gang laat gaan. Denk aan het Amerikaanse Congres, in slaap gewiegd met verzonnen vernietigingswapens. Of het Nederlandse parlement, verscheurd tussen technocraten en populisten. Onbekookt nationalisme is geen Russisch voorrecht. Waarmee niet gezegd is dat een directe vergelijking tussen een willekeurige westerse democratie en Rusland relevant is. Wél dat gezaghebbende inspiratie bij het vormgeven van moderne inspraak ver te zoeken is. En dat niet vaststaat dat vernieuwing in de richting van meer vrijheid gaat.
Het gemakkelijke oordeel is Vladimir Poetin afdoen als de man die Rusland terug naar de negentiende eeuw bracht, als een ouderwetse tsaar. Een lastiger conclusie zou kunnen zijn dat Poetin die dingen vertegenwoordigt waar ook westerse politici en burgers van allerlei snit naar verlangen. Niet alleen stabiliteit, maar vooral ook culturele eigenheid, duidelijke grenzen en een uitweg uit de kluwen aan internationale verbanden met al hun verplichtingen, in plaats van het vage gedoe van de Europese Unie. Dan blijkt Poetin straks een van de eerste vertegenwoordigers van de 21ste-eeuwse democratie.