De zon schijnt. Het is een van die warme novemberdagen waarop het net lente is. Maar zelfs binnen houdt Mohammed Salem Noor Abdulrahman (34) zijn donkerblauwe winterjas met capuchon aan, als een soort dekentje dat wat bescherming moet bieden tegen de pijn van het bestaan. Hij zal maar een paar slokjes nemen van het glas water dat naast hem staat, terwijl hij vertelt over de dramatische wendingen in zijn leven als gevolg van de oorlogen in zijn vaderland Jemen, zijn heftige verblijf in Griekenland en het hardvochtige Europese asielbeleid.

Op het eerste gezicht denk je bij Mohammed Abdulrahman met zijn innemende gezicht, sprekende donkere ogen en snorretje-met-baard niet meteen aan iemand met zo’n verwonde ziel. Hij draagt een roodzwart geblokt overhemd, zwarte jeans met coole rafelige kniestukken en oogverblindend witte sneakers. Zijn haar is kort aan de zijkanten, bovenop dansen vrolijke krulletjes. ‘Het is een mooie stad met een boulevard’, zegt hij over Al-Hudaydah, de Jemenitische havenstad waar hij opgroeide in het grote familiehuis. Maar daar stokt het verhaal over zijn jeugd. Zijn gedachten schieten meteen naar de schokkende ervaringen die als een betonblok zijn goede herinneringen blokkeren. Het verdriet hangt als een waas over hem heen.

Pas na doorvragen begint hij, aanvankelijk moeizaam, te vertellen over voetballen met vriendjes, naar zee gaan, Playstation spelen en biljarten. Met vrijdag als hoogtepunt van de week als het gezin uit eten ging en onderweg een video huurde voor de filmavond thuis. ‘Nee, in onze stad was geen bioscoop’, glimlacht hij. Zijn vader, zelf succesvol zakenman, vond het niets dat zijn zoon als twaalfjarig handelaartje spullen inkocht op de bazaar om die weer te verkopen. ‘Maar ik hou van werken. En ik hou ervan om veel mensen te zien’, zegt hij.

Vanaf zijn vijftiende werkte hij na schooluren in een apotheek. ‘Ik voelde me nooit verdrietig en was nooit boos. Ik was vrolijk en maakte grapjes. Het is de eerste keer sinds lang dat ik hierover praat. Voor het eerst weet ik weer dat ik ooit een fijn en gelukkig leven had’, zegt hij. Na zijn studie wordt Abdulrahman accountant bij de politie. Hij heeft een goed salaris en een auto, reist door Jemen en viert vakantie in Saoedi-Arabië, Qatar en Egypte.

Op een dag neemt een vriend hem mee naar huis. ‘Ik zag haar héle gezicht’, vertelt hij over de zus van zijn kameraad, terwijl hij voordoet hoe andere Jemenitische vrouwen een nikab dragen die slechts de ogen vrijlaat. Abdulrahman valt als een blok voor Reem. De families zijn akkoord. Ze trouwen in 2012. Een jaar later wordt hun dochtertje Malak (‘Engel’) geboren.

Als in Jemen, zoals in veel Arabische landen, in 2011 mensen de straat op gaan, heeft Abdulrahman geen interesse en doet niet mee. De revolutie ontaardt in zware gevechten, terroristische aanslagen, separatistische opstanden en bloedige oorlogen. Als de Houthi’s, een islamitische politiek-militaire beweging, met behulp van de verjaagde president Ali Abdullah Saleh in 2014 in Al-Hudaydah en andere gebieden de macht grijpen, heeft dat grote gevolgen voor Abdulrahmans leven. ‘De Houthi’s gaven me een lijst met de namen van hún politiemannen die ik moest inschrijven. Maar ik weigerde en zei: dat is niet mijn werk’, legt hij uit. Abdulrahman wordt naar huis gestuurd. ‘Net als andere tegenstanders van de coup kreeg ik het bevel om voor de militaire rechtbank te verschijnen.’

Abdulrahman vlucht eind 2014 naar Jordanië. Enkele maanden later, in maart 2015, beginnen Saoedi-Arabië en een regionale coalitie, gesteund door de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, met aanvallen op de Houthi’s. Terroristische organisaties maken grote delen van het land onveilig. Oorlogen en conflicten sleuren Jemen de afgrond in. In het land voltrekt zich de grootste humanitaire ramp ter wereld met twintig miljoen mensen die honger lijden (zeventig procent van de bevolking) en hulp nodig hebben. Er breken ziektes uit en tienduizenden mensen vinden de dood.

