Een film die niemand zal zien

Het gaat niet voor alle terreinen op, maar wat betreft het filmkijken zijn het toch altijd de uitersten die het meest boeien. Ouderwetse en degelijke films kunnen zeer onderhoudend zijn, maar een uiterst ouderwetse en oerdegelijke film als The Bridges of Madison County van en met Clint Eastwood is meer dan dat. Het is als een bericht uit een andere tijd. Een brief in een fles. In de tijd dat Frank Capra films als It Happened One Night en You Can’t Take it With You maakte, zou ook The Bridges of Madison County gemaakt kunnen zijn. Een halve eeuw geleden. En het is zeker een bewijs van de kracht van Capra, evenals die van Eastwood, dat een film als The Bridges nog steeds werkt en weet te ontroeren.

Modieuze en nonchalant gemaakte films kunnen ook onderhoudend zijn, maar een uiterst modieuze en uit de losse pols gedraaide film als Chunking Express van Wong Kar-wai is meer dan dat. Het is een bericht uit het Hong Kong van nu. Gefaxt of ge-e-maild. Letterlijk haastwerk, gemaakt tussen het draaien en monteren van een andere film door. Een film die begonnen werd als een drieluik, maar uiteindelijk bleken twee luiken voldoende. Een eerbetoon in MTV-stijl aan A bout de souffle en een handvol andere films die in de vroege jaren zestig in Parijs (Godard dus) of New York (John Cassavetes) werden gemaakt.
The Bridges en Chunking vormen de uitersten van het bioscoopaanbod, maar de werkelijke uitersten halen de bioscoop niet. Michael Pilz stuurde me uit Wenen een tien uur (!) durende home movie-documentaire die hij maakte over een reis die hij met de Vrij Nederland-fotografe Bertien van Manen maakte naar Siberie. Hoe deze extreme documentaire vertoond moet worden, weet hij zelf ook niet, maar hij vond het allereerst belangrijk dat hij werd gemaakt. Dat is bij het filmmaken een zeer zeldzame en nagenoeg onmogelijke werkwijze. Een dagboek kun je voor je zelf schrijven zonder eraan te denken of en hoe iemand het zal lezen, maar een film maken die niemand zal zien?
Maar zoals een dagboek dat geheim moest blijven, juist erg boeiende lectuur kan zijn, zo is Prisyadim Na Dorozhku/ Let’s Sit Down Before We Leave van Pilz een fascinerende film. Een film waarbij het geduld, na op de proef te zijn gesteld, wordt beloond. Het duurde een paar uur (zeg de lengte van twee normale films) voordat ik er echt door werd gegrepen, maar toen had ik het prettige vooruitzicht dat ik nog uren had te gaan. Prisyadim is extreem in zijn bepaling tot het niet-spectaculaire. Pilz wilde een film maken over het kijken van een individu naar gewone dingen. De fotografe Van Manen en haar portretten van eenvoudige Siberische mensen fungeerde daarbij als een gids, maar Pilz kon het niet laten ook steeds zelf om zich heen te kijken. Kijken en nog eens kijken naar wat zo gewoon is dat we het niet meer kunnen zien. De stap buiten de eigen kring, naar het voor westerlingen kale, koude en oncomfortabele Siberie, moest de ogen openen voor de schoonheid van het dagelijkse.
Een schoonheid die hij vindt in het huisje van Rudolf Andrejevitsj als deze gedachteloos, maar met tientallen jaren routine, zijn houtoven aansteekt of hem zwijgend in zijn lens kijkt. En zeker vindt hij het als Andrejevitsj zich na dagen zijn kennis van het Duits begint te herinneren, een taal die hij al een halve eeuw niet meer heeft gesproken, maar ooit, nog veel langer geleden, van zijn moeder leerde.
De film van Pilz is zo vol dagelijkse eenvoud dat de komst van een oude volle bus in het kleine Siberische dorpje Apanas werkt als een sensationele actiescene. De simpelheid en bewust nagestreefde saaiheid (door alles wat exotisch of spectaculair kon zijn uit de weg te gaan of weg te laten) maakt van Prisyadim een gefluisterd, maar diepgemeend protest tegen de televisiemanier van zien.
De uitersten van het bioscoop-aanbod The Bridges en Chunking komen al snel op televisie, maar met de film van Pilz zie ik dat niet gebeuren.