Democratie in het internettijdperk

Een fontein of een badje?

Kunnen het wantrouwen in politici, dalende opkomstcijfers en andere kwalen van de democratie verholpen worden door nieuwe technologie? Optimisten wereldwijd werken aan een digitale upgrade van de Griekse agora.

Medium maxresdefault 20 credit 20democracyos.org

Lang duurde het niet voordat Pia Mancini gedesillusioneerd raakte in de politiek. Als medewerker van de Argentijnse centrumpartij Unión Celeste y Blanco merkte ze al gauw waar het aan schort: de democratie wordt gedomineerd door corrupte carrièrepolitici, kandidaten zijn belangrijker dan politieke idealen, en burgers worden eens in de vier jaar verleid en voor de rest vooral beschouwd als lastpost. Dit was niet het klimaat waarin een bevlogen idealiste als Mancini kon gedijen. Na twee jaar hield ze het voor gezien bij de Unión Celeste y Blanco.

Haar politieke ambities waren echter allerminst gedoofd. In 2012 richtte ze met medestanders de Partido de la Red (de Netwerkpartij) op. In plaats van een vastomlijnd programma draait het bij de Netwerkpartij vooral om de technologie die gebruikt wordt. Met het softwarepakket DemocracyOS (Operating System) zouden alle burgers in staat worden gesteld om actief deel te nemen aan het besluitvormingsproces. Leden van de Netwerkpartij wijzen niet eens in de zoveel tijd een gedelegeerde aan, maar leveren middels online raadpleging en stemming doorlopend een bestuurlijke bijdrage.

Nu, ruim drie jaar later, zit Mancini (33) in een krappe koffiebar vlak bij het strand van San Francisco. Terwijl hippe dertigers zich om de toonbank verdringen om flat whites te bestellen, vertelt de Argentijnse – de looks van een fotomodel, de attitude van een punker – over de idealen achter DemocracyOS. ‘We wilden een gesprek beginnen over democratie. Wat is er mis met het huidige systeem? En wat voor een soort democratie willen we? De software was een katalysator om ons politieke systeem te herzien.’ De democratische tekortkomingen waarmee zij in haar thuisland werd geconfronteerd, zijn in haar ogen nagenoeg universeel. Vrijwel overal signaleert ze hetzelfde onbehagen. ‘Er is een select groepje politici dat beslissingen neemt. Het overgrote merendeel heeft het gevoel daar geen invloed op uit te kunnen oefenen. Terwijl er wordt bestuurd uit naam van het volk.’

Onze democratie is aan een upgrade toe, diagnostiseert Mancini. ‘We gebruiken politieke instituties die meer dan tweehonderd jaar geleden zijn bedacht. In die tijd is de wereld enorm veranderd, maar de instituties zijn al die tijd hetzelfde gebleven.’ Het wordt tijd dat we de lessen van het internet toepassen in de politiek, gelooft ze. Als we de mogelijkheden van het wereldwijde web weten te benutten, zullen de ouderwetse ‘representatieve’ instituties – politieke partijen, periodieke verkiezingen en professionele politici – vanzelf afsterven. In een populaire ted-talk vangt Mancini haar missie in een pakkende oneliner: ‘We moeten onderzoeken hoe democratie in het internettijdperk eruitziet.’

In dat streven staat Mancini niet alleen. Piratenpartijen in verschillende landen pleiten al jaren voor de inzet van nieuwe technologie om de democratie te hervormen. Wetten zouden op dezelfde manier tot stand kunnen komen als Wikipedia-pagina’s: iedereen mag eraan meeschrijven en commentaar leveren. Intern experimenteren partijen, zoals bijvoorbeeld het Spaanse Podemos, al met online platforms om hun leden te betrekken bij het uitzetten van de koers. En internationaal loopt IJsland fier op kop als het op digitale democratie aankomt: op het eiland met ruim driehonderdduizend inwoners ontstonden na de financiële crisis in 2008 verschillende experimenten die ‘de 99%’ de touwtjes in handen moesten geven.