Abdulrahman vindt in Jordanië een baantje en kan wat geld naar huis sturen. ‘Mijn vrouw vraagt telkens: “Wanneer kan ik komen, wanneer gaan we samen leven?” Telkens zeg ik: “Misschien volgende maand.”’ Maar Abdulrahman verdient niet genoeg voor de kosten van de overkomst, verblijfsvergunning en huur van een woning.

Plots klink het alarm van zijn smartphone. ‘Vaak kan ik mijn gedachten als ze naar beneden spiralen niet meer stoppen, waardoor ik mezelf helemaal verlies. Het alarm helpt om te stoppen met piekeren. Maar het lukt niet altijd’, zegt hij terwijl hij het wekkertje afzet.

‘19 september 2016 is de laatste keer dat ik haar spreek. Op 20 september hebben we geen contact want er is geen internet’, vertelt hij met een diepe zucht. Op 21 september zegt een vriend: ‘Heb je het nieuws gezien: ze bombarderen je stad!’ Angstig belt Abdulrahman zijn vrouw. Geen gehoor. Zijn moeder neemt op, tot zijn grote opluchting. Ze vertelt dat er bombardementen en slachtoffers zijn, maar weet niets over het lot van zijn vrouw. Abdulrahman buigt zijn hoofd en slikt. ‘Vele uren later hoor ik dat mijn vrouw dood is.’

Hij opent een dossiermapje en laat foto’s zien van de platgebombardeerde straten van Souq Al-Hinood. ‘Dit is het huis van mijn vrouw’, wijst hij naar een verwoeste woning. Human Rights Watch stelt dat de Saoedische aanval op de dichtbevolkte wijk, waarbij minstens 28 burgers werden gedood, een oorlogsmisdrijf is. ‘Saoedi-Arabië vermoordde mijn vrouw en vele mensen in Jemen, en vermoordde mijn droom’, zegt Abdulrahman. In maart 2017 neemt hij het vliegtuig naar Aden in de hoop naar Al-Hudaydah te kunnen gaan. ‘Ik wilde het graf van mijn vrouw bezoeken.’ Maar het is te gevaarlijk om in Jemen te reizen. Gebukt onder het zware verdriet keert hij terug naar Jordanië. ‘Het werd steeds uitzichtlozer. Ik besloot naar Europa te gaan, zodat ik asiel kon aanvragen en beter voor mijn dochter kon zorgen.’

Abdulrahman vliegt naar Turkije, waar hij op een overvolle houten boot met zestig opvarenden stapt. ‘Er waren veel kinderen aan boord’, herinnert hij zich. Als ze na een levensgevaarlijke tocht het Griekse eiland Chios naderen, staat de boot half onder water. De politie helpt ze aan wal. ‘Ik dacht: nu zal een nieuw leven starten.’ Op 5 september 2017 doet hij een asielaanvraag.

De situatie in het vluchtelingenkamp op Chios is echter mensonterend. Er is geen tent of caravan beschikbaar. ‘We moeten in de openlucht leven en onder de blote hemel slapen, terwijl de zon fel schijnt en het zo koud kan zijn. Ook zijn er veel gevechten’, vertelt hij.

Hij tilt zijn overhemd op en laat een litteken rechts op zijn buik zien. Het is 22 november 2017 als Abdulrahman vergaat van de pijn. Jongeren in het kamp dreigen met een hongerstaking als er geen ambulance komt. In het ziekenhuis constateren de artsen een blindedarmontsteking. Drie dagen na de operatie staat Abdulrahman op straat. Het is koud. Het regent. Na ruim vijf uur lopen bereikt hij het asielzoekerscentrum. Maar de wond van de operatie gaat ontsteken. Met spoed brengen jongeren de ijlende Abdulrahman naar het ziekenhuis.

‘Ik smeekte de Grieken: geef me werk, ik moet geld naar mijn familie sturen om mijn dochter te redden, of stuur me terug naar mijn land’

Terwijl hij herstelt in de caravan die hij intussen heeft, komt de onheilstijding uit Jemen. Zijn moeder belt: ‘Je dochter heeft cholera.’ Malak moet naar het ziekenhuis. ‘Ik smeekte de Grieken: geef me werk, ik moet geld naar mijn familie sturen om mijn dochter te redden, of stuur me terug naar mijn land’, vertelt hij. Hij stuurt zijn laatste centen naar huis. ‘In februari verlies ik mijn dochter, aan een goed te behandelen ziekte’, zegt hij.

