Menno Hurenkamp

Een fout in het patroon

Op 25 juni 1903, volgende week honderd jaar geleden, werd George Orwell geboren — ergens in Bengalen, onder de naam Eric Blair. Als hij niet één van de twintigste-eeuwse literatoren is met de meeste uitstraling zonder meer, dan is hij in elk geval degene met de meeste politieke uitstraling. Als kameraad in de Spaanse burgeroorlog vocht hij tegen Franco en zag hij Stalin-aanhangers anarchisten en andere vermeende afvalligen in de leer vermoorden. Dat maakte van hem een felle anticommunist, tot genoegen van «rechts». Ondertussen bleef hij wel socialist, maar dan een die tegen onderdrukking was.

Er zijn weinig andere literaire maatschappijkritieken die zo leesbaar zijn gebleven als 1984 en Animal Farm. Utopia van Thomas More neuzelt goedbeschouwd een beetje voort, De staat van Plato is alleen toegankelijk voor hoger opgeleiden, het werk van Charles Dickens is niet om door te komen en van linkse schrijvers uit het begin van de twintigste eeuw (zeg maar tot eind jaren zeventig) vraag je je na vijftig pagina’s meestal af waar ze het in godsnaam over hebben. Orwells toon is humorvol in Animal Farm en bitter in 1984, maar er zit veel mensenliefde in zijn werk en dat is onderscheidend. In ongenade (Disgrace) van de Zuid-Afrikaan Coetzee is het enige recente boek van vergelijkbare politieke kracht dat in me opkomt, al is dat anders dan Orwells werk volkomen gespeend van activisme. Het meest belangwekkende dat je in Nederland de laatste tijd op dit vlak kon horen, waren natte winden van figuren die zich boos maakten over de langdurige thematisering van de Tweede Wereldoorlog terwijl d’r in Joegoslavië ook wat was. En dat is ook al weer jaren geleden.

Wat George Orwell zo goed als onsterfelijk maakt, is de Newspeak in 1984. Het is de taal van het regime van Big Brother, waarin geen termen voorkomen die oppositionele gedachten kunnen verwoorden. Het ministerie van Oorlog heet het ministerie van Vrede, een strafkamp een vreugdekamp. Begrippen als vrijheid en godsdienst verdwijnen uit de woordenboeken en uit het officiële taalgebruik, omdat ze mensen op verkeerde gedachten brengen. Krachtiger dan welke academische of filosofische frase ook illustreert Orwells Newspeak dat machthebbers vaak lafaards zijn die hun onderdanen niet durven te vertellen dat ze bedrogen worden.

Je hoeft geen grote fantasie te hebben om de state of the art Newspeak te inventariseren: the coalition of the willing (bedoeld wordt: de Verenigde Staten); the axis of evil (bedoeld wordt; vage boevenstaten die zich niets van de Amerikanen aantrekken), pre-emptive strike (bedoeld wordt: aanvallen naar goeddunken) — begrippen die niet staan voor daadwerkelijke politiek, maar alleen een versluierende betekenis hebben. In Nederland heb je ook mooie, al zijn ze wat minder agressief geladen. Zoals: «Eigen verantwoordelijkheid voor burgers». Dat is geen nieuw thema van Balkenende, je hoort het al tien jaar en steeds betekent het: de overheid komt geld te kort.

Orwells boeken lezen als een aanklacht tegen het communisme maakt ze nodeloos historisch. Het gaat hem om het verwijt dat de hoofdpersoon van 1984, Winston Smith, te horen krijgt op de martelbank: «Jij bent een fout in het patroon.» De drang iedereen in de pas te laten lopen, desnoods met geweld, is tijdloos en van alle culturen.