Door Europa’s fly-over states

Een eigen weg voor het Oosten

Alle wegen lopen naar het Westen, gold lange tijd in Oost-Europa. Nu bouwt de regio aan zijn eigen peperdure snelweg die voor onderlinge verbondenheid moet zorgen en een vuist in Brussel. ‘Het Westen bijbenen’ maakt plaats voor een zelfverzekerde positie aan de rand.

Roma-gemeenschap in Slowakije. Het dorp Ladomirová telt nog geen duizend inwoners. Als er welvaart is, komt die van elders

De uitgestorven parkeerplaats van het wegrestaurant aan de Pools-Slowaakse grens schemert in het jonge maanlicht. Donkere contouren van honderden zwijgzame vrachtwagens doemen op in de duisternis. Binnen doen bestuurders zich te goed aan lamsgoulash, gezouten varkenspoten, dubbele wodka’s en bier – of koffie voor wie nog moet rijden. Het is het laatste weekend van maart, de druilerige vrijdagavond van Goede Vrijdag. Iemand heeft de dode plant voor de ingang versierd met een paarse slinger.

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief en ontvang iedere ochtend het beste uit De Groene in je mailbox

De klanten in het bescheiden eetcafé zijn de bonkige matrozen van de weg. Zonder uitzondering hebben ze brede armen, kaalgeschoren hoofden en dragen ze lichtgrijze trainingsbroeken. ‘Kurva’ dit, ‘kurva’ dat (Pools voor hoer): er wordt stevig gevloekt en schunnig gemompeld. ‘Ach ze doen geen vlieg kwaad’, sust de geblondeerde barvrouw Maria terwijl ze een bierglas afdroogt. ‘Deze mannenwereld is niet voor doetjes.’ Haar kale etablissement is als een kroeg in een haven. Het duurt soms maanden voor dezelfde verweerde gezichten opnieuw aan de toog staan. Maar volgens Maria klagen ze allemaal over hetzelfde. ‘Hier rijden is hard werken’, zegt de 38-jarige Roman in gebroken Engels. Hij zit aan een plastic tafeltje met vier collega’s. Voor hen staat al een collectie lege glazen. ‘Bad road, accident is five hours wait, slow drive.’ Hij is afkomstig uit Roemenië. ‘Daar zijn de wegen nog slechter. Veel armoede.’

De provinciale wegen waarover Roman rijdt, zijn inderdaad in een jammerlijke staat. Stuiterend over de kuilen in Slowakije, Hongarije en Roemenië passeert hij enkele van de armste regio’s in de EU. Het zijn Europa’s eigen fly-over states – gebieden waar reizigers overvliegen of die ze passeren maar waar ze zelden halthouden. De werkloosheid blijft er torenhoog, de infrastructuur faalt, de jeugd trekt er weg.

Met zijn bezoek aan Warschau vorige zomer zette de Amerikaanse president Donald Trump het debat op scherp. De koning van de Amerikaanse fly-over states vloog letterlijk over West-Europa heen en landde in Polen voor zijn eerste staatsbezoek in de Europese Unie. In de schaduw van een monument voor de Opstand van Warschau tegen de nazi’s in 1944 gaf hij een ongebruikelijk verfijnde toespraak. Via de staatszenders konden Slowaken, Polen en Hongaren live meekijken. Ze deden dat massaal.

‘De fundamentele vraag van onze tijd is of het Westen wil overleven’, sprak Trump gewichtig. ‘Geloven wij dusdanig in onze waarden dat we ze willen verdedigen tegen elke prijs? Respecteren we onze burgers genoeg om onze grenzen te beschermen? Hebben we het verlangen en de moed om onze beschaving te beschermen in het aangezicht van degenen die haar zouden willen ondermijnen en vernietigen?’ De toespraak was van een ongebruikelijk hoog retorisch niveau en stond in schril contrast met Trumps gebruikelijke roekeloze stijl. Dit moet uit de pen van Steve Bannon zijn gevloeid, concludeerden analisten. De toenmalige hoofdstrateeg van het Witte Huis is een bekend aanhanger van de ‘alternatief-rechtse’ overtuiging dat het christelijke Avondland ten prooi valt aan multiculturalisme, oprukkend islamisme en globalisering.

