Opera: ‘Voices out of Silence’/‘In nabijheid’

Een fictief Egypte

In nabijheid, een productie met het koor van De Nationale Opera en Black Harmony © DNO / Kim Krijnen

Opera is bijna altijd grootschalig en moet daarom als eerste sluiten als er een lockdown wordt afgekondigd. Aan de andere kant is het vaak helemaal niet onaangenaam opera rustig thuis gestreamd te bekijken. Het mooiste is het wanneer jonge mensen nu bij wijze van experiment dingen mogen doen die ze toch altijd al wilden, maar waar nooit geld, tijd of ruimte voor was.

De Nationale Opera streamt nu twee heel verschillende programma’s, waarin zangers van het beroemde koor van de opera zich op een andere manier laten horen. Voices out of Silence is duidelijk een hobby van de nieuwe, jonge chef-dirigent Lorenzo Viotti. Hij laat 25 van de koorzangers a capella elf Maria-vespers en -gebeden zingen, van uiteenlopende componisten als Gesualdo, Stravinsky, Rachmaninov, Schumann, Rheinberger, Britten en Poulenc. Gezangen van de zestiende tot ver in de twintigste eeuw. Het klinkt allemaal beeldschoon, maar het gaat soms een klein beetje op elkaar lijken. De zangers staan, fraai gearrangeerd, in zwarte pakken en japonnen, natuurlijk zo ver mogelijk uit elkaar, op het podium van de Stopera hun harten uit hun lijven te zingen. Het is mooi dat Maria zo centraal staat, maar haar rol door de eeuwen heen blijkt voornamelijk te zijn wensen en klachten aan haar zoon Jezus door te geven. Als toegift zingt het koor plechtig de onmogelijke evergreen ‘Aan de Amsterdamse grachten’.

Avontuurlijker vind ik de opzet van In nabijheid. Drie jonge theatermakers (regisseur Stijn Dijkema, vormgever Han Ruiz Buhrs, dramaturg Isabel van Hauwe) en componist Silvia Lanao Aregay kregen de vraag of ze iets met Aïda konden, de ‘Egyptische’ opera uit 1871 die Verdi schreef ter gelegenheid van de opening van het Suezkanaal. In Aïda staat de strijd tussen de blanke Egyptenaren en de zwarte Ethiopiërs centraal in de tijd van de farao’s. Maar de Palestijnse wetenschapper Edward Said vindt de opera een schoolvoorbeeld van wat hij oriëntalisme noemt: er wordt een fictief Egypte gecreëerd, als een mysterieus en exotisch oord. Zoiets wilden ze niet.

De makers kozen voor een daadwerkelijke confrontatie tussen twee culturen: vijf mannen uit het koor van De Nationale Opera ontmoeten vijf mannen van de Afro-Surinaamse muziekgroep Black Harmony. Dat gebeurt in het enorme decoratelier van dno, dat midden in de Bijlmer staat, tussen metro en autoverkeer. De stadsgeluiden vormen aanvankelijk de muziek, met af en toe een verre echo uit Aïda. De vervreemding van de moderne stad wordt beschreven in teksten van stadsdichter Gershwin Bonevacia.

In het begin passen de zangers van Black Harmony zich volkomen aan bij die van het operakoor: ze hebben ook zwarte pakken aan, zelfs met ouderwets witte kragen. Dan trekken ze kleurige kostuums aan en zingen hun eigen muziek in het Sranantongo. Langzamerhand komen dan ook de operakoorleden los en gaan soepeler bewegen. In een vrolijke optocht gaan ze dansend met z’n tienen door het gebouw. Iedereen is nu gelijkwaardig. Uiteindelijk blijft alleen de fenomenale, van oorsprong Roemeense danser Dan Radulescu over. Alsof hij in z’n eentje alles en iedereen vertegenwoordigt.


Voices out of Silence is tegen een kleine vergoeding te zien tot 17 januari. In nabijheid gratis, tot eind januari; operaballet.nl