Een en al verwachting

BLAUW CURAÇAO heet het nieuwe boek van Kees ‘t Hart, een titel die direct nogal verschillende associaties oproept. Niet alleen aan zon, zee en stranden, maar minstens evenzeer aan het zoet van de drank en mogelijk de daarbij behorende roes.

Het kan niet anders of hier is opzet in het spel. Zijn roman is inderdaad, zoals ook eerder werk van zijn hand, op een bizarre manier dubbelzinnig. Dat begint al met het blauw in de titel. Dat is, behalve de kleur van de trouw van de minnaar aan zijn geliefde, niet minder die van de Blauwe Schuit, het carnavalsschip vol lichtzinnige figuren. Dus ook de kleur van de waanzin, van de quasi-orde, van de schijn die het wezen niet dekt zoals in uitdrukkingen als ‘blauwe maandag’ en 'contes bleus’ blijkt.
Al die betekenissen spelen mee in het boek. Kees ’t Hart schept er een sardonisch genoegen in om zijn lezers een wereld voor te zetten waarin de logica regelmatig met vakantie is, waardoor een prettig soort gekte ontstaat die allerlei onmogelijks mogelijk maakt. Zo komen in Blauw Curaçao foto’s uit een pornoboekje tot leven, klinkt uit vergeelde bladzijden van boeken het geroep en geschreeuw van stervenden op, babbelen huishoudelijke voorwerpen in een vitrine met elkaar en geven figuren op een schilderij met gelach commentaar op een conversatie in de kamer. Een grens tussen waan en werkelijkheid is er nauwelijks, de realistische orde van het vertellen wordt meegezogen in meanderende zinnen, die zo'n stuwende kracht hebben dat ze regelmatig uit hun bedding lopen en de lezer meesleuren naar plekken waar hij elk houvast kwijt is. Waar de zinnen even tot stilstand komen, gaan ze over in fantastisch woordspel.
TOCH HOEFT bij alle geassocieer en gedelireer niet voor chaos te worden gevreesd. Want tegelijkertijd zit er gek genoeg behoorlijk wat systeem in het boek, zelfs het omslag doet daarin mee. Dat bestaat uit een reproductie van Piero della Francesca’s fresco De droom van Constantijn, een van de eerste bewuste clair-obscur nocturnes in de Italiaanse kunst, waarop een in gepeins verzonken goddelijke boodschapper is afgebeeld die in zijn fysionomie onmiskenbaar de trekken vertoont van de auteur. De reproductie wordt op verschillende manieren in de roman geduid. Dat gebeurt ook met de huiveringwekkende ballade Der Erlkönig van Goethe, die met het fresco in verband wordt gebracht. Daarin gaat het om een kind dat een elfenkoning ziet die hem wil meenemen. Uit de tekst wordt niet duidelijk of de elfenkoning meer is dan slechts een hersenschim; in elk geval is het kind aan het eind van het lied dood.
Het blijft trouwens niet bij Piero della Francesca en Goethe als het om verwijzingen gaat. Vestdijk met zijn De koperen tuin doet ook mee en bij sommige beelden moest ik denken aan de hallucinatoire metamorfosen van de filmer Peter Greenaway.
Blauw Curaçao is verankerd in vier hoofdstukken, en dat zijn tevens de coördinaten waarlangs de belangrijkste verhaallijn is getrokken. De verwikkelingen beschrijven een dag uit het leven van de hoofdpersoon, een jongen van negentien, net adolescent af zou je kunnen zeggen, of nog net niet. In elk geval is hij iemand die bezig is de grens naar volwassenheid te passeren. Samen met zijn moeder logeert hij in het huis van haar vriendin. De twee vrouwen hebben elkaar jaren niet meer gezien en zullen die avond een reünie van hun vroegere middelbare school bezoeken.