Dat verhaal, verpakt in oratorisch vakmanschap, was precies het juiste geluid op de juiste plek. Vanuit het hele land kwamen bussen met ‘fans van Trump’ om deel te nemen aan een ‘patriottische picknick’ ter ere van het presidentieel bezoek. ‘Trump! Trump! Trump!’ scandeerde de uitzinnige menigte in Warschau. ‘Such great spirit, great great spirit’, reageerde de tevreden president vanaf het podium.

Vlak voor zijn speech had Trump deelgenomen aan een conferentie van het Drie Zeeën Initiatief, een gloednieuw economisch bondgenootschap van de landen tussen de Adriatische, Baltische en Zwarte Zee. Wat deed de Amerikaanse president op een top van dat onbekende verbond? Was dit de geboorte van een nieuwe geopolitieke speler in Europa? Al snel legden historici de link met het Intermarium, een Pools plan uit de jaren twintig en dertig om een sterke Centraal-Europese federatie op te richten tussen fascistisch Duitsland en de communistische Sovjet-Unie. Zeker nu Polen en Hongarije met de Europese Commissie in de clinch liggen over de spreiding van vluchtelingen en de afbraak van de rechtsstaat – en een fikse knip in de EU-subsidie dreigt – wordt eventuele blokvorming met argusogen gadegeslagen. ‘De Drie Zeeën moet een buffer zijn tegen Russische dreiging, maar ook tegen mogelijke nieuwe vijanden die in het Westen ontstaan’, vertrouwt Andrzej Zybertowicz, adviseur van de Poolse president, ons toe in een gesprek. ‘Als het West-Europese project implodeert, moeten wij klaarstaan met een veiligheidsketting van landen die dat kunnen opvangen.’

Het eerste concrete plan van het Drie Zeeën Initiatief is een snelweg, de Via Carpathia: de eerste van noord naar zuid in Oost-Europa. Tot nog toe liepen alle belangrijke snelwegen in de regio naar het Westen, naar Duitsland. De route van de Via Carpathia, waarvan in Polen al voorzichtig met de aanleg is begonnen, start in Litouwen en loopt daarna loodrecht naar beneden door het oosten van Polen. Ze gaat verder door Hongarije, Roemenië en Bulgarije en eindigt in de haven van Thessaloniki in het noorden van Griekenland. Voor Roemeense chauffeurs als Roman is dat een uitkomst; tijdens het paasweekend rijden we zelf een stuk van het traject.

Roemenië is zo verpauperd dat het zich geen dissidentie in Brussel kan veroorloven. De enige welvaart komt van Europese subsidies

Door de sparrenbossen van zuidoost-Polen reed twee jaar geleden een Finse motorrijder. Onderweg naar Slowakije stopte hij in het bescheiden dorpje Jezowe. Hij kocht er wat proviand in de kruidenierszaak, keek enkele minuten rond en vertrok weer. Het was een schijnbaar betekenisloos bezoekje, maar het is niet onopgemerkt gebleven. ‘Hij was de eerste vreemdeling die hier stopte’, mijmert burgemeester Stanislaw Szot in zijn kantoortje boven in het kleine gemeentehuis. Vorige regeringen hebben het dorp verwaarloosd, vindt de burgemeester, ‘maar nu worden we gezien. Weldra komen er meer toeristen en motorrijders uit het noorden.’

Veel meer dan een paar kruispunten is het dorpje Jezowe niet, maar het heeft wel potentieel, vindt burgemeester Szot. Zijn inwoners zijn afhankelijk van drie fabrieken in de omgeving die velgen, wapens en verwarmingsinstallaties maken. Het faillissement van de staalfabriek, onlangs, was een klap voor de gemeenschap. Net als elders in Europa zit de oude industrie in de verdediging, maar de huidige Poolse regering heropent bruinkoolcentrales en belooft nieuwe investeringen langs nieuwe wegen. Als er eindelijk een betere aansluiting komt met de rest van het land kan Jezowe zich verder ontwikkelen, weet de burgemeester.

Experts twijfelen. Transporteconoom Michael Wolanski laat in zijn kantoor gedetailleerde wegenkaarten zien waarop het aantal auto’s dat per dag passeert staat aangeduid. Hij wijst naar de weg boven het snelwegrestaurant aan de Pools-Slowaakse grens: ‘Kijk, nog geen drieduizend auto’s per dag. Hier komen nu eenmaal niet veel mensen. Dan kun je wel een grote weg uitrollen maar daarmee dreig je “niets” met “niets” te verbinden.’ De route loopt niet langs Warschau, Bratislava of Boedapest, maar gaat door rurale gebieden en provinciesteden als Rzesov, Kosice en Timisoara.