Abdulrahman is in diepe rouw. Maar dan valt hij flauw. Er komt wit schuim uit zijn mond. In het ziekenhuis ontdekken ze dat hij aan diabetes lijdt, maar hij krijgt geen verdere zorg. Ten einde raad doet hij een suïcidepoging. De Griekse artsen weten hem net te redden. ‘Het leven wil me niet, en de dood wil me ook niet’, zegt hij met droevige ogen.

Het ziekenhuis op Chios rapporteert dat Abdulrahman een zeer kwetsbare persoon is en lijdt aan posttraumatische stress. Een dokter vertelt hem dat hij in Griekenland niet de hulp zal krijgen die hij nodig heeft. Hij krijgt geld toegestopt en reist naar Nederland. Op 24 juli meldt hij zich in Ter Apel en vraagt asiel aan. Van het asielzoekerscentrum in Budel gaat hij naar het AZC Heerlen. De asielbureaucratie begint te draaien.

In de Dublin-verordening hebben de Europese lidstaten vastgelegd dat het land waar de vluchteling de Europese Unie binnenkomt het asielverzoek moet behandelen. De autoriteiten hanteren daarbij het interstatelijk vertrouwensbeginsel: EU-landen gaan ervan uit dat lidstaten zich aan het internationaal recht houden. Als een asielzoeker zich in Nederland meldt, worden vingerafdrukken genomen en vergeleken met data in het Eurodac-systeem om te zien of een ander Europees land die ook al heeft. Als blijkt dat een persoon via een EU-lidstaat is gekomen, neemt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (ind) contact op met dat land. In dat geval kan Nederland de vluchteling in principe terugsturen.

Volgens Vluchtelingenwerk Nederland wordt in ‘ongeveer veertig procent van de aanvragen’ bepaald dat een andere EU-lidstaat de aanvraag moet beoordelen. Dat zijn doorgaans landen aan de grenzen van Europa. ‘We zadelen landen als Griekenland, Italië, Spanje en Malta op met enorme aantallen vluchtelingen’, zegt Martijn van der Linden, persvoorlichter van Vluchtelingenwerk Nederland. ‘Het Dublin-systeem moet op de schop. Nederland moet onder de streep een evenredig aantal vluchtelingen opnemen.’

In het geval van Abdulrahman is overdracht niet aan de orde, stelt zijn advocaat Erwin van de Glind. Griekenland reageert niet op verzoeken van Nederland, waardoor de overdrachtstermijn van zes maanden verloopt en een Dublin-claim vervalt. Bovendien worden asielzoekers vanwege de erbarmelijke omstandigheden in Griekenland hoe dan ook niet teruggestuurd. Al in 2011 stelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat België een Afghaanse asielzoeker niet had mogen terugsturen naar Griekenland vanwege de slechte opvang, detentie-omstandigheden en asielprocedure aldaar, schrijft Hemme Battjes, hoogleraar Europees asielrecht aan de Vrije Universiteit in het Verblijfblog.

Het Hof van Justitie van de Europese Unie verbood datzelfde jaar het terugsturen van asielzoekers naar landen met ernstige, systematische tekortkomingen in opvang en asielsysteem, vanwege het risico op schending van het verbod op foltering, onmenselijke en vernederende behandeling. Vanaf 2016 probeert de Europese Commissie aan te tonen dat de situatie in Griekenland voldoende is verbeterd. Nederland wil sinds 2018 overdrachten hervatten als er garanties voor goede opvang zijn. ‘Maar tot nu toe stuurt Nederland mensen niet terug naar Griekenland, want er is in dat land geen rechtsbijstand, geen medische hulp en geen sociale ondersteuning. Mensen verpieteren op straat’, zegt advocaat Van de Glind. Zijn cliënt ‘overleefde zijn verblijf op Chios nauwelijks’.

In februari 2019 wordt Mohammed Abdulrahman opgenomen in de Nederlandse asielprocedure. Het eerste gehoor vindt plaats op 17 juni 2019. ‘Ze vroegen: waar kom je vandaan, hoe ben je je vrouw en dochter verloren, hoelang was je in Jordanië en Griekenland’, zegt Abdulrahman. Hij vertelt ook dat zijn broer eerder dat jaar is vermoord.

