Menno Hurenkamp

Een gedeelde ervaring

De moderne media zouden burgers hun gedeelde ervaringen ontnemen. Ooit volgden we allemaal dezelfde nieuwsbronnen, maar door de vercommercialisering van de pers en het bijbehorende gigantische aantal zenders en kranten neemt iedereen verschillende informatie op. Áls de mensen het nieuws al volgen, voegen de pessimisten daar dan nog eens aan toe. De media tasten op die manier, gewild of ongewild, de samenhang tussen de mensen aan. Als ze niet over dezelfde onderwerpen praten, hoe kunnen de maatschappelijk belangrijke vraagstukken dan nog op de agenda komen?

Het is een klacht uit het recente rapport Medialogica van de Raad voor de Maatschappelijke Ontwikkeling. De oorlog in Irak werpt een schril licht op die ontwikkeling. De verslaggeving over de strijd tussen «de coalitie» en Irak levert namelijk een maatschappelijke gedeelde ervaring van jewelste op.

In de discussie over de oorlog heb je mensen die tegen zijn omdat ze tegen elke oorlog zijn. Archetype: het Amnesty-lid. Er zijn ook mensen tegen omdat ze de pest hebben aan Amerika of Israël — de kraker of de aanhanger van de Arabisch-Europese liga. En er zijn mensen tegen omdat de oorlog niet volgens de regels van het internationaal recht verloopt. Archetype: de Volkskrant-lezende dertiger.

Dan heb je de voorstanders. Sommigen zijn voor omdat je je nu eenmaal moet schikken naar machten die sterker zijn dan jij — de CDA-premierskandidaat. Anderen zijn voor omdat ze vinden dat het verwijderen van Saddam Hoessein best wat spaanders mag opleveren. Archetype: de gevluchte Irakese intellectueel. Ten slotte heb je de mensen die voor zijn vanwege een uit communistische jeugdzonden stammende drang om dromerige idealisten wakker te schudden. Archetype: de babyboomer-opiniepaginapublicist.

Deze zes menstypen kijken allemaal met variaties van afschuw naar elkaars mening. Wat ze bijeenbrengt is verbazing. Over het feit dat ze al zappend het ene moment een beeld zien waarop Bagdad «live» onder vuur ligt, en het volgende moment op een andere zender datzelfde Bagdad «live» in stilte gehuld zien. Over het feit dat ze geloofd hebben dat de Amerikanen in een paar dagen het regime van Saddam zouden oprollen — iemand heeft ze dat blijkbaar wijsgemaakt. Wat ze delen is de verwondering dat elk tweede succes dat het Amerikaanse leger via CNN afkondigt, moet worden ingetrokken na ontkenning van dat succes door een Arabische nieuwszender. En waar ze misschien wel het meest verbaasd over zijn, is dat ze zitten opgescheept met het idee dat ze elke minuut op de hoogte moeten worden gehouden.

De media binden ons nog als altijd. Maar de basis waarop dat gebeurt is niet de democratische plichtsbetrachting van de geïnformeerde burger. Iedereen weet dat je beter op de documentaire Golfoorlog 2 kunt wachten om te begrijpen wat nu in Irak gebeurt. Toch kijken we dagelijks of ons eigen leven ervan afhangt naar de meest betwistbare analyses. Alsof een Big Battle gaande is, waar de uitslag niet van de kracht van de militairen afhangt, maar van de stem van de kijker. Weten dat je wordt bedonderd en toch volhouden. We zijn verslaafd geraakt aan scepsis. Het is zonder meer een gedeelde ervaring, maar een wankel vertrekpunt om maatschappelijke vooruitgang van te verwachten.