Tentoonstelling

Een eenzame omhelzing

Nach Kippenberger

overzicht van werk van Martin Kippenberger

Van Abbemuseum, Eindhoven

Tot en met 1 februari

Schilderijen, installaties, wereldomspannende projecten, affiches, sculpturen, teksten. De Duitse homo universalis Martin Kippenberger (1953-1997) ging niets uit de weg. Gezegend en gekweld door een overdadig maar in feite onbruikbaar talent. In een andere tijd had hij een Da Vinci kunnen zijn, of de ontdekker van leven op verre planeten. Maar Kippenberger werd niet alleen te laat geboren, hij ging ook nog eens te vroeg dood.

Het Van Abbemuseum toont een overzicht van het oeuvre van Kippenberger. Een betere plek voor dat overzicht had niet gevonden kunnen worden. Niet alleen omdat het Van Abbe sinds de verbouwing onbetwist het mooiste museum van Nederland is, maar ook en vooral omdat Kippenberger zich heel organisch als sluitstuk van de vaste collectie laat beschouwen. Zelden heb ik een tentoonstelling gezien die met zo’n chirurgische precisie de big bang en de onvermijdelijk daarop volgende implosie van het modernisme blootlegt.

Begin uw bezoek op de tweede etage waar een enigszins educatieve, maar desondanks adembenemend dynamische display van het werk van El Lissitzki is te zien. Loop door naar boven waar de schuldbeladen naoorlogse conclusie van Kiefer, Penck c.s. in een aantal steeds potsierlijker ogende zalen te zien is, voel je door de verbodsborden van Marcel Broodthaers aangemoedigd door te lopen en daal dan af naar de synthese van al deze dadendrang die Kippenberger heet.

Waar Broodthaers nog een elitaire esthetiek in zijn surrealisme van alledag nastreefde, waar de erfgenamen van Beuys nog iets van mystiek probeerden te peuren uit de «huid van het doek», en waar El Lissitzki niet minder dan de contouren van een nieuwe wereld dacht te schetsen, rest Kippenberger in het laatste kwart van de eeuw niets anders dan, uitkijkend over de puinhopen van deze intellectuele geschiedenis, de werkelijkheid — en dus de lelijkheid en de gedachteloosheid — te omhelzen.

Het is een eenzame omhelzing. Kippenberger kijkt en denkt (en drinkt) zich laveloos. Tegen beter weten in lijkt het, maar hij kan niet anders dan het pulserende ritme van zijn virtuositeit volgen, terwijl hij weet dat er in deze van de kunsten vervreemde wereld eigenlijk geen kunst meer te maken is.

Kippenbergers oeuvre is één reusachtige inhoudelijke spagaat. Bij tijd en wijle probeert hij zich te verhouden tot nog stevig in een buitenmaatschappelijk discours gewortelde voorgangers als Beuys en Polke. Maar steeds weer is er die vlucht, bewust of geforceerd, naar de echte werkelijkheid. Naar de eenvormige lelijkheid van een wereld waarin het grenzeloze consumeren wederom de primaire drift is geworden, en waarin de esthetische waarde van het beeld bepaald wordt door zijn reproduceerbaarheid, en niet door de betovering van het moment.

De tentoonstelling is cirkelvormig opgezet. Toeval of niet, toepasselijk is het wel. De enige lijn die namelijk in Kippenbergers oeuvre te ontdekken valt is de cirkel. Rondjes draaiend om een onzichtbare essentie, waarbij hij door de middelpuntvliedende kracht steeds weer van de eruditie richting het vulgaire wordt geduwd.

Zijn biografie leest als een rusteloze zoektocht naar een bestemming. Een plaats voor zijn kunst. Een vorm die zich zowel tot de geschiedenis als tot het heden kon verhouden. Maar elke keer als hij na een retraite Schwarzwald of een Grieks eiland achter zich liet, was zij daar weer: de werkelijkheid.

Zoals die zich ook direct buiten de deuren van het Van Abbe manifesteert in een gruwelijk lelijke evenementenhal waarbinnen het IJssculpturen Festival te zien is. «De winter op z’n mooist!» gilt het uithangbord. Het was deze vorm van alledaags surrealisme waarvoor Kippenberger zijn ogen niet kon sluiten en die hem keer op keer tot een masochistische liefdesrelatie met de lelijkheid dwong.

Op een van de tientallen zeefdrukken in de indrukwekkende tweede zaal van de tentoonstelling staat te lezen: «Die Revolution in Köln/ muss verschoben werden/ die Künstler/ M. Kippenberger & W. Dahn/ fühlen sich heute zu schwach». Ondertekend: «Köln, broadway café, den 25.4.1986, 23 Uhr». Zwak, moe en rond het vroege avonduur vermoedelijk ook al stevig aangeschoten, zodat er op dit uitstel ongetwijfeld afstel zou gaan volgen.

In 1976 speelt Kippenberger met de gedachte acteur te worden. Wie in de catalogus de vele geposeerde foto’s van Kippenbergers kunstenaarsleven bekijkt, moet constateren dat hij die gedachte nooit geheel heeft opgegeven. Bij gebrek aan een reële biotoop acteert hij zijn gehele leven een meeslepend kunstenaarschap. Nergens in zijn tijd toont zich de dwingende noodzaak voor het bestaan van deze te laat geboren Renaissance-mens. En toch blijft Kippenberger zijn rol met overgave spelen. Tot die andere eenzame omhelzing, zijn te vroege dood, aan toe.