Een fijne werksfeer

Mijn vader pakte mij bij mijn kruis en tilde mij op. Uittorenend boven de wereld der volwassenen kraaide ik het uit. Dat is mijn eerste herinnering. Maar ik heb er nog een! Mijn moeder kuste mijn blote billetjes, gevolgd door de buurvrouw, mijn tante Marenka en haar hartsvriendin Ludmilla. Heerlijk vond ik dat!

Ik op mijn beurt communiceerde in die tijd met mijn omgeving door diverse handtastelijkheden. Pas later, toen ik die billetjes eigenhandig had leren afvegen, leerde ik langzaam aan mijn handjes thuis te houden. Vreemd is het niet. Ouder worden betekent in onze geciviliseerde maatschappij steeds minder aanraken en aangeraakt worden.
Maar nu. Naarmate ik de vijftig nader dringen de jeugdherinneringen zich steeds meer aan mij op. Ik begon het aanraken te missen. Vooral op mijn werk. Dus begon ik mijn collega’s (jong en oud, mooi en lelijk, man en vrouw) in hun kont te knijpen hetzij in hun kruis te voelen. En ik eiste dat zij hetzelfde deden bij mij. Zij gehoorzaamden zonder uitzondering. Ik ben nu eenmaal de chef.
Niet iedereen had helaas mijn bedoelingen begrepen. Een aantal van mijn ondergeschikten legde in hun kruiperigheid of in hun hitsigheid in aanrakingen een erotische lading. Zwaar teleurgesteld ontsloeg ik ze op staande voet.
Wij zijn op de afdeling nu al drie jaar handtastelijk bezig. En ik kan u vertellen dat wij een fijne sfeer hebben. Valt de verlies- en winstrekening een keertje tegen, geen man/vrouw overboord. Wij knijpen elkaar in de ballen en wensen elkaar meer geluk in het komende boekjaar.
Hebben wij dan helemaal geen problemen meer? Neen, niet onder elkaar. Wel met de buitenwacht. Zoals gisteren, toen de inspecteur van de belastingen over de vloer kwam. Wij ontvingen hem met een hartelijk: ‘Lik onze reet!’ Zwijgend klapte hij zijn koffertje weer dicht en verdween, wiegend met zijn achterwerk, door de draaideur.