De big business heeft Bush in de zak

Een façade bezoedeld

President Bush heeft het beeld gecultiveerd dat de oorlog tegen Irak is gebaseerd op morele ideeën. Door gedwongen aftreden van Richard Perle als voorzitter van een belangrijk adviesorgaan van het Pentagon staat dit idealisme nu in een ander licht.

George Bush junior voerde campagne als een kandidaat die voornamelijk in binnenlandse politiek was geïnteresseerd. Pas door de gebeurtenissen van 11 september 2001 kwam zijn presidentschap in het teken van het buitenlands beleid te staan. De indruk bestaat dat met name de neoconservatieven hun kans schoon zagen om het vrij lege presidentiële hoofd te vullen met ideeën waar zij in verschillende denktanks jaren aan hadden gewerkt. Met succes. Bush lijkt hun visie te omarmen.

Voor de neoconservatieven zijn de Verenigde Staten het enige land dat gebaseerd is op een idee. Niet op zomaar een idee, nee, op een goed idee. Amerika is het baken van vrijheid in de wereld, de enige supermacht wiens morele plicht het is vrijheid en democratie in het Midden-Oosten te vestigen.

De regering is niet ontevreden met dit idealistische intellectuele banier, integendeel. Door het beleid te verbinden met de wereld van de «ideeënindustrie» is het beeld gewekt dat een preventieve aanval niet wordt ingegeven door krasse belangenpolitiek, maar door zorgvuldig uitgedachte en wetenschappelijk onderbouwde inzichten. Deze indruk werd bevestigd toen Bush op een gala-avond van de neoconservatieve denktank het American Enterprise Institute (AEI) een speech hield over het doel van een aanval op Irak.

Een van de architecten van het buitenlands beleid van Bush en de meest uitgesproken voorstander van de aanval op Irak is Richard Perle. Perle is een resident scholar op het AEI.

Maar hij is meer. Met name in zijn rol als voorzitter van de Defense Policy Board, een onbezoldigd adviesorgaan van het Pentagon, oefende hij veel invloed uit op de regeringsplannen voor Irak. Men kan hem bijna iedere dag ergens op tv zien of in de krant lezen. Hierdoor is het ex-lid van de Reagan-regering (maar, zoals hij voortdurend zegt, «nog altijd een geregistreerd Democraat») een van de meest herkenbare haviken.

De prince of darkness, zoals zijn bijnaam luidt, beheerst het politieke spel — van het bureaucratisch invechten tot het bespelen van de pers en manipuleren van de publieke opinie — tot in de puntjes. Zo stond Perle erop, toen ik hem eens interviewde, dat ik naar hem verwees als geleerde van het AEI omdat, zei hij nederig, «mensen hem te veel gingen beschouwen als woordvoerder van de officiële regeringspositie». Bovendien vroeg hij me dringend de aanval op Irak als «de bevrijding van» te beschrijven. Het gebruik van de woorden scholar en liberation schept in zijn ogen kennelijk het beeld van een belangeloze en idealistische expert. Met zijn neoconservatieve kompanen heeft hij het Amerikaanse volk er op deze manier van overtuigd dat de bevrijding van Irak een nobele zaak is. Een oorlog die een fluitje van een cent zou zijn, niet in de laatste plaats omdat het Iraakse volk, bij het zien van de soldaten uit Amerika, zelf dictator Saddam uit de weg zou ruimen en de democratie omarmen.

Maar het beeld van belangeloze expert houdt nu geen stand meer. Perle is de laatste tijd vooral in het nieuws omdat hij zijn positie en invloed bij het Pentagon misbruikt om klanten te helpen en zijn eigen zak te spekken. Niet alleen zou hij schaamteloos geldschieters uit Saoedi-Arabië — een land dat hij er lang van heeft beschuldigd te collaboreren met islamitische terroristen — hebben gezocht voor zijn investeringsbedrijf. Deze felle «vrijheidsstrijder» heeft ook geld aangenomen om Amerikaanse bedrijven te helpen met hun zaken in China. Tot nu toe zijn alleen Global Crossing en Loral Space and Communications aan het licht gekomen, maar het gaat wel om transacties die de overheid wil tegenhouden wegens de risico’s die ze voor de nationale veiligheid met zich meebrengen.

Vorige week vrijdag werd de druk te groot en trad Perle af als voorzitter van de Defense Policy Board. Maar hij is wel aangebleven als lid van deze commissie. Door de eer aan zichzelf te houden, hoeft hij de toegang tot politieke figuren die de besluiten nemen niet op te geven. Precies om die reden betalen bedrijven hem riant.

Perle is niet het enige lid van deze commissie met commerciële belangen in de defensie-industrie. Minimaal tien van de dertig commissieleden zijn lobbyisten of werken voor bedrijven die contracten hebben met het Pentagon. Zo is James Woolsey, voormalig directeur van de CIA onder Clinton, werkzaam bij het consultingbedrijf Booz Allen Hamilton, dat vorig jaar 688 miljoen dollar in defensiecontracten ontving. Henry Kissinger is een ander trots lid. Onlangs nog bedankte hij ervoor om voorzitter te worden van de overheidscommissie die onderzoekt wat er voor 11 september mis was gegaan, omdat hij niet al zijn zakencontacten openbaar wilde maken.

Sinds haar aantreden is de regering-Bush achtervolgd door de verdenking in de zak van de big business te zitten. Maar juist op het terrein van het buitenlands beleid heeft ze er hard aan gewerkt om de indruk te wekken dat privé-belangen in de besluitvorming over oorlog of vrede géén rol zouden spelen. In dit streven past een ideologische glans.

Het nieuws over Perles activiteiten heeft deze onbezoedelde façade aan gruzelementen geslagen. President Bush is een politicus die graag met eenvoudige modellen werkt. Maar nu blijkt dat degenen die hem hebben ingefluisterd dat hij de Churchill van deze eeuw is en dus geroepen om het Midden-Oosten van zijn Hitler te bevrijden, daarbij toch allerlei persoonlijke belangen hebben.