Wolanski vreest voor witte olifanten zoals in Spanje: grote infrastructuurprojecten waarvan de kosten van onderhoud groter zijn dan de baten. ‘Het lijkt alsof de regering dat onderschat.’ Ook binnen de Poolse ministeries heerste er scepsis en in Brussel weigeren ze om de Via Carpathia op te nemen in het kernnetwerk van Europese snelwegen. Daardoor maakt de weg voorlopig geen kans op de hoogste Europese subsidies die anders 85 procent van de kosten zouden dekken.

In Jezowe maken cijfers en spreadsheets geen indruk. De inwoners hebben voor bijna negentig procent op de populistische PiS gestemd. Hier is geen behoefte aan econometrische analyses van experts als Wolanski. Binnen het ministerie van Infrastructuur in Warschau trouwens ook niet.

‘West-Europa heeft nooit omgekeken naar deze regio. Het heeft ons altijd gezien als een bron van goede maar goedkope arbeid’

‘Die weg die komt er, wat er ook gebeurt’, zegt de Poolse minister van Infrastructuur Andrzej Adamczyk bruusk. Omringd door maquettes van moderne sneltreinen en meterslange Victoriaanse driemasters vertelt hij dat de snelweg het belangrijkste infrastructuurproject van zijn regering is. ‘Het Oosten is verwaarloosd door mijn voorgangers. Ze hebben slecht onderhandeld met Brussel, ze keken alleen naar het Westen.’ Hij pauzeert. ‘Als we Europa niet overtuigen om dit project te steunen, doen we het wel alleen.’ Zijn regering heeft al zeven miljard euro gereserveerd – een gigantisch bedrag voor Polen.

Aan de voet van het Karpatengebergte in Slowakije worden we begroet door stoeiende kinderen. Gewapend met takken spelen ze tussen grauwe blokhuizen met kapotte ramen. ‘The money’s bad here. Te weinig. Niet zoals in Engeland’, zegt de 42-jarige Michal, die in een glanzend blauw voetbalshirt de ene sigaret na de andere opsteekt.

Hij weet waarover hij praat. Een jaar eerder woonde hij nog in het Britse Leeds, waar hij als bakkershulpje lange dagen maakte en betaald werd in ponden. Met het geld dat hij verdiende kon Michal een grote familie in Slowakije onderhouden en zijn kinderen naar school sturen in Engeland. Maar het noodlot sloeg toe, hij kreeg een hartaanval en moest gedwongen terugkeren naar zijn Roma-gemeenschap in Ladomirová.

Het dorpje telt nog geen duizend inwoners. In de modderige straat voor Michals houten veranda liggen afgekloven varkens- en kippenbotjes. Boven een open riool hangt een deken te drogen. In de prachtige heuvels rond de communistische woonblokken springt plastic vuilnis in het oog. Terwijl Michal praat, kolkt zijn grote familie rond hem. Tientallen neefjes, dochters, tantes en schoonbroers lopen in en uit. Hun kleding is sjofel, maar één jongetje draagt een duur zwart-gouden trainingspakje van Adidas. ‘Ik ben hier alleen voor Pasen’, zegt hij met een plat Noord-Engels accent. ‘Me dad still works in England.’ Hij is Michals neefje. En zoals zijn kleren verraden: de welvaart komt van elders.

‘Hier is niets’, zegt Michal bijna laconiek. Dat uitgerekend hier de Via Carpathia komt verrast hem. ‘Een snelweg? Hier?’ Hij kijkt verbaasd en gaat rechtop zitten. ‘Van Litouwen naar Griekenland? Ja, dat zou voor ons fantastisch zijn.’

‘Stelt u zich toch eens voor’, zegt presidentieel adviseur Andrzej Zybertowicz haast theatraal in zijn kantoor op de eerste verdieping van de Poolse Nationale Veiligheidsdienst. ‘Een weg die de mistige Baltische kustgebieden verbindt met de zon van de Adriatische Zee… Dat is niet alleen praktisch, maar ook symbolisch van een enorme waarde.’ De veiligheidsadviseur van de Poolse president Andrzej Duda bevindt zich in het hart van de conservatief-nationalistische PiS-partij. Hij behoort tot de kleine kring van intimi rond de machtige partijvoorzitter Jaroslaw Kaczynski en heeft nauwe contacten met de diplomatie in Centraal-Europa. ‘Ik werd onlangs apart genomen door een generaal in Wenen, hij vertelde dat de nieuwe Oostenrijkse regering onze aspiraties deelt.’