Die reünie blijkt vervolgens de katalysator van heel wat meer herenigingen met bijbehorende herinneringen. Alles begint met een kist op de zolder van zijn logeeradres, waarin de jongen souvenirs aantreft uit een periode die hij uit zijn leven had gebannen: een verblijf op Curaçao tussen zijn derde en zesde levensjaar. Zijn moeder was toen een korte periode niet in staat hem te verzorgen vanwege een vlaag van verstandsverbijstering met desastreuze gevolgen. Ze hield er een schreeuwziekte aan over. Hij werd toen opgevangen door de vrouw waarmee hij nu onder een dak slaapt. Wanneer hij door het raam van zijn logeeradres ziet hoe twee vrouwen elkaar opmaken, raakt hij gefascineerd door hun gebaren. Doordat ze het kijken zelf laten zien, herinnert hij zich met terugkerende genegenheid: 'Zo had ik op Curaçao in de spiegel gekeken wanneer mijn moeders vriendin zich opmaakte, zich bepoederde en haar lippen kleurde met een donkerrode stift.’
Hij loopt vervolgens het oude stadje in waar hem vanaf het balkon van zijn vroegere woning de Erlkönig wordt toegezongen. De jongen die het zingt, had hij blijkbaar kunnen kennen uit Curaçao, hij staat daar met zijn nicht. Het hem onbekende lied trekt hem onweerstaanbaar aan. Het raadsel dat erin opgesloten ligt, intrigeert hem al evenzeer als het fotoalbum dat hij van het tweetal cadeau krijgt. Het is een verzameling verhaalloze foto’s van het gezin op Curaçao. Hun gezichten zijn bijna allemaal doorgekrast of besmeurd, een paar foto’s zijn doormidden gescheurd. Kennelijk het werk van zijn moeder. Als ze die avond gedrieën op stap gaan, en daarbij ook de reünie aandoen, zal blijken dat het meisje wel iets voor hem voelt. Een kans maakt ze echter niet.
HET IS NIET niks wat hier samengevat bij elkaar komt, en er is nog meer. Een opgemaakte balans zou er als volgt uit kunnen zien. Het gaat om een verdrongen kindertijd, een moeder die zich vastklampt aan haar zoon, een vader is er niet, of hooguit aanwezig in de mysterieuze Erlkönig-ballade en de enkele aantekening dat hij bij een olieraffinaarderij werkte. Verder valt het overmatig gebruik van de kleuren rood, geel en groen op, de rastakleuren maar niet minder verwant met het carnavaleske en de omgekeerde wereld. Legio zijn de verwijzingen naar het gezicht als masker. En iedereen is naamloos. Behalve de ware sirene uit het boek, de vriendin van zijn moeder. Ze heet Susan, zij maakt de lokroep van het verleden aanwezig en weet de jongeman daarmee te vangen.
Het zijn stuk voor stuk gegevens die voer zijn voor psychologen. Maar bij zoveel 'duidbaarheden’ ga je al snel aan valstrikken denken en een auteur die zich op de achtergrond zit te verkneukelen. Ook deze roman van ’t Hart lijkt me niet bepaald een psychologische legpuzzel - tenzij een waanzinnig dubbelzinnige. Het boek verzet zich in feite tegen elke vorm van samenvatten of tekst en uitleg geven. Eerder nog neemt het alle verklaren en schematiseren in de maling. De roman duiden betekent in de eerste plaats het verhaal letter voor letter terugvertellen. In die zin is Blauw Curaçao woord- en vertelkunst pur sang.
ALS DE JONGEN aan het eind in bed ligt, weet hij wat zijn dag zo bijzonder heeft gemaakt: 'Ik was vandaag een verwachtingsvolle jongen geweest, dat was alles, ik had alles verwacht, alles, van de oude stad, van mijn voeten, van de etalages, van mijn moeders schreeuwen, van haar vriendin, van mijn oude huis en van het licht dat ’s nachts in de stad omhooggeworpen werd. Ik lag met open ogen in bed.’
Een en al verwachting, die houding van de jongen verraadt iets over het boek. Blauw Curaçao is misschien nog wel het meest een pleidooi voor ontvankelijkheid, en daarmee een roep om verbeelding. En verbeelding, daar weet Kees ’t Hart wel raad mee.