Is de tijd aangebroken om de democratie te disrupten? Kan nieuwe technologie inderdaad dienen als een medicijn tegen kwalen waar de democratie mee te kampen heeft (teruglopende opkomstcijfers bij verkiezingen, wantrouwen tegenover politici en een groeiende polarisatie van het maatschappelijk debat), of worden de pleitbezorgers van een digitaal herontwerp van de democratie verblind door techno-optimisme?

Ook Nederlanders raken in toenemende mate gefrustreerd over de politiek, zo concludeerde een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau afgelopen jaar. In het rapport Meer democratie, minder politiek? constateert het scp dat het partijpolitieke gekrakeel het vertrouwen in de politiek ondermijnt. Dat democratie de best mogelijke bestuursvorm is, staat voor negen op de tien Nederlanders niet ter discussie. Maar er bestaat wel een behoefte aan meer directe inspraak, ter verrijking van het huidige systeem. Nu gaan politici te veel hun eigen gang en wordt er nauwelijks geluisterd naar de burger, zo klinkt het bij verschillende respondenten.

Het recente Oekraïne-referendum speelde in op dit sentiment. Het ging de initiatiefnemers niet in de eerste plaats om het associatieverdrag met het Oost-Europese land – deze volksraadpleging moest vooral fungeren als noodrem tegen de op hol geslagen Brusselse besluitvormingsmachine. ‘Het huidige politieke systeem is failliet’, verklaarde Arjan van Dixhoorn, voorzitter van het EU-burgercomité, in een interview met NRC Handelsblad. ‘De Tweede Kamer erkent alleen de EU als de soeverein in plaats van het Nederlandse volk.’

‘Als stemmen daadwerkelijk een verschil zou maken, zouden ze het ons nooit laten doen’

Voor Pia Mancini en de Piraten vormen sporadische referenda geen remedie voor de crisis van de democratie. Inspraak van het volk zou de regel in plaats van de uitzondering moeten zijn. ‘Ik wil geen noodrem, ik wil kunnen sturen’, zo vatte een blogger van de Piratenpartij het kernachtig samen. De digitale hervormers grijpen terug op het Griekse ideaal van democratie – in het antieke Athene kwam de burgerij op de marktplaats bijeen om te delibereren en te stemmen over zaken van algemeen belang (vergeet voor het gemak even dat vrouwen en slaven niet meetelden als burgers). Moderne samenlevingen zouden te massaal en onoverzichtelijk zijn voor dit soort fysieke politieke bijeenkomsten, maar met de huidige technologie is het een koud kunstje om mensen online samen te brengen. De agora komt in de cloud.

Een blik op de politieke geschiedenis door de bril van David Van Reybrouck, sinds het verschijnen van zijn boekje Tegen de verkiezingen (2013) een prominent voorstander van democratische vernieuwing, leert dat de elite eigenlijk nooit heeft geloofd in democratie in haar letterlijke betekenis: de heerschappij van het volk. In de oudheid was alleen de voorname burgerij stemgerechtigd en toen tijdens de Verlichting de roep om massa-democratie kwam, werd het volk met representatieve constructies op afstand gehouden. ‘Als stemmen daadwerkelijk een verschil zou maken, zouden ze het ons nooit laten doen’, luidt een befaamd citaat van Mark Twain.

Zo geloofde Abbé Sieyès, de constitutioneel filosoof van de Franse Revolutie, dat de laagopgeleide massa vertegenwoordigers zou kiezen die veel beter dan zijzelf weten wat in hun eigen en het algemene belang is. Sieyès was dan ook een groot voorstander van politieke arbeidsdeling. Aangezien de meeste mensen niet in staat zijn tot politieke betrokkenheid, of er simpelweg geen interesse voor hebben, was het noodzakelijk dat er een politieke klasse ontstond. Ook voor John Adams, een van de founding fathers van de Verenigde Staten, was het van belang ‘om de macht van de massa over te dragen aan een selecte groep wijze en rechtschapen mannen’.