Voor Zybertowicz is de Via Carpathia dé voorbode van een hechtere politieke vriendschap tussen de landen in Centraal- en Oost-Europa: een die er volgens hem historisch gezien al lang had moeten zijn. ‘Deze Unie wordt te veel aangedreven door de Duits-Franse motor’, zegt hij. Dat is eindig, denkt hij, zeker zolang de ‘christelijke identiteit’ en de rol van de familie blijvend worden ondermijnd. Hier ziet hij een rol weggelegd voor het Drie Zeeën Initiatief. ‘Waarom zouden wij geen rekening houden met een scenario waarin het Europese project instort? Brexit was ook niet rationeel. Wat als Front National de volgende keer wint in Frankrijk en er een Frexit komt?’

Achter de man hangen realistische schilderijen van lachende Poolse soldaten op paarden: mannen die de nationale soevereiniteit bewaakten in een tijd dat dat nog heroïsch was. Toen de koninkrijken van Polen, Hongarije en Bohemen zelfverzekerd hun plek in Europa opeisten. Vandaag is van die centrale positie nog weinig over. Die tijd is al eeuwen voorbij. Wie nu door Centraal-Europa reist voelt dat het allesbehalve een centrale positie inneemt. Twee wereldoorlogen en het IJzeren Gordijn veranderden de regio in een ‘Oostblok’.

ezowe, Polen. Bijna negentig procent van de vijfduizend inwoners heeft op de populistische regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid (PiS) gestemd. De Via Carpathia is voor hen een belofte van welvaart

Op de avond voor Pasen rijden we een stukje door Hongarije op weg naar Roemenië. De wegen zijn abominabel, maar het uitzicht is fantastisch. De zon gaat onder boven de besneeuwde bergketens en dompelt de landschappen in een oranjeroze gloed. In het wegrestaurant waar we stoppen, geeft een norse ober ons een droge cordon bleu met broccoli, en niet de schnitzel die we hadden besteld. Een kaart aan de muur van het veertiende-eeuwse Hongarije is omrand met taferelen van ridders die tegen Ottomaanse invasielegers vechten.

Die angst voor een inval – en daarmee voor migratie – is nog altijd actueel in de regio en heeft de nood aan nauwe politieke samenwerking nieuw leven ingeblazen. Over andere onderwerpen is Oost-Europa minder eensgezind. Zo zijn de Baltische staten het wel eens over een nultolerantie voor Russische agressie, maar verliezen ze Polen in discussies over democratie en liberalisme. Met de Hongaren deelt de Poolse regering een argwaan voor onafhankelijke media en het gerecht, maar botst ze hard op Orbáns openlijke flirt met Poetin. De landen denken én stemmen anders over sociale dumping in de Europese Raad, en dan zijn er nog armere landen als Bulgarije en Roemenië, die zich te afhankelijk voelen van Europese steunfondsen. Zij hebben geen zin om Brussel te treiteren met geopolitieke spelletjes. Uit de eerste begrotingsplannen die de Europese Commissie vorige week publiceerde blijkt ook: vrijwel heel Oost-Europa levert in maar Bulgarije en Roemenië krijgen juist een beetje extra. ‘Ze zijn gewoon bang voor Berlijn’, schampert Zybertowicz.

‘Tijdens het communisme liep er ook een IJzeren Gordijn tussen onze landen’, zegt Géza Jeszensky in zijn statige studeerkamer in het hart van Boedapest. Van een echt ‘Oostblok’ was nauwelijks sprake, vertelt de minister van Buitenlandse Zaken die Hongarije uit het Warschaupact loswrikte. ‘De sovjets hadden spoorlijnen en wegen kapotgemaakt of gesloten. De uitwisseling tussen Praag, Warschau en Boedapest lag veertig jaar bijna stil.’ Jeszensky stond aan de wieg van Visegrad, de groep die Slowakije, Tsjechië, Hongarije en Polen verenigde. Hij onderhandelde met Vaclav Havel en Lech Walesa en schreef mee aan de toetredingsverzoeken tot de Navo en de Europese Unie. ‘Zonder Visegrad zou dat allemaal niet zo snel gelukt zijn, maar het was absoluut niet onze bedoeling om een nieuw machtsblok te vormen. Wij wilden ons vooral aansluiten bij het Westen.’

