Een exemplarische lesbienne

Sally Cline, Radclyffe Hall: A Woman Called John, John Murray London, 434 blz., Ÿ 98,95 ..LE Afgelopen winter verscheen weer een biografie van Marguerite Radclyffe Hall, de beroemdste ‘butch’ van deze eeuw. De zesde biografie al sinds 1961. En al wilde Sally Cline als eerste ‘heel de mens’ Radclyffe Hall weergeven, een groot deel van het boek gaat toch weer over Radclyffe Halls garderobe en haarsnit. ..LE DE INVLOED van The Well of Loneliness, het beroemdste boek van de Engelse schrijfster Radclyffe Hall, valt nauwelijks te overschatten. Toen de lesbische emancipatieroman in 1928 verscheen, was hij direct een succŠs de scandale. Het larmoyante pleidooi werd in tientallen talen vertaald en ging miljoenen keren over de toonbank. Getuigenissen van Nederlandse gevoelsgenotes uit de jaren dertig, veertig en vijftig, zoals opgenomen in de studie Verkeerde vriendschap, laten zien dat De bron van eenzaamheid hun bijbel was. Ze konden zich met het boek identificeren. Vaak beseften ze pas dat ze z¢ waren als ze hadden gelezen over de masculien geboren Stephen Gordon, ‘een kleine baby met smalle heupen en breede schouders’. Om hun sapfische inborst kenbaar te maken, legden ze bij damesbezoek eenvoudigweg De bron van eenzaamheid op de salontafel.

Later, in de jaren vijftig, werd Eenzaam avontuur van Anna Blaman het nieuwe lesbische koffietafelboek. De titel daarvan knipoogt naar de bestseller van Radclyffe Hall. Na de publicatie van De bron van eenzaamheid was eenzaam een synoniem voor lesbisch geworden. Zo betitelen de vrouwen in Verkeerde vriendschap zich ook: ze waren ‘eenzamen’. Marie Louise Doudart de la GrÇe noemde de roman die ze in 1946 op aandringen van homo-emancipator Jacob Schorer schreef niet voor niets Vae solis, 'Wee de eenzamen’. Tot ver in de jaren vijftig stond de roman van Radclyffe Hall op de verzendlijst van het COC.
RADCLYFFE HALL was niet alleen beroemd als schrijfster van dat ene boek, ze was tijdens haar leven al een legende. Ze was gefortuneerd geboren en dus niet genoodzaakt haar lot aan dat van een man te verbinden. In een tijd dat alleen mannen broeken droegen, hulde zij zich in speciaal op maat gemaakte smokingjasjes van Chinese zijde en in gesteven overhemden met stropdas of vlinderstrik. Ze rookte kleine groene sigaartjes, droeg extravagante mannenhoeden, knipte haar haar af en zette zo nu en dan een monocle op haar neus. Ze leefde openlijk met vrouwen samen en noemde zichzelf John. Excentriek was ze, een lesbische dandy die jarenlang het imago van de lesbienne als pseudo-man bepaalde.
Ze was helemaal een complexe vrouw die heel wat tegenstellingen belichaamde. Ze was verlegen, onhandig en introvert, en toch werd ze de pleitbezorgster van een controversi‰le zaak. Hoe flamboyant ze ook gekleed ging, ze verwachtte eigenlijk dat ze niet opgemerkt zou worden. Ze was een rebel en een outlaw, maar ze was ook politiek conservatief en fanatiek rooms-katholiek. Behalve katholiek was ze spiritiste. Ze haatte conflict en opschudding, niettemin raakte ze in drie sensationele rechtszaken verwikkeld. Ze beschreef Stephen Gordon, de lesbische hoofdpersoon van The Well of Loneliness, als een misslag van de natuur en liet haar liefde treurig eindigen. Meer dan een 'bedelares der liefde’ zou Stephen niet zijn. Zelf was ze erotisch behoorlijk succesvol. Ze had verschillende langdurige lesbische huwelijken en tal van affaires. Eenzaam voelde ze zich misschien, alleen was ze allerminst.
Juist omdat ze controversieel en complex was en omdat ze deel uitmaakte van verschillende kleurrijke literaire en lesbische kringen, zijn er inmiddels maar liefst zes biografie‰n aan haar gewijd. Vorig jaar verschenen er zelfs twee. Aan het begin van het jaar publiceerde Joanne Glasgow Your John; deze winter verscheen Sally Clines Radclyffe Hall: A Woman Called John.
Haar pastorale po‰zie en Victoriaanse romans werden in haar tijd hogelijk gewaardeerd, voor haar roman Adam’s Breed uit 1926 kreeg ze twee prestigieuze literaire prijzen in ÇÇn jaar - het is allemaal, terecht, vergeten. Naast The Well of Loneliness is Radclyffe Halls leven haar belangrijkste tekst.