Op papier staan openbare ambten open voor alle burgers, maar net als in de tijd van Sieyès is dit eigenlijk een wassen neus. De feitelijke macht in een parlementaire democratie ligt bij partijen, waardoor beroepspolitici in de eerste plaats verantwoording afleggen aan de leden en niet aan het volk aan wiens mandaat zij hun macht claimen te ontlenen. Voor partijloze burgers is het schier onmogelijk om politieke invloed te verwerven. Ook in Sieyès’ representatieve model had het volk in principe de macht om de representanten te vervangen, maar in de praktijk werd simpelweg geherdefinieerd wat een verzameling van het volk betekende. Zo werd een kleine bijeenkomst van vertegenwoordigers nu aangeduid als ‘samenkomst van het Franse volk’. Het onderscheid tussen een theorie waarbij een volk macht delegeert en de praktijk waarbij het volk nauwelijks bij de politiek betrokken was, werd weggepoetst met een papieren definitie van volkssoevereiniteit.

Het democratische model dat internetadepten als Pia Mancini voor ogen hebben is ingenieuzer dan een online kopie van het Griekse model. Met de huidige technologie kan een infrastructuur worden aangelegd voor liquid democracy, een ‘vloeibare’ synthese tussen representatieve en directe democratie. Liquid democracy moet het beste van beide werelden combineren: burgers kunnen bij ieder voorstel zelf een oordeel vellen, óf hun stem delegeren. Mensen zullen immers niet altijd zin of tijd hebben om zich uitgebreid in een onderwerp te verdiepen. Delegeren kan zowel aan een prominente figuur als aan iemand uit de sociale omgeving. Ook diegene staat het vervolgens vrij zijn stem, inclusief alle stemmen die aan hem of haar zijn toevertrouwd, op iemand anders over te dragen. In deze vorm van gewogen, trapsgewijze representatie kunnen er nog altijd vertegenwoordigers van politieke stromingen ontstaan. Maar tegelijkertijd behoudt iedereen het recht om zich rechtstreeks met een onderwerp te bemoeien.

Sinds de bankencrisis in 2008 geldt IJsland als het brandpunt van democratische vernieuwing. In plaats van enkel nieuwe verkiezingen te organiseren, nadat het vulkanische eiland een bankroet ternauwernood had afgewend, kwamen er grondige hervormingen. Zo wordt er geëxperimenteerd met allerlei online pilots en is er een constitutionele vergadering opgericht, waarin 25 doorsnee IJslanders – van een boer tot een wiskundige – een voorstel voor een nieuwe grondwet mochten opstellen. Birgitta Jónsdóttir is mede-oprichter van de IJslandse burgerbeweging die in het leven werd geroepen om de ‘ping-pong-politiek’ tussen links en rechts te overstijgen. Nu maakt ze zich als parlementslid voor de Piratenpartij sterk voor het democratiseren van politieke besluitvorming door pilots die directe burgerinspraak moeten faciliteren.

Op zaterdag 2 april is Jónsdóttir in Amsterdam voor de G10 van de economie en de filosofie. Ze komt twintig minuten te laat binnen bij de paneldiscussie. Ze heeft een legitiem excuus: ze moest de laatste hand leggen aan een motie naar aanleiding van de Panama Papers. Daaruit bleek dat de vrouw van de premier eigenaar is van een geheime offshore firma met grote aandelen in failliete IJslandse banken. De onthulling heeft het vertrouwen van de IJslandse bevolking in de politieke status-quo tot nog verder onder het vriespunt doen dalen. Jónsdóttirs _‘power to the people’-_boodschap heeft alleen maar aan momentum gewonnen. Haar partij is de grootste in opiniepeilingen, en nu de regering aan het wankelen is gebracht wordt er zelfs gespeculeerd over haar mogelijke premierschap.

Na afloop van de paneldiscussie vertelt Jónsdóttir over het belang van democratische experimenten. Over de bestaande modellen van liquid democracy is ze niet onverdeeld enthousiast. Bedachtzaam: ‘We willen geen nieuw systeem ondersteunen met het risico dat het dezelfde fouten bevat als het oude systeem. Het is nu een probleem dat mensen achter populaire figuren aan lopen, zonder dat ze precies weten waar ze voor staan. Het heeft geen zin een nieuw stemsysteem te introduceren als het eenzelfde soort celebrity-politiek faciliteert. Misschien is het nodig om het aantal stemmen dat iemand achter zich kan hebben te beperken, misschien werkt delegeren van stemmen alleen voor lokale politiek, maar niet voor nationale verkiezingen. Wie zal het zeggen?’