Twee weken geleden kwamen de Visegrad-landen bij elkaar in Boedapest om te discussiëren over de ondergang van het christendom, de teloorgang van de Europese levenswijze en het voeren van oorlog voor de Europese ziel. De hoofdact deze avond was Steve Bannon. Jeszensky ziet het allemaal met lede ogen aan. Hij vreest dat ‘zijn’ Visegrad zich isoleert met de politisering van het Drie Zeeën Initiatief en Visegrad. Hij staat daar niet alleen in. Tegenover Reuters sprak een hoge EU-ambtenaar vorig jaar nog over het Drie Zeeën Initiatief als een ‘Poolse ruk richting een getto’.

Om ook de stem van de rede in de Poolse regering te horen, spreken we met Adam Bielan. Hij is de vice-president van de Senaat en de officieuze ‘fixer’ van Polen in Brussel. Tien jaar geleden was hij vice-president van het Europees Parlement en zijn Brussels telefoonboekje is nog steeds groot. We zitten nog geen kwartier met hem te praten of hij wordt gebeld. ‘Wacht, het is onze nieuwe EU-ambassadeur.’ Bielan beent weg om vervolgens na drie minuten weer terug te keren. ‘Ik heb een scoop voor jullie: Frans Timmermans komt hier binnenkort weer heen. Ik heb er vertrouwen in dat we voor de zomer die hele kwestie met de hervormingen van justitie hebben opgeklaard’, sust hij. Timmermans is als EU-commissaris verantwoordelijk voor de gesprekken met de illiberale regeringen in Oost-Europa. Tien dagen later bezoekt hij inderdaad Warschau. ‘We zien bereidheid, maar het einde van deze onderhandeling is nog niet in zicht’, zegt de voorzichtige Timmermans.

Bielan verzekert ons dat we niet bang hoeven te zijn voor Poolse frontvorming. Het Drie Zeeën Initiatief is op dit moment louter economisch. ‘De komende vijf tot tien jaar zie ik geen interesse bij onze regionale partners om een politiek blok te vormen. Dat vind ik prima, we willen hen niet bedreigen. We moeten om economische redenen inzetten op het verder integreren van deze regio, want hier zit een gat in de infrastructuur van Europa.’ De ramkoersfilosofie van partijgenoten als presidentieel adviseur Zybertowicz wuift hij weg: ‘Sommige politici en adviseurs kunnen dromen van een politieke dimensie, maar ik zie die nog niet.’ Voor hem is het Drie Zeeën-project alleszins levensvatbaar. ‘Mike Pence komt dit najaar naar ons derde congres in Roemenië.’

Zelfs al heeft de Via Carpathia economisch weinig nut, de weg ‘geeft mensen het gevoel dat ze gezien worden’

Je moet de Poolse regering niet onderschatten, waarschuwt de gezaghebbende politicoloog Aleks Szczerbiak van de Universiteit van Sussex. ‘De plannen voor een blok zijn ambitieus, de regionale meningsverschillen groot, maar de Poolse regering is ook realistisch. Ze weet dat frontvorming een langzaam proces is’, zegt hij. ‘Daarom begint het Drie Zeeën Initiatief van onderop, met wegen, meer economische samenwerking en energienetwerken. Dat is een organisch netwerk waarop Polen later sterke allianties kan bouwen.’ En er is tijd. PiS schommelt nog steeds rond de veertig procent in de peilingen, genoeg om haar parlementaire meerderheid te behouden. In Hongarije blijft Orbáns Fidesz zeker tot 2022 aan de macht.