De vooruitzichten op asiel zijn goed. ‘Omdat hij uit Jemen komt, is hij kansrijk’, zegt Van de Glind. Maar opeens besluit de ind dat Abdulrahman toch in een verlengde asielprocedure komt. De dienst wil onderzoeken of hij een Griekse verblijfsvergunning heeft. Op 1 juli 2019 stuurt de ind een brief naar Griekenland, dat op 15 juli 2019 antwoordt. ‘Als donderslag bij heldere hemel liet Griekenland aan Nederland weten: wij hebben al op 23 augustus 2018 een vergunning afgegeven’, aldus Van de Glind.

De advocaat is met stomheid geslagen. Terwijl Abdulrahman in Nederland verblijft, blijkt de Griekse overheid zijn cliënt een verblijfsvergunning te hebben verstrekt, waarover hij echter niet is geïnformeerd. ‘Hij heeft nooit iemand gezien van de immigratiedienst in Griekenland, heeft nooit een e-mail, brief, laat staan een pasje ontvangen. Er is alleen in de computer achter zijn naam een vinkje gezet waarmee de aanvraag voor een verblijfsvergunning is ingewilligd.’ Het is een besluit dat immense consequenties heeft.

De ind laat op 5 september 2019 weten dat Abdulrahmans asielverzoek niet ontvankelijk is. ‘Nederland zei: wij hoeven geen asiel te geven, we schoppen hem op straat. Griekenland moet het maar oplossen’, zegt de advocaat. Nederland draagt weliswaar geen asielzoekers over aan Griekenland omdat de omstandigheden te beroerd zijn, maar dat verandert als een vluchteling een Griekse verblijfvergunning heeft. Dan moet iemand wel terug.

Erwin van de Glind vindt de gang van zaken uiterst merkwaardig. Zoveel mensen wachten eindeloos in de Griekse kampen, maar Abdulrahman bleek binnen een jaar een status te hebben gekregen, terwijl Griekenland ook nog eens wist dat er een asielverzoek in Nederland liep. De timing vindt hij ook ‘atypisch’. ‘Zijn asielaanvraag was bijna gehonoreerd’, zegt Van de Glind. ‘Op het einde komt dan de mokerslag: je hebt een vinkje in Griekenland.’

Mohammed Abdulrahman stort in. ‘Ik heb heel slechte herinneringen aan Griekenland. Griekenland heeft mijn dochter vermoord door me geen werk of geld voor haar behandeling te geven’, stelt hij. Eerder deed hij al een poging tot zelfdoding. ‘Maar na twintig uur werd ik weer wakker.’ Sindsdien zijn de suïcideplannen niet gestopt. Hij is in behandeling bij zijn huisarts, de ggz en bij Centrum ’45. ‘Voorheen kon ik niet over mijn verlies praten en kon ik niet huilen, maar dat kan ik nu wel. Ik heb iets meer vertrouwen in enkele mensen gekregen. Als ik praat met de psycholoog voel ik me goed. Sommige mensen geven me hoop. Maar de volgende dag is alles hetzelfde. De therapie verandert feitelijk niets aan mijn leven.’

‘De ­barmhartigheid is geheel verdwenen’, slechts in vier zaken werd dit jaar door de IND wegens schrijnendheid een vergunning verleend

Hij heeft steun van vrienden, coa-medewerkers en zijn kamergenoot, en leeft op als hij zijn moeder in Jemen spreekt. Voorlopig vangt het AZC Heerlen hem op. ‘Ze doen dat uit coulance, omdat het zo schrijnend is. Al hoeven ze dat op zich niet te doen’, zegt Van de Glind.

Vluchtelingenwerk ontdekte meer gevallen zoals dat van Abdulrahman. ‘Het gebeurt vaker dat een persoon al in Nederland is en hier asiel heeft aangevraagd, maar dan zonder dat iemand het wist een Griekse status heeft gekregen’, zegt persvoorlichter Martijn van der Linden. ‘Het is iets nieuws. We doen hier onderzoek naar en beraden ons er nog op hoe we ons hiertoe moeten verhouden.’ Het baart Vluchtelingenwerk grote zorgen. Zoekend naar een verklaring: ‘Eigenlijk is de Griekse bureaucratie een chaos en de asielprocedures zijn een puinhoop. Ook de Nederlandse asielprocedures zijn een puinhoop.’ De asielzoekers zijn de dupe van beide regeringen die er een zootje van maken.

