Een existentiële schreeuw

Speculative fiction, de noemer die de Canadese auteur Margaret Atwood graag gebruikt om te verwijzen naar intelligente sciencefiction, is bij uitstek van toepassing op zowel Ridley Scotts klassieker Blade Runner (1982) als op de bron ervan, Do Androids Dream of Electric Sheep (1968) van Philip K. Dick.

In het verhaal krijgt een premiejager de opdracht een groep illegale artificiële mensen in een dystopische megastad uit te schakelen. De gebruikte term is ‘to retire’ oftewel ‘te laten uittreden’. Het eufemisme creëert een snijdende ironie, wat de kern raakt: ‘doden’ of ‘vermoorden’ doen alleen echte mensen. En daarvan zijn er niet zo veel in Blade Runner.

Wat is een mens? Wat is werkelijkheid? Boek en film stellen grote vragen aan de orde. Gissen in fictievorm, dus. Juist daarom zijn filosofen die fictie gebruiken om mens en wereld te ‘doordenken’ zo gefascineerd door Blade Runner. Neem het onderwerp van de cartesiaanse twijfel. Slavoj Zizek wijst op een statement van Pris, een van de vrouwelijke Nexus 6-robots op wie Rick Deckard jaagt, namelijk: ‘Ik denk, dus ik ben.’ Zizek: ‘Waar is het punt van zelfbewustzijn nog wanneer alles wat ik werkelijk ben een artefact is, niet alleen mijn lichaam, maar ook mijn meest intieme herinneringen en fantasieën?’ Het probleem wordt nog complexer wanneer blijkt dat sommige Nexussen niet eens weten dat ze artificieel zijn, zoals de beeldschone Rachel, in de film gespeeld door Sean Young. Daar komt bij dat twijfels over de menselijkheid al dan niet van Deckard (Harrison Ford) toenemen naarmate het verhaal vordert.

Menselijkheid als een ontwijkend idee, een droombeeld – dát maakt Blade Runner zo mooi. Om te verifiëren of ‘iemand’ een mens is, wordt de ‘Voight-Kampff-test’ toegepast. Heb je empatisch vermogen, ben je mens. Zo niet, dan is het tijd voor je ‘uittreden’. Maar wat als je zelf niet weet wat je bent? In een van de nieuwste boeken over de film, Philosophy and Blade Runner, citeert Timothy Shanahan uit een nooit uitgesproken speech die Dick voor zijn dood in 1982 schreef. Het gaat over de vraag wat een ‘authentiek mens’ is. Dick: ‘Namaakwerkelijkheden creëren namaakmensen. Of, namaakmensen zullen namaakwerkelijkheden scheppen, en ze vervolgens aan andere mensen verkopen waardoor zij veranderen in falsificaties van zichzelf.’ Een betere beschrijving van het huidige digitale tijdperk is nauwelijks denkbaar: het authentieke is weg, de enige werkelijkheid bestaat uit schijnbeelden. In sociale media, in de online economie en in het internet der dingen verdwijnt het menselijk lichaam. En tóch is het mogelijk te zeggen: ik denk, dus ik ben. Wat zijn we dan nog, of wat zijn we aan het worden?

Deze vragen voeden de sfeer van verlies en melancholie in Blade Runner, vooral in de climax wanneer Nexus-leider Roy Batty (Rutger Hauer) het leven van Deckard redt terwijl beiden een strijd om ‘leven en dood’ voeren. De beroemde, door Hauer geschreven tekst, ‘All those moments lost in time… like tears in rain’, is een existentiële schreeuw, een hunkering naar individualiteit en menselijkheid, dingen die verdwijnen in de oneindige stad der technologie.


Te zien vanaf 18 juni in gerestaureerde versie


Beeld: (1) Blade Runner (Eye Film)