Een fabriek bespelen

Wreed & Tocht is nog te zien tot en met 28 augustus in het Machinegebouw van de Westergasfabriek, aanvang 21.30. Reserveren: 020-6384505.
Het terrein van de Westergasfabriek aan de Haarlemmerweg in Amsterdam is de afgelopen tijd intensief gebruikt als locatie voor theater- en beeldende- kunstpresentaties. En het valt op hoe verschillend die voormalige fabrieksruimten daarbij worden gebruikt. In het Machinegebouw zag ik tijdens het Triple X-festival twee voorstellingen. Voor de solo van Anna Kohler was deze hoge, vierkante loods conventioneel ingezet: de ene helft tribune, de andere helft speelvloer, met als achterwand een blinde muur. Kohler probeerde met een zendmicrofoontje de afstand tussen haar en het publiek te overbruggen, maar het was alsof haar woorden in de grote loods verdronken. In een intiemere ruimte met een betere akoestiek was deze (onaffe) theatersolo meer tot z'n recht gekomen.

Bij de voorstelling van Peter Halasz was de tribune een kwart gedraaid; het publiek keek uit op de open pui met de grote ramen en deuren. Halasz bleef in het begin van zijn solo buiten rondhangen. Hij speelde wat op z'n gitaar, schoot voorbijgangers aan, tuurde bij ‘ons’ naar binnen. Een mysterieus beeld, die kale, rusteloze troubadour in het oranje buitenlicht. Aarzelend kwam hij binnen, en de deur bleef de hele voorstelling lang open staan alsof Halasz zo weer weg kon zijn. Maar na dat prachtige, vreemde begin nam Halasz plaats op een podium vlak voor de tribune. De rest van zijn solo was een onnadrukkelijk gespeelde ontboezeming, waarbij de acteur bijna hardop leek te denken. En nu bleek de grote ruimte weer een handicap: Halasz was soms nauwelijks te verstaan en het lukte hem niet om over de batterij voetlichten te komen die tussen hem en het publiek waren opgesteld.
Maar wie van datzelfde Machinegebouw wil genieten, kan nog tot het einde van de week naar Wreed & Tocht, twee choreografieen op een avond. Bij beide voorstellingen is niet geprobeerd om de ruimte te centreren, maar wordt-ie in al z'n weidsheid gebruikt. Marcello Evelin laat hoog boven het publiek een zanger op een schommel Engelse kerstliederen zingen. Beneden creeren drie danseressen poetische tafereeltjes. Een van de drie staat met haar rug naar het publiek te hoelahoepen. Een ander legt bakstenen in een lange rij op de vloer en wandelt daar statig over met een wandelstok. De drie vrouwen lopen in een vierkant achter elkaar aan, waarbij alleen de middelste zich zo ingewikkeld mogelijk probeert voort te bewegen. Soms zijn de taferelen ver weg, dia’s op de achtergrond roepen het beeld op van een stad. Dan wordt de tribune dicht naar de wand gereden en doen de drie vrouwen vlak voor het publiek ieder een kunstje. De fragmenten volgen elkaar vanzelfsprekend op, de danseressen hebben alledrie een krachtige aanwezigheid, en alles heeft dezelfde ondertoon van ingekeerde rust en melancholieke herinnering. Er zijn achteloze veranderingen in kleding, waarbij ieder kledingstuk - een hip trainingsjasje, een paar klompen, een hoge bontmuts, rijlaarzen - een eigen verhaal lijkt te vertellen. En juist door de open, ijle structuur van de voorstelling wordt de ruimte van decor tot een medespeler.
Mette van der Sijs maakte een choreografie voor driemannen (onder wie Marcello Evelin). Ook deze is heel sterk van atmosfeer: een broeierige, zomerse nacht op de daken van een grote stad. Het rare kleine huisje binnen in de loods is getransformeerd tot de woning van twee van de drie jongens, en als in Hitchcocks Rear Window bekijken we van veraf wat er daarbinnen gebeurt. Vanuit alle hoeken van de ruimte komen verrassingen te voorschijn: het regent tropisch fruit, en als de jongens met z'n drieen muziek maken, worden ze ineens versterkt door een Braziliaanse band die buiten in de deuropening blijft staan.
Toch werd de poezie van de voorstelling naar mijn smaak telkens overvleugeld door de vele effecten, en door het verhaaltje dat de drie dansers teveel uitspelen in plaats van oproepen. De erotische driehoeksverhouding zou met minder scenetjes en meer rust aan drama winnen. De dansers kunnen nog veel meer op deze locatie wonen, in plaats van ’m alleen te bespelen.