Advocaat Van de Glind ging in beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en wees op de schrijnendheid. ‘Het EU-hof stelt dat als kwetsbaren in een EU-lidstaat te maken krijgen met ernstige deprivatie, zij niet teruggestuurd kunnen worden’, zegt hij.

In Nederland lopen diverse zaken van kwetsbare statushouders die aanvoeren dat zij niet kunnen worden teruggestuurd naar het EU-land dat hun een vergunning verleende, omdat er onvoldoende opvang of medische zorg is. Rechters gaan er verschillend mee om, aldus Evelien Brouwer, senior onderzoeker migratierecht bij de VU. Maar de afdeling Bestuursrecht van de Raad van State stelt veelal dat onmenselijke of vernederende behandeling bij terugkeer niet aan de orde zijn en uitzetting mogelijk is. Toch oordeelde de afdeling in april 2020 dat de ind in de zaak van een gezin met twee kinderen eerst moet nagaan of zij in Hongarije ‘een reëel risico’ lopen.

Welke dramatische gevolgen het uitzettingsbeleid kan hebben bleek uit de zaak van het Syrische gezin Ghezawi dat in Spanje een verblijfsvergunning had gekregen, maar daar onder zulke vreselijke omstandigheden leefde dat ze maar liefst driemaal naar Nederland reisden om asiel aan te vragen. De ind besloot opnieuw dat het gezin terug naar Spanje moest, ondanks de signalen dat het veertienjarige zoontje Ali dan suïcide zou plegen. Zijn angst voor de naderende uitzetting was zo groot dat de jongen op 28 juli een einde aan zijn leven maakte.

Het medisch dossier van Mohammed Abdulrahman bevat een lange lijst met psychische problemen: complexe rouwstoornis, psychotraumatische klachten, suïcidegedachten, depressie, hopeloosheid, stressreactie, vergeetachtigheid en slapeloosheid. Het gebrek aan een zelfstandige woning en onzekerheid over zijn verblijfsvergunning houden de klachten in stand, stellen zijn behandelaars.

Het Bureau Medische Advisering (bma), onderdeel van het ministerie van Justitie en Veiligheid met de ind als opdrachtgever, schrijft op 6 juni 2020 dat als Abdulrahman niet behandeld wordt, de psychische klachten en het risico op suïcidale gedachten en een nieuwe zelfmoordpoging toenemen. Het bureau heeft niet onderzocht of in Griekenland medische behandeling aanwezig is, met het excuus dat gezien het interstatelijk vertrouwensbeginsel zulke voorzieningen in EU-lidstaten ‘in beginsel vergelijkbaar’ worden verondersteld.

Het nieuws komt hard aan bij Mohammed Abdulrahman als hij hoort dat de rechtbank op 17 november 2020 de ind in het gelijk stelt. De rechter vindt de situatie zoals die is ontstaan niet schrijnend. Abdulrahman kan in Griekenland werken en geld verdienen. Als hij medische voorzieningen nodig heeft, of vindt dat zijn rechten worden geschonden, kan hij zich tot de Griekse autoriteiten wenden. Uit de Griekse verblijfsvergunning blijkt ‘de intentie’ van Griekenland om hem te ‘beschermen’, aldus de rechter. Hij wordt niet uitgezet, maar moet zelf ver-trekken.

In werkelijkheid, zo stellen advocaat Erwin van de Glind en Vluchtelingenwerk, kunnen statushouders in Griekenland slechts in noodgevallen naar het ziekenhuis, is er hoogstens voor zes maanden huisvesting en is er geen uitkering of werk in het land met een van de hoogste werkloosheidcijfers van Europa. De advocaat is in hoger beroep gegaan.

‘Als laatste strohalm geldt artikel 64’, zegt Van der Linden, in een verwijzing naar de vreemdelingenwet. Als het vanwege de gezondheidstoestand van een vreemdeling of familieleden niet verantwoord is om te reizen, wordt iemand niet uitgezet. ‘Het gaat om mensen die heel ziek zijn en ingewikkelde medische behandeling nodig hebben’, licht hij toe. Op 5 augustus 2020 is advocaat Van de Glind deze procedure gestart. Op de vraag of Mohammed Abdulrahman kan reizen, oordeelt het bma op 2 oktober ‘ja’, en adviseert dat hij ‘wegens het risico op suïcide’ moet worden begeleid door een psychiatrisch verpleegkundige, die tijdens de reis de medicatie beheert.

