Sinds de Madonna-docu-mentaire Truth or Dare (1991) kan ik nooit meer naar de Amerikaanse acteur Kevin Costner kijken zonder te denken aan het woord neat, of ‘gaaf’. Dat zei Costner in een scène backstage over Madonna’s performance. Tegen hem reageert ze met een dankje, maar zodra hij wegloopt, maakt ze richting de camera een braakgebaar. Neat? Dat zegt je niet over Madonna, dat is natuurlijk het toppunt van burgerlijk.

Woest, edgy of subversief zoals de popster was Costner nooit. Hij is een acteur in de stijl van iemand als James Stewart: normaal, saai en doorsnee, een everyman in veel verhalen waarin morele integriteit nooit echt op het spel staat. Toch zouden we – mét Madonna – beter moeten kijken. Net zoals de legende Stewart in bijvoorbeeld de jarenvijftigwesterns van Anthony Mann een duistere ziel blootlegt, zo laat Costner in een handvol films zien niet alleen een briljante acteur te kunnen zijn, maar vooral ook ‘gevaarlijk’, ‘ondermijnend’ en ‘kwetsbaar’ te kunnen spelen.

Dit alles blijkt eens te meer in Let Him Go. Costners nieuwe film gaat over neat, over hoe je een ‘gaaf’ leven leidt, een leven waarin fatsoen je gedrag bepaalt. Hij is George, een moderne cowboy op leeftijd die samen met zijn vrouw Margaret op een boerderij in Montana woont. Ze kampen met het verlies van een volwassen zoon. Na de tragedie accepteren ze het verlies, voorzover dat kan, en gaan door met de dagelijkse beslommeringen. De geboorte van hun kleinzoon maakt het gemis iets draaglijker.

Maar dan hertrouwt hun schoondochter, Lorna. Op een dag ziet Margaret op straat toevallig hoe de nieuwe vader zijn stiefzoontje een klap geeft. Even later verdwijnt het gezin spoorloos. George en Margaret gaan op zoek naar hen; tenslotte is het hun kleinkind. En er is het besef bij hen dat deze transgressie – een man die een kind slaat – indruist tegen hun eigen waarden. Ze voelen zich verantwoordelijk. Diep onder de oppervlakte is er onverminderd dat grote verlies: als ze het kleinkind vinden, kunnen ze misschien weer vader en moeder zijn.

De reis brengt hen naar een dorpje in de nabijgelegen Dakota waar de familie van Lorna’s nieuwe man, de Weboy’s, met een ijzeren hand regeert. Steeds meer bewijzen vinden George en Margaret dat de Weboy’s Lorna en het kind gevangen houden.

Prachtig is hoe regisseur Thomas Bezucha, die hiervoor weinig van belang heeft gemaakt, de subtiliteit van het samenspel van Costner en Lane gebruikt om hun karakter te schetsen. Ongemerkt neemt Margaret de leiding tijdens de speurtocht. Zij is verbaal sterk, hij raakt steeds stiller. Pas tegen het einde van het verhaal blijkt de reden hiervoor. Ultragewelddadige scènes kenmerken het laatste halfuur, haast als in een exploitatiethriller uit de jaren zeventig. Het mooie is: dit past perfect. Costner, personificatie van neat, staat oog in oog met krachten die juist alle fatsoen tarten. En wat doe je dan, als je morele register niet bestand is tegen onmenselijkheid, haat en slechte manieren? Costner, zijn gezicht vol diepe groeven, zijn ogen strak van verdriet, handelt.

Te zien vanaf 3 december