Een geboren saboteur

Jáchym Topol
Spoelen met teerzeep
Uit het Tsjechisch (Kloktat dehet, 2005) vertaald door Edgar de Bruin
Ambo, 256 blz., € 19,95

De jongen Ilja – Ilja komt van ia – weet niet wat een tv is totdat die laat zien dat het sovjetleger zijn land is binnengevallen en op krachtige weerstand stuit. De Ruskies staan zelfs al voor de deur. Ilja loopt de monsters tegemoet en een tank komt knarsend voor hem tot stilstand. Als een wezel slingert hij zich in de geheven armen van een reusachtige man op de tank: ‘Papa drukt zich tegen mij aan.’ Als dat waar was, was het einde van het eerste deel van de roman meteen het einde geweest – zijn ouders zijn, zo blijkt later, toen ze het land uit vluchtten in een vliegtuig omgekomen. Tot dusver was de chaos er een in het klein: in het tehuis Tehuis voor jongens, het uitschot der natie, dat door de communisten, na verdrijving van de nonnen, tot een militaire tuchtschool werd omgeturnd; wie konden er beter opvoeden dan oud-frontstrijders, zeker als ze ook nog in Siberië hadden gezeten?
Na de inval is het ook in deze uithoek van het land een chaos: de jongen ziet door de Tsjechen zelfs een derde wereldoorlog uitgelokt. Die wordt gelukkig voorkomen doordat Navo en Ruskies onder één hoedje spelen. Wist de commandant van de Russische tankbrigade veel dat hem een geboren saboteur in de armen sprong. Behalve dat Ilja voor tolk speelt, is hij van nut door de eigenhandig getekende kaarten van de streek. Menige verzetshaard wordt dankzij hem uitgerookt. Als hij vervolgens door Tsjechen gevangen wordt genomen, is hij hun weer van nut door wat hij over de tankbrigade weet. Enzovoort, want de gladjakker – ook wel ‘rat’ geheten – maakt het niet veel uit wie de vijand is, als hij maar lachende derde is. Zo is hij op het laatst sinds zijn lieve medepsychopaten van het Tehuis zijn stomme broer Apie in de wasmachine gestopt hebben.

De teerzeep uit de titel was overigens het middel van de nonnen om jongens die jokten de mond te spoelen. In die sfeer van kwansuis vertelde bravoure past de uitgewerkte grap dat de tankcolonne tot opdracht heeft in Tsjecho-Slowakije een achterland voor cultuur en ontspanning op te bouwen, met de verspreide en nogal bloederige resten van een socialistisch circus uit Oost-Duitsland aldaar. Ook in de eerder vertaalde roman Nachtwerk liet Topol (1962) de chaos van ’68 door een jongetje zien; nu is het een wat grotesker verhaal, maar even warrig – het woord ‘janboel’ valt iets te vaak.