‘Onzinnige plannen worden direct naar beneden gestemd. Het platform heeft een zelfcorrigerend vermogen’

Voorvechters van liquid democracy delen met Aristoteles de overtuiging dat de mens een zoön politikon is, een politiek dier. Eigenlijk is ieder mens van nature geneigd om zich te bemoeien met de vormgeving van de samenleving. Dat burgers in westerse landen, jongeren in het bijzonder, van politieke apathie worden beticht, is volgens Pia Mancini dan ook een verkeerde voorstelling van zaken. Protestbewegingen als Occupy of de Spaanse Indignados zijn buitenparlementaire organisatievormen, maar zijn daarom nog niet minder politiek. ‘Tijdens de Arabische lente vernam ik via-via dat demonstranten in Tunesië DemocracyOS gebruikten’, zegt ze. ‘Ze hadden dat gewoon van het internet geplukt. Dat is toch prachtig?’ Dat het lidmaatschap van politieke partijen en de opkomst tijdens verkiezingen afneemt, betekent volgens Mancini dus geen verminderde interesse in de politiek. Het zijn veeleer tekenen van een tanend vertrouwen in de instituties van de representatieve democratie.

‘Het democratisch vermoeidheidssyndroom’ noemt David Van Reybrouck het in Tegen de verkiezingen. Burgers voelen zich machteloos en keren zich teleurgesteld af van de politiek. De remedie die Van Reybrouck aandraagt is even simpel als radicaal: geef meer macht aan de burgers. Niet via gekozen volksvertegenwoordigers, maar direct, via loting. In België initieerde Van Reybrouck de G1000, ‘een platform voor democratische innovatie’. Door heel het land werden er ‘burgertoppen’ georganiseerd waarin Belgen van alle rangen en standen zich bogen over zaken van publiek belang.

De idealen achter liquid democracy overlappen op veel punten het pleidooi van Van Reybrouck. Waar de schrijver het analoge pad kiest, met bijeenkomsten in sporthallen of buurthuizen, zien veel ‘Piraten’ meer heil in digitale middelen om de zeggenschap van het volk te vergroten. ‘Liquid democracy zorgt ervoor dat mensen met elkaar in gesprek gaan over ideeën’, zegt Matthijs Pontier, tijdens de Europese verkiezingen in 2014 lijsttrekker van de Nederlandse Piratenpartij. ‘Het stimuleert overeenstemming en voorkomt zinloos gekibbel. Het moet geen comment section van GeenStijl worden.’ De polarisatie in het maatschappelijk debat van vandaag is volgens hem voor een groot deel te wijten aan het politieke theater in een ‘mediacratie’. Tegenstellingen worden opgeklopt door politici en uitvergroot in de pers. ‘In de basis zijn mensen sociale wezens’, gelooft hij. ‘We zijn best bereid rekening met elkaar te houden.’ Nee, zijn mensbeeld is niet naïef, vindt hij. ‘We worden gestuurd door structuren, het komt erop aan die zo vorm te geven dat deze onze slechte neigingen ontmoedigen en de goede aansporen.’

Het doet sterk denken aan wat in de academische literatuur ‘deliberatieve democratie’ wordt genoemd. Vaandeldragers van deze opvatting van democratie, zoals de Duitse socioloog Jürgen Habermas, betogen dat debat in de politieke arena uiteindelijk gericht is op consensus. Wanneer wij een bepaalde zaak bepleiten doen we dat met de intentie anderen te overtuigen – het veronderstelt een wederzijdse ontvankelijkheid voor rationele argumentatie. Goed geïnformeerde burgers zijn een cruciale voorwaarde voor het functioneren van een deliberatieve democratie, en daarvan hebben we er vandaag de dag meer dan ooit, gelooft Pontier: ‘We hebben nog nooit zo veel hoogopgeleide mensen in Nederland gehad. Betrek deze mensen bij besluitvorming, dat komt de kwaliteit alleen maar ten goede.’ Niet dat hij vindt dat beslissingen alleen aan academici moeten worden overgelaten: ‘Via het internet kan iedereen zichzelf gemakkelijk informeren en specialiseren.’

