Een fraaie stap van robin linschoten

Het lag natuurlijk ook aan zijn verwende JOVD-kop, aan zijn arrogantie, en aan het feit dat hij straks, als hij oud en grijs is, nog steeds het imago zal hebben van een snotneus die arme bijstandsmoedertjes het vel over de oren haalde.

Een verwende JOVD-kop is geen politiek criterium. De Kamer had Robin Linschoten, ex-staatssecretaris voor sociale zaken, primair op de feiten te beoordelen. Geen fractie, ook niet die van de VVD, die niet wist dat er indertijd is geritseld teneinde de ziektewet door de volksvertegenwoordiging te sluizen. Niemand die er aan twijfelde dat de benoeming van Ctsv-voorzitter Dian van Leeuwen de resultante van pure politieke VVD-inteelt is geweest.
Weg met die man! Niettemin, zijn laatste optreden, dat de val zou inleiden, was staatsrechtelijk zuiver als glas. De Kamer twijfelde. De staatssecretaris probeerde op argumentatieve gronden aan deze twijfel een einde te maken. De Kamer twijfelde nog steeds. Dus trad de staatssecretaris af. Dat is manmoediger dan het gedrag van die minister van Sociale Zaken die in het begin van de jaren zestig iets ingewikkelds uit te leggen had over de kinderbijslag, zich op de herentoiletten opsloot en vervolgens stiekem het Binnenhof verliet.
Robin Linschoten is mede over de negatieve kanten van zijn reputatie gestruikeld. Een beleefde buiging in de richting van de volksvertegenwoordiging was voldoende geweest om D66 en PvdA weer in het gareel te krijgen. Hij koos echter voor de vlucht naar voren. Die bleek naar het moeras te leiden. Weinigen hadden vermoed dat de Ctsv-affaire (ook) de staatssecretaris de kop zou kosten. Hij zou, schreef bijvoorbeeld Het Parool daags voor het debat, ongetwijfeld een ‘sluiproute’ inslaan, een gelikt verhaal met bijbehorende spijtbetuigingen. 'Het armzalige van het geheel is dat Linschoten niet eens de eer aan zichzelf houdt, maar genoegen neemt met dit smoezelige doorlatingsbewijs.’ Politieke sterrenwichelarij is en blijft een hachelijke zaak.
Is er eigenlijk een staatssecretaris die nog niet in ernstige politieke moeilijkheden is geraakt, behalve de vervaarlijke Vermeend, de schrik van de Belgische Nederlanders, de man die de aftrekbaarheid van de zakenlunch weer in ere heeft hersteld? Al zijn collega’s hebben inmiddels al een affaire bij de hand gehad (Van der Vondervoort, Gmelich Meijling) of moeten zich verantwoorden (Schmitz, Tommel) voor de dingen die zij een carriere eerder hebben uitgehaald. Het vak van staatssecretaris is in feite tamelijk ondankbaar. Zij mogen zich niet eens onderminister noemen, de entree in de ministerraad is hen niet vergund, zij hebben de status van veredelde ministeriele tassendrager met de primaire taak hun minister uit de wind te houden.
Vooral de staatssecretaris van Sociale Zaken. Het is geen toeval dat het betreffende ministerie in korte tijd twee keer in een filiaal van de Keukenhof is veranderd. De staatssecretaris van Sociale Zaken is verantwoordelijk voor de sociale zekerheid. Aan die portefeuille valt weinig plezier te beleven. Elske ter Veld heeft het aan den lijve ondervonden. Linschoten is nu in haar voetsporen getreden.
Het moest trouwens wel mis gaan. Hoe kon de fout worden gemaakt, vroeg een kamerlid zich af, om de meest maatschappelijke aller politieke taken aan een man te geven die geen enkele maatschappelijke ervaring heeft? Linschoten heeft immers nog nooit onder een baas gewerkt. Hij is halverwege zijn universitaire studie in de politiek gestapt en heeft zich daarna nooit buiten dit milieu begeven. Dan raak je inderdaad sociaal gemutileerd. Dit verschijnsel verklaart trouwens ook de sociale bloedeloosheid van een typische juristenpartij als D66, met een kader van ongetwijfeld goedwillende politici, die echter de indruk wekken nog nooit een normaal gesprek met normale mensen te hebben gevoerd.
Verder moet er niet zo'n drama worden gemaakt van de zaak. Er is een VVD- staatssecretaris afgetreden, die straks door een andere VVD-staatssecretaris zal worden vervangen. Dat wordt dus Frank de Grave, wethouder te Amsterdam. Eveneens behorende tot het VVD-jongehondencircuit. 'Laat op de avond belt Robin Linschoten. Wij zijn al heel lang politieke maatjes. Het rapport-Van Zijl valt niet mee.’ (NRC’s Hollands dagboek, zondag 23 juni, vier dagen voor het kamerdebat). Aardige kerel, die De Grave. Bekwame rekenaar. Zelf al zes jaar verantwoordelijk voor het financiele wanbeheer bij het hoofdstedelijke vervoersbedrijf, een schandaal dat binnenkort door een onderzoekscommissie zal worden uitgevlooid. Linschoten moge zijn gevallen door het geritsel in het heden, De Grave mag wel oppassen voor de spoken uit het verleden.
Maar hoe moet het nu verder met hun aller voorman en leidsman, fractiechef Frits Bolkestein? Hij is kwaad: 'Wij betreuren de gang van zaken buitengewoon.’ Natuurlijk, het is zijn vak kwaad te zijn. Het valt echter te betwijfelen of Bolkestein zo kwaad is omdat de coalitiepartners zijn politieke geestverwant hebben weggestuurd. Hij is veeleer kwaad omdat hij het oppositionele gedrag van de coalitiepartners ervaart als een handhandige tik op de vingers van hem, Bolkestein himself, de man die er alles aan doet om de indruk te wekken dat zijn VVD de alles dominerende factor binnen het paarse kabinet is en niet de Democratische bleekneuzen, laat staan de sociaal- democratische angsthazen.
Het vertrek van Robin Linschoten is tevens het signaal dat de VVD er verstandig aan doet de verzorgingsstaat niet al te overijverig af te breken. De paarse coalitie is er niet voor de eeuwigheid, hoe zelfbewust en voortvarend de dames en heren het regeerakkoord ook proberen uit te voeren. Er is inmiddels een aanvaardbaar alternatief voorhanden, voor het geval de liberalen hun hand overspelen: een coalitie tussen PvdA, het CDA en GroenLinks, een in snel tempo aan gezag winnende partij, waarbinnen de loony left inmiddels in de marge lijkt te zijn gedrongen.
Coalities zijn sinds enige jaren niet meer van gietijzer vervaardigd. Natuurlijke regeringspartijen bestaan niet meer; je zit in de oppositie voor je het weet. Linschoten zou trouwens, als Bolkestein zich straks laat pensioneren, een excellente oppositieleider zijn. Wat kan die man lullen! Joop van der Ende moet hem maar, in afwachting op wat de toekomst brengen moge, een politieke talkshow offreren.