MARGUERITE Radclyffe Hall werd op 12 augustus 1880 geboren in een upper middle class-gezin. Haar vader was een flierefluiter: hij vulde zijn tijd met jagen, paardrijden en hondenfokken, met tokkelen op zijn mandoline en met rokkenjagen. Zijn huwelijk met haar moeder, een Amerikaanse die naar eigen zeggen van Pocahontas afstamde, liep op de klippen toen Radclyffe Hall nog heel jong was. Zij zou door haar hardvochtige moeder en onverschillige stiefvader worden opgevoed. Vandaar dat het in haar romans altijd over ongelukkig huiselijk leven gaat en over afwezige, geãdealiseerde vaders.
Radclyffe Hall wilde doen wat jonge meisjes niet mochten doen: paardrijden zonder zadel, klimmen in bomen, broeken dragen. Ze zag er, anders dan haar alter ego Stephen Gordon, geenszins uit als een tomboy. Toen ze vijf jaar oud was, werd er een portret van haar geschilderd. Dat toont een meisje in een victoriaans jurkje van mousseline met wuft gepofte mouwtjes. Ze heeft blonde krullen, blozende wangen en grote, onschuldige ogen. Haar geliefde Una Troubridge, die zich alle moeite getroostte om de mythe van de mannelijk geboren lesbienne na Radclyffe Halls dood in stand te houden, zou de krullen later laten wegwerken. Echte lesbiennes hebben geen krullen, vond zij.
Die mythe van de geboren lesbienne zou Radclyffe Hall pas gestand doen toen ze meerderjarig werd. Ze kreeg de beschikking over het kapitaal van haar gestorven vader en grootvader en verliet het huis van haar 'loshandige’ moeder. Ze begon dichtbundels te publiceren en stortte zich in erotische avonturen met getrouwde vrouwen of vrouwen die hun affaire met een huwelijk be‰indigden. Jagen en paardrijden werden haar favoriete tijdverdrijf. En ze begon bij kleermakers strenge rokken en herenjasjes te bestellen.
Toen ze 27 was, begon ze haar eerste belangrijke liefdesgeschiedenis met de populaire zangeres Mabel Batten, bijgenaamd Ladye. Deze nam de culturele opvoeding van Radclyffe Hall stevig ter hand. In de Victoriaanse tijd was het gebruikelijk dat welgestelde meisjes werden onderwezen door gouvernantes. Er werd hun een allegaartje bijgebracht; de prestigieuze scholen en universiteiten waren voor mannen. 'Surely a woman doesn’t need to go to Cambridge to be charming?’ laat Radclyffe Hall een van de personages in The Unlit Lamp zeggen. Door Ladye, die heuse leeslijsten voor haar opstelde, ging er een wereld voor haar open. Onder de vleugels van Ladye bekeerde ze zich tot het katholicisme. Samen met haar ging ze op audi‰ntie bij de paus. Omdat seksualiteit tussen vrouwen voor de kerk niet bestond, heeft Radclyffe Hall nooit het gevoel gehad dat haar geloof met haar liefdesleven botste.
Via Ladye leerde ze ook andere onafhankelijke intellectuele vrouwen kennen, hun huis in Londen groeide uit tot een lesbische ontmoetingsplaats. Het waren allemaal vrouwen, ’ who did things’, zou Una Troubridge schrijven in haar biografie The Life and Death of Radclyffe Hall. Omdat iedereen 'dingen deed’ brak ook de ambitie van Radclyffe Hall door. Tot die tijd schreef ze haar pastorale versjes louter als liefhebberij, nu besloot ze zich ook aan het proza te wagen.
De relatie met de veel oudere Ladye liep dramatisch af. Radclyffe Hall was haar al eerder ontrouw geweest, maar toen ze in 1915 een vrijage begon met Ladyes nichtje Una Troubridge, had ze een wel heel erg standvastige minnares getroffen. Er ontstond een pijnlijk mÇnage trois, totdat Ladye er letterlijk in bleef. Midden in een ruzie, omdat Radclyffe Hall weer eens diep in de nacht terugkwam van Una, kreeg Ladye een beroerte. Elf dagen later ging ze dood, zonder dat ze een woord van vergeving had kunnen uitspreken. Het maakt Radclyffe Halls spiritistische neigingen verklaarbaar. Met Una bezocht ze regelmatig een medium dat hen in contact bracht met Ladye aan gene zijde. Ladye was, liet ze het medium weten, niet meer boos.
MET UNA Troubridge vormde Radclyffe Hall hÇt lesbische paar van de eeuw. Ze bleven 28 jaar bij elkaar en leefden een buitenissig leven. Ze verkasten voortdurend van de stad naar de countryside en weer terug, de uitspraak van hun vriendin Zelda Fitzgerald indachtig dat een kamer zonder open koffer er afschuwelijk uitziet omdat alles dan zo permanent lijkt. Op het platteland fokten ze honden. Ze zouden altijd bulldogjes, tekkels en terri‰rs om zich heen hebben, want honden maakten dat Radclyffe Hall zich thuis voelde. Una hield twee duiven, PellÇas en MÇlisande; Radclyffe Hall de papagaai Karma. Ze hadden ook een doodgewoon konijn dat naar de onwaarschijnlijke naam Lady Dionissia luisterde. Ze verfijnden hun dracht. Una zag je niet meer zonder monocle. Radclyffe Hall kocht slobkousen. Ze reisden door heel Europa, vergezeld door een gekooid kanariepietje. Ze vormden zelf in de eerste plaats de lesbische avantgarde, de rest leerden ze kennen. Van Vita Sackville-West tot Natalie Barney en haar salon, van Virginia Woolf tot Djuna Barnes.