Of de bewoners van Amsterdam-West liever een fontein of een badje op het Bellamyplein willen hebben? En moet de wigwam worden vervangen door een ander speeltoestel? In stadsdeel West mogen buurtbewoners online meebeslissen over de herinrichting van het plein. Jelle de Graaf, namens de lokale afdeling van de Piratenpartij een van de aanjagers van dit project, laat op zijn laptop de webpagina zien waar mensen terecht kunnen. Zo ziet liquid democracy er in de praktijk uit, zij het in haar meest basale vorm. ‘Kijk’, zegt De Graaf terwijl hij naar beneden scrolt, ‘iedereen kan ideeën aandragen en stemmen over bestaande voorstellen.’ Onder elke stelling (nr. 3: ‘er moet een speciaal pierenbadje komen’) kunnen bezoekers argumenten voor (‘veiligheid’) en tegen (‘geen badjes, maar fontein’) plaatsen. De ideeën met de meeste stemmen belanden boven aan de pagina, de andere verdwijnen naar onderen. De Graaf: ‘Onzinnige plannen worden direct naar beneden gestemd. Het platform is zo ingericht dat het een zelfcorrigerend vermogen heeft.’

Het had wat voeten in de aarde, vertelt De Graaf, maar in 2014 slaagde de Piratenpartij erin om d66, pvda en GroenLinks ervan te overtuigen een appendix in hun startnotitie op te nemen. Op weg naar een nieuwe democratie is de titel en het biedt ruimte voor de ideeën van de Piraten, die tijdens de laatste gemeenteraadsverkiezingen goed scoorden. ‘West wil een voortrekkersrol spelen in het vergroten van de invloed van bewoners op beleid en zoekt naar nieuwe vormen van participatie en democratie’, staat te lezen in het document. De eerste resultaten daarvan worden nu langzaam zichtbaar.

Naast de inrichting van het Bellamyplein moeten bewoners van Amsterdam-West straks ook de mogelijkheid krijgen zelf hun budgetten te beheren. Ook hier geldt IJsland als het grote voorbeeld: in Reykjavik kunnen burgers al online aangeven waaraan ze het gemeentegeld willen spenderen. Ieder jaar wordt daar 1,3 miljoen euro ter beschikking gesteld voor de verbetering van tien woonwijken. Burgers dienen plannen voor verbetering in bij de gemeente, die vervolgens oordeelt over de kosten en haalbaarheid van de projecten. Hierna kunnen burgers digitaal het totaalbudget verdelen over de projecten die zij het belangrijkst vinden. Zo zijn er meer dan vierhonderd projecten, voornamelijk parkbankjes en speeltuinen, door de gemeente gehonoreerd.

Ondanks hun transformatieve ambities moeten cyberdemocraten vooralsnog genoegen nemen met bescheiden projecten. Volgens De Graaf zijn ‘politici en ambtenaren bang om macht uit handen te geven’. Partijen hopen goede sier te maken door zich te verbinden aan een experiment, zonder daadwerkelijk macht over te dragen aan de burger. Het was voor Pia Mancini reden om naar Silicon Valley te trekken: daar durven ze tenminste groots te dromen. In Argentinië gingen politieke partijen aan de haal met DemocracyOS als hippe gimmick, maar in wezen veranderde er weinig. Nu heeft ze een gelikte website, een wereldwijd podium en toegang tot programmeurs en investeerders (ze wordt gesponsord door de Open Society Foundation van George Soros).

Pia Mancini: ‘We dachten dat we het spel konden repareren door de speelstukken te vervangen. Maar zo werkt het niet. We moeten het hele bord vervangen en nieuwe spelregels verzinnen.’


Beeld: Pia Mancini. DemocracyOS tijdens TED Global 2014 (www.ted.com / www.democracyos.org)