Roemenië, een accordeonspeler bij het beoogde traject van de Via Carpathia

Het is Pasen, maar dat vieren ze pas later in het orthodoxe Roemenië. Na Oost-Polen, Slowakije en Hongarije is dit de eerste keer dat de Via Carpathia de Schengen-zone verlaat, aan de grens worden nog paspoorten gecontroleerd en vragen gesteld. Daarna volgt een bizar grensgebied met alleen logistieke en transportbedrijven. Het voornaamste Roemeense exportproduct naar West-Europa is goedkope arbeid. Tussen een muur van vrachtwagens tippelen prostituees op hoge hakken, verder is er geen mens te bekennen. Dan plots, na tien kilometer zielloze bedrijfsparken, verandert de industriële wereld in velden. Op de nationale wegen zie je soms een boer met paard en kar. Alsof je door een feodaal rijk reist. Op de grasvlaktes staan kleurrijke wooncaravans van imkers en zigeuners. Langs de wegen prijken notenbomen, Nicolai Ceausescu’s waanidee in de strijd tegen honger. Herders en accordeonspelers bedelen om geld.

Het wordt duidelijk waarom dit land zich weinig dissidentie in Brussel durft te veroorloven. De enige tekenen van welvaart worden geflankeerd door blauwe informatieborden van de EU. Achter bouwvallige boerderijen staan nieuwe serres te blinken en liggen gloednieuwe werktuigen. Zelfs het zaaigoed is betaald met Europees geld. In de dorpen zijn de huizen bijna allemaal verpauperd, ook de steden hebben het moeilijk. In Polen en Slowakije hebben de communistische woonblokken een likje verf gekregen, in Roemeense steden als Oradea en Timisoara zijn ze mistroostig grijs. Alleen onder aan de blokken breekt de kleur van het prille kapitalisme door, logo’s en neonlichten schreeuwen om aandacht.

‘Wat nodig was voordat de beschaving tot de plattelandsbevolking doordrong, waren de bescheiden motoren die het binnen bereik brachten’, schrijft Eugen Weber in zijn standaardwerk over nationalisme. In Peasants into Frenchman is een volledig hoofdstuk gewijd aan het belang van wegen voor het bouwen van een gemeenschap. De routes nationales in Frankrijk zorgden er niet alleen voor dat boeren andere afzetmarkten kregen, maar leidden ook tot een stijging in de hoeveelheid binnenlandse post, toerisme en andere vormen van uitwisseling. Met een hechte cultuur als gevolg.

Die gedachte is nooit meer verdwenen van het Europese continent. Sterker nog: de slagaders van de naoorlogse Europese samenwerking zijn in asfalt gegoten. Wie het continent doorkruist doet dat dikwijls over E-wegen. ‘Ze voeren over een verbrokkeld continent, traditioneel bewoond door clans die elkaar nogal eens naar het leven staan’, schrijft Mathijs Deen daarover in zijn twee maanden geleden verschenen boek Wegen. Daarin beschrijft hij hoe in 1947, vlak na een van de grootste slachtpartijen in de Europese geschiedenis, de Verenigde Naties een plan bedachten. Bezield door het ideaal van ‘never again’ werd een wegennetwerk ontworpen dat de vijanden van weleer zo nauw zou vervlechten dat nieuwe oorlogen konden worden afgewend. De eerste weg – de E1 – liep symbolisch tussen Londen en Parijs.

Op Tweede Paasdag verlaten we de route van de Via Carpathia en rijden naar Boedapest, de weg richting het Westen is opeens wel in goede staat. Bij het binnenrijden stuiten we op gigantische reclameborden met foto’s van een migrantenstroom. Waar je ook gaat in de stad, er is altijd wel ergens het beeld van een invasie. Midden op de dreigende foto prijkt een knalrood stopbord. Dit is een officiële overheidscampagne, betaald met belastinggeld en gelanceerd vlak voor de verkiezingen. De Hongaren staan op het punt om hun premier Viktor Orbán opnieuw aan een absolute meerderheid te helpen.

‘Eigenlijk voeren wij voortdurend campagne’, zegt Zoltan Kovacs zonder gêne. Als woordvoerder van Orbán kruist hij iedere dag de degens met tientallen westerse journalisten. Aan de muren van zijn kantoor aan de Donau hangen opzichtige spotprenten van Angela Merkel met een Duitse oorlogshelm of in bed met haar maatje Sarkozy. ‘West-Europa heeft nooit omgekeken naar deze regio. Het heeft ons altijd gezien als een bron van goede maar goedkope arbeid. Deze unie had een brug moeten zijn die kloven zou overbruggen maar is dat niet geworden.’