AL DIE KLEURRIJKE feiten zouden, net als Radclyffe Halls levensloop, nogal oninteressant zijn, als hun leven niet exemplarisch was geworden. Ze leidden het exemplarische leven van de lesbische chique van het begin van de eeuw. Dure reizen, grote landhuizen, een enerverend bestaan in de subcultuur, excentriciteit - het was mogelijk doordat ze stinkend rijk waren. Radclyffe Hall is bovendien versteend tot standbeeld van de mannelijke lesbienne, Una Troubridge tot dat van haar vrouwelijke evenknie. Ze zijn de beroemdste butch en femme van de eeuw. Als butch leefde Radclyffe Hall het bevoorrechte leven van de middle class-man, vertroeteld en verzorgd door haar Una.
Sally Cline probeert Radclyffe Hall in haar biografie met alle kracht van haar lesbische stigma te ontdoen, maar ze probeert dat tevergeefs. Natuurlijk, je leert uit haar studie dat Radclyffe Hall niet geheel samenvalt met Stephen Gordon, de protagoniste van The Well of Loneliness. Zij was geen baby met smalle heupen en brede schouders, ze zag er niet eens uit als een jongensmeisje. Zielig en eenzaam was ze ook niet. Ze was gevierd als schrijfster en een respectabel lid van de Londense literaire coterie. Toch blijft Radclyffe Hall ook na deze biografie de levende illustratie van de theorie‰n van de seksuologen uit haar tijd.
DAT KOMT voor een groot deel door The Well of Loneliness, dat is geschreven volgens het seksuologische boekje van Ulrich, Havelock Ellis en Kraft-Ebing. Deze seksuologen van rond de eeuwwisseling probeerden de homoseksualiteit te categoriseren. Ze ontwierpen het zogenoemde 'derde geslacht’, een tussengeslacht tussen dat van man en vrouw in. Homoseksualiteit was in hun ogen een aangeboren afwijking, een zijweg van de natuur die niettemin natuurlijk was.
Zoals zij aan haar uitgever schreef, zag Radclyffe Hall het als haar plicht de pen op te nemen 'ter verdediging van hen die volkomen weerloos zijn, die vanaf hun geboorte anders zijn, overeenkomstig een of ander verborgen plan van de natuur’. Om haar pleidooi kracht bij te zetten vroeg ze de beroemde seksuoloog Havelock Ellis om een inleiding, en inderdaad huldigde hij de oprechte manier waarop zij 'een bijzondere wijze van het sexueele leven’ belicht en gaf hij aan dat zij betrouwbaar aantoont hoe 'bepaalde mensen’, ondanks hun afwijking, 'somtijds het edelste karakter en de beste hoedanigheden bezitten’. De edele Stephen Gordon is met haar smalle heupen en brede schouders direct herkenbaar als lid van het derde geslacht.
Maar het is niet alleen dat beruchte boek dat maakt dat Radclyffe Hall exemplarisch is geworden. Ze modelleerde Stephen Gordon naar zichzelf en modelleerde zichzelf weer naar Stephen Gordon en de theorie‰n. Of misschien moet je zeggen dat vooral Una Troubridge dat deed. Nadat Radclyffe Hall in 1943 was overleden nam zij de mythevorming stevig ter hand. Zij had tijdens hun langdurige relatie een dagboek bijgehouden, terwijl Radclyffe Hall zelf nauwelijks autobiografisch materiaal heeft nagelaten. Zij liet het meisjesportret reviseren. In 1961 publiceerde zij de eerste biografie van Radclyffe Hall, waarin het beeld van de geboren lesbienne flink wordt aangezet.
Je kunt je afvragen of het erg is dat een rijk geschakeerd leven slinkt tot een paar foto’s van een merkwaardig mannelijke vrouw, tot ÇÇn opzienbarend maar drakerig boek, en tot de verhalen over rechtszaken. Want hoezeer Sally Cline ook poogt een beeld van 'heel de mens’ Radclyffe Hall te geven, een groot deel van haar biografie blijft ze toch stil staan bij garderobe en haarsnit, bij haar aanstootgevende boek en de ban daarvan. De rechtszaken die The Well of Loneliness in Engeland en Amerika wegens het propageren van 'horrible practices’ achtervolgden, behoren tot de meest geruchtmakende literaire processen van deze eeuw, althans, in de westerse wereld. Radclyffe Hall was zelf realistisch. Lang voor de rechtszaken, nog voordat ze de roman af had, wist ze: dit is het boek waardoor ik herinnerd zal worden.