H.J.A. Hofland

Een flinke kerel

NEW YORK – The Village Voice is bijna vijftig jaar geleden opgericht in de wijk Greenwich Village. Norman Mailer is er nog bij geweest, maar hij heeft al vlug ruzie gekregen. Van het begin af is het een linkse krant geweest. Lang moest je er een dollar voor betalen. Toen verscheen de concurrentie, The New York Press, die gratis was. De Voice volgde, zonder zijn signatuur te verliezen. Nu is het «America’s largest weekly newspaper». Het omslag van deze week vertoont het gezicht van George W. Bush. Zijn gezicht straalt boze wilskracht uit. Een ogenblik eerder heeft hij het Vrijheidsbeeld in de nek gebeten. De president houdt de zieltogende Miss Liberty in zijn armen. «Sucking Democracy Dry» is de titel van deze voorstelling. In het artikel dat erbij hoort beschrijft Rick Perlstein hoe deze regering onder de leuze dat de oorlog tegen het terrorisme voor alles gaat, probeert iedereen die het daar niet mee eens is, monddood te maken. Dat geldt ook voor degenen die zeggen dat deze oorlog wel heel belangrijk is, maar op de verkeerde manier wordt gevoerd. Als John Kerry wordt gekozen, zal dat een uitnodiging voor de terroristen betekenen, zei vice-president Cheney.

Het doet wat denken aan de manier waarop Joseph McCarthy zijn tegenstanders vloerde. Guilt by association, soft on communism: waar je mee omgaat, daar word je mee besmet. In de jaren vijftig heeft de senator er aanvankelijk een daverend succes mee behaald. Maar in zijn overmoed probeerde hij verder te reiken dan zijn arm lang was. Op zijn manier ging hij tragisch, in drank en vergetelheid ten onder. Een vergelijking met McCarthy gaat onder deze omstandigheden niet op. De senator en zijn «commies» zijn geschiedenis. Nu probeert een hele regering met de hele Republikeinse partij het kiezersvolk in het gelid te krijgen. Dat is een operatie waarmee de hele wereld te maken heeft.

«Bush is verslaafd aan 9/11», noemde Thomas Friedman onlangs zijn column in The New York Times. Met de aanval van de 11de september wordt alles gerechtvaardigd, ook de oorlog in Irak, de inbreuken op de Geneefse Conventie voor de behandeling van krijgsgevangenen, uitzonderlijke methoden bij de grensbewaking, het nationale waarschuwingssysteem, van code groen tot rood, en het unilateralisme in de buitenlandse politiek waardoor beproefde bondgenootschappen in machteloze of ruziezoekende verenigingen zijn veranderd. Daarmee hebben we een jaar of drie gestaag toenemende ervaring. De vraag voor de komende week is wat de Amerikaanse kiezers denken van de mislukkingen die de tegenstanders van de president telkens weer zo trouw inventariseren.

Het wordt spannender, het blijft een nek-aan-nekrace, de heren ontlopen elkaar niet meer dan drie of vier procent. In Irak duurt de rotzooi onverminderd voort. Dit weekend zijn vijftig Irakese rekruten met een nekschot vermoord. Als u dit leest is de gegijzelde Margaret Hassan misschien onthoofd. Er zouden meer troepen moeten komen maar die zijn er niet. Aan herinvoering van de dienstplicht wordt niet gedacht. In Irak is 380 ton aan explosieven spoorloos verdwenen. Over het hoofd gezien terwijl er naar massavernietingswapens werd gezocht.

In de West Village zat ik te eten met een land genoot die veel van Amerika weet en bovendien met een Amerikaanse getrouwd is. In dit restaurant komen heel weinig Republikeinen. We hadden het over het raadsel Bush, hoe het komt dat hij voortdurend zijn kleine meerderheid houdt. Aan de ene kant naast ons zat iemand met een Nederlandse achternaam. Met een zekere trots vertelde hij dat. We gingen verder in het Engels. Nu mengde een echtpaar aan het andere belendende tafeltje zich in het gesprek. De man bleek acteur te zijn, de vrouw was advocate; de man wit, de vrouw zwart. Ook in de Village zijn gemengde huwelijken een uitzondering. Ze verklaarden dat ze overtuigde Democraten waren. Maar deze keer gingen ze toch op George W. stemmen. Waarom?

Tja, zei de vrouw. Misschien heeft hij wel een paar fouten gemaakt, maar één ding kun je niet ontkennen. Hij is een man uit één stuk. Een flinke kerel, die weet waarvoor hij staat en die doet wat hij zegt. En Kerry…

Een flipflopper?

Ja. Een flipflopper. Hij begint altijd met nadenken, en dan moet je maar afwachten wat eruit komt.

Haar man was het gloeiend met haar eens. Irak, belastingen, homohuwelijk, economie – het kon wel zijn dat het niet allemaal in orde was, maar als president moet je een flinke kerel hebben.

Misschien om zijn verondersteld gebrek aan flinkheid goed te maken, is Kerry dit weekeind op jacht gegaan en heeft een paar ganzen geschoten. Lachend verscheen hij ermee voor de camera’s. De Republikeinen hadden meteen gezien dat het een moedergans was. Een flipflopper en nog laf ook.

In de strijd tegen het terrorisme zijn we op de goede weg, zegt Bush. De helft van de Amerikanen gelooft hem, de aarzelaars vragen zich af of ze Kerry moeten geloven. Hij wil maar geen flinke kerel worden. Hij weet wel wat oorlog is, hij zegt duidelijk dat zijn tegenstander er een chaos van heeft gemaakt. Maar flink? Nee. Nog vier jaar conservatieve revolutie om duidelijk te maken wat flink betekent.