Opera: Opera Forward Festival ’18

Een festivalhit

Medium opera
op film: Mamadou Ndiaye, op het toneel: Lenneke Ruiten (De Dood) in Das Floss der Medusa; © Monika Rittershaus / DNO 2018

Verschillende vernieuwende opera’s biedt De Nationale Opera met het Opera Forward Festival (off), dat bij deze derde keer nu volledig zijn vorm heeft gevonden. Het off brengt een moderne klassieker, een weinig gespeelde barokopera, een integratie van verschillende soorten muziek, een voorstelling van heel jonge mensen; dat allemaal in een verrassende combinatie voorstellingen, waar een nieuw publiek op afkomt: jong, gekleurd, gemengd.

We Shall Not Be Moved van componist Daniel Bernard Roumain, librettist Marc Bamuthi Joseph en regisseur-choreograaf Bill T. Jones is een recente productie van Opera Philadelphia over een groep zwarte jongeren die in een huis trekken waar de – prachtig gedanste – geesten rondwaren van krakers die daar in 1985 omkwamen bij een brand. Een vrouwelijke politieagent, uit net zo’n arme, zwarte wijk gaat de confrontatie aan. Volmaakt geïntegreerd zijn de verschillende soorten heftige muziek, gespeeld door een drummer en pianiste uit Philadelphia met vijf muzikanten van het Nederlands Philharmonisch Orkest. Dans, spel en zang vormen een sterk geheel, visueel ziet het er met projecties (van Jorge Cousineau) op vier bewegende schermen prachtig uit, het verhaal wordt meeslepend en spannend gespeeld en gezongen. Een festivalhit!

Ook in Avventure di Anima e di Corpo van muziektheaterhuis Silbersee wordt een ernstig onderwerp lichtvoetig aangepakt. In een apocalyptisch decor van bergen vertrapte blikjes en rotzooi (Ruben Wijnstok) lopen, hollen en schuifelen tien heel jonge zangers/spelers/instrumentalisten rond, geregisseerd door de ook al zo jonge Nina Spijkers. Ze stoten rare klanken en eenlettergrepige woorden uit op muziek van de Hongaarse componist György Ligeti (1923-2006) aangevuld door geluiden van de Fransman Raphaël Cendo (1975). Ze zijn in een toekomstig labyrint van rommel verdwaald en worden bedreigd door een moderne minotaurus. Toch is het vooral gek, verrassend, prikkelend wat we zien en horen.

Hoogtepunt van dit off, en nog tot 26 maart te zien, is Das Floss der Medusa van de Duitse componist Hans Werner Henze (1926-2012) uit 1968. Het is geïnspireerd op het beroemde schilderij Het vlot van de Medusa van Théodore Géricault uit 1819, dat een groepje arme, uitgemergelde overlevenden van een scheepsramp op een vlot laat zien, nadat de rijken zich snel hebben gered. Een maar al te toepasselijk onderwerp in deze tijd, maar de Italiaanse regisseur Romeo Castelllucci heeft niet gekozen voor een gemakkelijke actualisering. We zien op een enorm doek de golven van een oceaan, waarin een zwarte man zichzelf zwemmend probeert te redden. Het maakt de opera universeler, want ook de tekst van Ernst Schnabel is eerder diepzinnig dan pamflettistisch.

De indringende muziek van Henze wordt onder dirigent Ingo Metzmacher prachtig gezongen door drie koren, van levenden, stervenden en doden, door bariton Bo Skovhus als de mulat Jean-Charles, de leider van de schipbreukelingen, en door sopraan Lenneke Ruiten als De Dood. De Amerikaanse bariton Dale Duesing is in een gesproken rol de verteller Charon, de schipper die de zielen van de doden overzet naar het dodenrijk. Zijn laatste woorden, wrang en hoopgevend tegelijk: ‘De overlevenden keerden terug naar de wereld: wijzer geworden over de werkelijkheid, vol koortsachtig verlangen om haar omver te werpen.’


operaforwardfestival.nl