Net als zijn baas is Kovacs een meester-provocateur die een hoofdrol opeist in het Europese identiteitsdebat. ‘Centraal-Europa is altijd blijven bestaan. We delen dezelfde cultuur en religie, maar de fundamenten voor samenwerking ontbreken. Daarom zijn we enthousiast over het Poolse initiatief voor de Via Carpathia. Europa weigert ons te steunen, maar tegen 2021 zullen we de weg tussen Miskolc en Kosice al hebben afgewerkt.’

Niet ver van Kovacs’ kantoor staat een bronzen standbeeld van een lachende Ronald Reagan. Een soortgelijk standbeeld is ook te vinden in Warschau en andere Oost-Europese hoofdsteden. ‘Het was niet het Westen dat de Koude Oorlog won, het waren de neoconservatieven’, zegt de populaire Poolse schrijver Ziemowit Szczerek stellig. ‘Toen onze landen de deuren openden, domineerde een neoliberaal denken.’

Die ideologie heeft Centraal-Europa veel gebracht: gestage groeicijfers, buitenlandse investeringen en natuurlijk individuele vrijheid. Maar de ongelijkheid is toegenomen in alle Oost-Europese landen. Vooral in Polen, waar de kinderarmoede hoger is dan in Groot-Brittannië. Het verschil in levensverwachting tussen stad en platteland is vijftien jaar. Vorige regeringen, zoals die van de liberaal-christendemocratische EU-president Donald Tusk, hebben het land doen groeien, maar de opbrengsten nauwelijks verdeeld. ‘Wij zijn het contact met de burger kwijtgeraakt’, geeft Rafał Trzaskowski bijna geërgerd toe. Hij is de Brits geschoolde pupil van Tusk en was een tijdje minister van Buitenlandse Zaken in diens regering.

Hij verloor de verkiezingen in 2015, maar blaakt al weer van het zelfvertrouwen. Hij spreekt snel, dominant en trots en nu wil hij burgemeester van Warschau worden. In feilloos Oxford-Engels zegt hij ‘when I become Mayor…’ en niet ‘if I get elected…’. Hij belooft dat hij lessen zal trekken uit de populistische successen van PiS, maar erg geloofwaardig klinkt dat niet. ‘We gaan de zwakkeren ook helpen hoor. Met sociale programma’s voor de werk- en daklozen. En meer met de mensen praten.’ Verschillende van zijn partijgenoten werden hard aangepakt voor hun gelekte uitspraken als ‘de Poolse mentaliteit is achterlijk’. Die doen sterk denken aan Hillary Clintons veel geciteerde ‘basket of deplorables’ over het Trump-electoraat. Ook Trzaskowski heeft moeite om het elitaire imago van ongeduld met ‘het volk’ af te schudden.

‘“We kunnen het ons niet veroorloven, we kunnen het ons niet veroorloven.” Dat is wat de bevolking in Polen altijd heeft gehoord’, zegt de schrijver Ziemowit. Hij verafschuwt de populisten, maar begrijpt ook goed waarom mensen op hen stemmen. ‘Eerdere regeringen die zich op de borst klopten met mooie groeicijfers konden zelfs geen deftige kinderbijslag invoeren. “Fuck you”, zegt het volk dan. “Wanneer kunnen we het ons wél veroorloven?” Als je dat sentiment lang genoeg negeert krijg je een monsterscore voor een populistische partij.’ In die zin is Ziemowit een voorstander van de Via Carpathia. Zelfs al heeft die economisch weinig nut. ‘Het geeft mensen het gevoel dat ze gezien worden.’

‘Ik geloof niet dat je elk plan volledig rationeel kunt communiceren of uitdrukken in efficiëntie’, zegt presidentieel adviseur en populistisch huisfilosoof Andrzej Zybertowicz. ‘Mensen nemen trends waar en voelen zich bedreigd, daar reageren ze spontaan op.’

Twee dagen voor zijn verkiezingsoverwinning ontmoet Viktor Orbán tijdens een campagnebijeenkomst zijn ideologische geestverwant Jaroslaw Kaczynski, partijvoorzitter van de Poolse populisten. ‘Je kunt niet over de toekomst van Europa praten zonder Viktor Orbán te noemen’, zegt de machtigste man van Polen. ‘Onze huidige vriendschap is een gedeelde weg. Deze weg leidt niet weg van Europa, maar geeft de juiste richting aan. Deze weg voert ons naar onafhankelijkheid voor onze naties met zeggenschap over onze eigen toekomst.’


Dit verhaal werd gesteund door het Postcode Loterij Fonds van Free Press Unlimited