Buitenland

Een einde aan terrorisme

Wanneer is een oorlog tegen terrorisme afgelopen? Die vraag is vaak gesteld in de afgelopen zestien jaar, toen landen in Europa en Noord-Amerika omschakelden naar verhoogde surveillance en opsporing, extra bewaking, militaire interventies in het buitenland, meer wantrouwen en angst, minder privacy. De eerste reactie was meestal: nooit. Dit zal een oorlog zijn voor altijd. Dat was ook het impliciete antwoord van de Amerikaanse regering van George W. Bush, die de leiding nam in wat hij afwisselend War on Terror of Global War on Terrorism noemde, beide grenzenloos en in principe oneindig. Die oorlog had de ingrijpendste gevolgen in Irak en Afghanistan. Maar ook Nederland was een doelwit van het terrorisme, had al-Qaeda-aanhangers binnen de grenzen, en was mede-oorlogvoerder in het Midden-Oosten. En ook Nederland veranderde mee, van detectiepoortjes tot het politieke en maatschappelijke klimaat. Hier was er al debat over de verhouding tussen burgerrechten en terreurbestrijding; in de Verenigde Staten ging dat ook over het toestaan van marteling, het juridische niemandsland Guantánamo, en black sites van de CIA. Debat over de tijdshorizon van de maatregelen. En minder grijpbaar: over wat terrorisme en de reactie erop afneemt van een samenleving – en of wat verloren is ooit terugkomt. Als de volgende grote aanslag misschien morgen kan zijn, wil niemand net geroepen hebben dat het genoeg is geweest. Tegelijk wil niemand altijd in oorlog leven, of zijn andere bedreigingen misschien groter.

Deze vragen zijn weer concreet omdat de Amerikaanse minister van Defensie, ex-generaal James Mattis, afgelopen vrijdag onverwacht aankondigde dat terrorisme niet langer de strategische prioriteit van de Verenigde Staten is. ‘In het licht van toenemende mondiale wanorde’, zo zei hij bij de presentatie van de nieuwe National Defense Strategy, ‘is strategische competitie tussen staten, niet terrorisme, nu de primaire zorg in de nationale veiligheid van de VS.’ De grotere vijanden, dan al-Qaeda en IS, zijn Rusland en China, die ‘een wereld willen scheppen in overeenstemming met hun autoritaire model’. Het is een opvallende koerswijziging. Ten eerste omdat die in strijd lijkt met de prioriteiten van president Trump. Maar ook omdat het een soort afsluiting, of tenminste afbouw beoogt van alles wat samenhangt met die al zo lang gevoerde strijd tegen terrorisme.

Mattis bouwt hiermee voort op de koers van president Obama. Al in 2009 verving Obama de officiële term Global War on Terror met het droge Overseas Contingency Operations en begon hij voorzichtig te zinspelen op een einde ervan. ‘Een decennium van oorlog komt ten einde’, zei hij bij zijn tweede inauguratie, in 2013. ‘Wij, het volk, geloven dat duurzame vrede geen eindeloze oorlog vereist.’

Als je een beer een schaap ­noemt, ­blijft het een beer

Als je een beer een schaap noemt, blijft het echter een beer. Ondanks Obama’s woorden bleef Guantánamo open, ging de oorlog in Afghanistan verder, bleven inlichtingendiensten ongekende hoeveelheden data verzamelen en bleven de VS in tal van landen militair actief – Amerika’s ‘Forever War’ met Kabul als hart. Het weekblad The Nation schatte in 2012 dat Special Operations Forces van het Amerikaanse leger in minstens honderd landen actief waren, van training en advies tot sabotage of oorlog. In 2015 schatte The Nation dat cijfer op 135: meer dan tweederde van alle landen ter wereld. En Obama werd de president van de drone wars: ongeziene liquidaties, met bijkomende schade, in steeds meer landen.

En toen moest IS nog komen. In 2014 nam de strijdgroep hele stukken Irak en Syrië in. In de jaren daarna inspireerde of voerde het aanslagen uit in onder meer Brussel, Parijs, Istanbul, Nice, Manchester en tal van steden in de Arabische wereld. Een nieuwe oorlog (in Syrië) werd bij de oorlog tegen terrorisme getrokken; Europese landen moesten hun waakzaamheid nog veel hoger opschroeven. Alles wat de ‘oorlog tegen terrorisme’ heette, staat nog overeind.

De Amerikaanse heroriëntatie op competitie tussen landen is in die zin fijn dat zij vooruit kijkt naar een wereld voorbij de dreiging van terrorisme en alle zichtbare en onzichtbare maatregelen daartegen. Het is een hoopvoller geluid dan dat van de gelukkig gedumpte Michael Flynn, de voormalige veiligheidsadviseur van Trump, die tegen terrorisme een oorlog ‘op het niveau van de Tweede Wereldoorlog’ nodig achtte, en dat ‘meerdere generaties lang’. Maar als het niet strookt met de werkelijkheid, zijn het ook lege woorden.