Een fractielid met een bord voor de kop

Iedereen die wel eens actie voert, weet dat er niet tegenover ieder uitgegeven tientje een bon staat. Iedereen die wel eens een benefietfeest heeft georganiseerd, weet dat de verhouding tussen opbrengst en kosten soms tegenvalt. En iedereen die een beetje naam heeft en het hart op de goede plaats wordt wel eens lid van een comite van aanbeveling, zonder precies te weten wat er in dat comite omgaat.

Laten we er daarom van uit gaan dat GroenLinks-Tweede-Kamerlid Tara Singh Varma te goeder trouw doch slordig en eigengereid is. Ook een zekere mate van zelfingenomenheid, opportunisme en zwart- wit denken - het laatste in de beide betekenissen des woords - kunnen haar niet worden ontzegd. Een zekere dosis van deze eigenschappen kan geen kwaad, en is de meeste politici niet vreemd. Bij Singh Varma zou de dosis echter wel eens iets te hoog kunnen zijn.
Het beste bewijs daarvoor leverde Varma de afgelopen weken. Halsstarrig weigerde zij tijdelijk terug te treden uit de Tweede Kamer toen zij op meerdere fronten in opspraak kwam. Afgelopen weekend, nadat zich een derde ‘affaire’ had gevoegd bij de twee eerdere, drong haar eigen fractie aan op terugtreding uit de Kamer zolang het onderzoek van De Graaff-Nauta loopt. Varma weigerde en de fractie wilde de lieve vrede niet verstoren, althans niet en plein public. Dus ze blijft.
Varma’s fans - de wereld is als het om Varma gaat verdeeld in fans en haters, iets er tussenin is nauwelijks mogelijk - zullen hierin een bewijs zien van haar heldhaftigheid. Helaas valt het eerder in de categorie ontactisch en obstinaat. Zelfs als je niet schuldig bent, nee, juist als je niet schuldig bent, moet je in zo'n geval buiten de Kamer het onderzoek afwachten. Al was het maar om je collega’s niet voor de voeten te lopen.
Maar Varma blijft. En dat had de fractie niet mogen laten gebeuren. Funester dan een in opspraak geraakt fractielid is een fractie die de indruk wekt niet te durven optreden tegen een collega. Dat optreden wordt moeilijker naarmate het betreffende fractielid meer stampij maakt, maar ook noodzakelijker. Niet alleen ten behoeve van het imago van GroenLinks, maar evenzeer ten bate van de verhoudingen in de fractie. Zelfs als het hierdoor tot een uitbarsting was gekomen, hetgeen gezien bovengenoemde eigenschappen van Varma niet ondenkbaar zou zijn geweest, was dat te verkiezen geweest boven de huidige toestand.
Het zelfbewuste optreden van GroenLinks in de Kamer tijdens de eerste maanden van dit kabinet doet vermoeden dat ze een dergelijke beproeving wel weer te boven zou zijn gekomen. Nu lijkt die uitbarsting slechts uitgesteld, want met een fractielid met een bord voor de kop is samenwerking op den duur onmogelijk.
En daarmee is ook de commissie die de kandidatenlijst opstelde voor de GroenLinkse fractie, mede debet aan de kommer. Bovengenoemde eigenschappen, inclusief de dosis ervan, waren tenslotte al iets langer bekend. Ook toen werd echter de confrontatie met de machtige fans van Varma uit de weg gegaan.