Voorheen kon in schrijnende gevallen die niet aan de strikte toelatingsregels voldeden de discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid uitkomst bieden. ‘Ik heb daar best wat zaken van gehad’, zegt Erwin van de Glind, ‘maar omdat ik geheimhoudingsplicht heb, kan ik er verder niets over zeggen. Behalve dat in zo’n situatie een ambtenaar dan zei: dit is zo’n schrijnend geval, ik ga bij mijn leidinggevende kijken wat we kunnen doen. Formeel was het de staatssecretaris, maar feitelijk waren het de ambtenaren die de beslissing namen. Het was goed, omdat er altijd een escape voor dit soort zaken was.’

In 2018 verleende de staatssecretaris in tachtig gevallen een verblijfsstatus. Maar in mei 2019 werd de discretionaire bevoegdheid afgeschaft na een uitruil met het kinderpardon. Nu is er een ‘light-versie’ waarbij het hoofd van de ind wegens schrijnendheid kan besluiten een verblijfsvergunning af te geven. ‘Maar de voorwaarden zijn voor velerlei uitleg vatbaar. De zaken die op deze manier worden opgelost, zijn op een hand te tellen’, zegt Erwin van de Glind. Uit antwoorden van 20 november op Kamervragen blijkt dat de ind-hoofddirecteur dit jaar in slechts vier zaken een vergunning verleende op grond van een schrijnende situatie. ‘De barmhartigheid is geheel uit het systeem verdwenen’, stelt persvoorlichter Martijn van der Linden.

‘Wil je ze zien?’ Mohammed Abdulrahman scrolt door zijn telefoon op zoek naar foto’s van zijn vrouw Reem en zijn dochtertje Malak. ‘Soms haal ik hun foto’s van mijn telefoon als het te pijnlijk is om naar hen te kijken’, zegt hij. Maar dan vindt hij de foto’s: een meisje met twee staartjes en een jonge vrouw met een lief gezicht. ‘Ze is heel mooi. Ik mis haar. Ik weet niet of ze me kan vergeven.’ Met een tissue veegt hij zijn tranen weg.

Mohammed Abdulrahman wacht nu tweeënhalf jaar in azc’s in Nederland. ‘Ik ben alles kwijt. Ik verloor mijn vrouw, mijn dochter, mijn baan en mijn land. Mijn leven is gestopt. Mijn geluk is op. Waarom heb ik dit slechte leven?’ Het zijn cirkelgedachten die continu door zijn hoofd gaan. Alles grijpt in elkaar. De onzekerheid over zijn asielprocedure en zijn verblijf in Nederland. Het gebrek aan werk, geld en mogelijkheden. Het versterkt het gevoel van machteloosheid dat hem achtervolgt sinds de dood van zijn vrouw en dochter. Hij maakt zich grote zorgen over zijn moeder die hij in veilig-heid wil brengen. Door zijn asielsituatie is hij daar niet toe in staat, hetgeen zijn trauma versterkt. ‘Ik ben bang als ik een telefoontje uit Jemen krijg, want ze bellen alleen als er slecht nieuws is.’

Zijn enige hoop is dat hij in Nederland kan blijven. ‘Misschien als ik van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat werk, ben ik moe genoeg om mijn gedachten te stoppen. Als ik werk, kan ik mijn moeder, zus en andere mensen helpen. Maar nu ben ik de hele tijd bang dat ik daar opnieuw niet op tijd voor ben.’

Hij vervolgt: ‘Ik heb tegen de ind gezegd: als ik terug moet naar Griekenland, stuur me dan naar Jemen. Maar dat kan niet, zeggen ze, want Jemen is niet veilig.’ Hij vertelt over zijn verre thuis, de Jemenitische taal, muziek en dansen. ‘Soms hoop ik dat ik droom, dat het een nachtmerrie is, en dat ik wakker word en alles weer goed is.’


Wilt u praten over zelfdoding? Dan kunt u contact opnemen met de landelijke hulplijn. Bel 0800-0113 of 113, of kijk op www.113.nl