Brussel, 23 januari 2011. Demonstranten eisen een regering © Julien Warand / Belga / AFP / ANP

Ergens niet eens zo diep in de virtuele struik-gewassen van het internet – te midden van al het cynisme over het stroeve formatieproces – moet vorige week de Spiderman-meme zijn opgedoken. Daarin wijzen twee identieke versies van de stripfiguur uit de jaren zestig elkaar met pistoolvingers toe. Het beeld komt uit de strip Double Identity waarin een schurk de superheld probeert te imiteren. Beiden nemen dezelfde poses aan en lijken akelig veel op elkaar. Want ja, met het overschrijden van 160 dagen begint het Nederlandse formatieproces stilaan een Belgische gedaante aan te nemen. En België als politiek spiegelbeeld? Dat vermijd je het liefst.

De Belgische politiek kent dan ook een lange en turbulente geschiedenis van tergend trage formaties. Haar formatieproces uit 2011 – waarin het van de ene in de andere impasse tuimelde – was de langste uit de wereldgeschiedenis. 541 dagen.

Deja une bêtise! ‘Nu al een stommiteit!’ Bart De Wever zei het met een onderdrukte grijns en een lichte vorm van vermaak. Want o ja, hij moest de verzamelde pers ook nog in het Frans toespreken. De kersverse winnaar van de verkiezingen in 2010 had zijn perspraatje enkel in het Vlaams gedaan. Het Franstalige deel had hij immers niet voorbereid.

De voorman van de separatistische n-va – haar partijbeginsel stoelt op de afsplitsing van Vlaanderen – moest de daaropvolgende maanden in de formatiebesprekingen een tandem vormen met zijn politieke tegenpool Elio Di Rupo van de Franstalige socialisten (PS). Die tegenstelling illustreerde het beroerde vooruitzicht en de uitzichtloosheid die België te wachten stond. Het had iets surreëels. Enkele jaren eerder reed De Wevers partij ter provocatie nog met twaalf kleine vrachtwagens, volgeladen met 226 miljoen nepbriefjes van vijftig euro Wallonië binnen om de ‘nutteloos bestede’ geldstromen naar het andere landsdeel aan te klagen. En plots bevond hij zich als grootste partij van het land in het centrum van de macht. Het leek bij voorbaat een hopeloze oefening. Want, zoals De Wever zijn kiezers had beloofd, Vlamingen hadden ‘voor verandering gekozen’ en hij zou hen ‘niet teleurstellen’. Gespierde taal die een voorbode bleek voor de gruwelijk lange duur van de formatie.

In niets is de huidige Nederlandse situatie te vergelijken met de Belgische, waar communautaire dynamieken inwerken in de politieke cultuur en het formatievraagstuk des te taaier maken. Tegelijk zijn er ook parallellen te trekken. De verbrokkeling van het politieke landschap, de afkalving van de traditionele partijen, het maakt formeren ook in Nederland behoorlijk ingewikkeld, zegt Stefaan Walgrave, politicoloog aan de Universiteit Antwerpen. ‘Het gefragmenteerde landschap, de waaier van strategieën, verschillende partijen met hun eigen ideale formule, de kliekjesvorming. Het gaat allemaal in een soort van mengbeker, flink door elkaar geschud. Komt daar geen leidende formatie bovendrijven, een machtsblok met ruggengraat die de ene partner voor de andere kan inwisselen, dan blijf je aanmodderen.’

Formeren, het is een oeverloze paringsdans van partijen om elkaar heen. En in Nederland is de muziek nu zelfs helemaal gestopt. Vijf maanden duurde het, voor de partijen tot het inzicht kwamen dat ze eigenlijk niet wilden samenwerken. De laatste bewegingen in Den Haag verdienen geen schoonheidsprijs. Inmiddels is Nederland na Herman Tjeenk Willink en Mariëtte Hamer toe aan haar derde informateur. vvd’er Johan Remkes werd van stal gehaald om een minderheidskabinet op de been te brengen. Het gebrom over de ‘non-formatie’ zwelt aan.

Dat mistroostige gevoel van uitzichtloosheid herkent Carl Devos, politicoloog aan de Universiteit Gent, heel sterk. De voorbije jaren zag hij een infantilisering van de Belgische politiek. De enorme desillusie over de houding van de -Belgische politieke klasse die in de woorden van de politicoloog doorklinken, wordt onder Belgen breed gedeeld. ‘Zelden gaat het om de inhoud. De redenen waarom het klapt, zijn vaak ook antipolitiek. Want sec bekeken, wie vaak louter naar de inhoud kijkt, wat in zo’n regeerakkoord moet staan, ziet dat de oefening in wezen niet heel erg moeilijk is. Maar politici hebben moeite van hun programma’s los te komen, lijken bang om eisen in te slikken, formules te herbekijken. Het verzandt vaak in politieke steekspellen en onderling gekibbel. Een pijnlijke vaststelling.’

‘Elkaar als partners aftasten doe je, net 
als in het liefdesleven, niet op straat’

België werd het kneusje van Europa. Met een mengeling van gefronste wenkbrauwen en leedvermaak keek de wereld toe hoe het politieke bestel met zichzelf worstelde. In het land van grijze compromissen was al gewenning opgetreden bij de traagheid van het politieke proces, maar de formatiestrubbelingen uit 2011 waren ‘[kapitaal]’ en wentelden het land in een ware existentiële crisis. Met verbittering keek het volk lijdzaam toe.

Boven op de grillen van de partijpolitiek wilden partijen aan beide zijden van de taalgrens met een sterke boodschap naar hun eigen gemeenschap, hun eigen achterban kunnen trekken. Naast een ‘gewoon’ regeerakkoord moest immers ook een tweederdemeerderheid gevonden worden voor een grote staatshervorming, waarin netelige kwesties zoals geldstromen en bevoegdheidsverdelingen tussen beide regio’s moesten worden opgehelderd. Pas nadat de internationale financiële markten het land het mes op de keel hadden gezet, werd de regering-Di Rupo – zonder de n-va – in december 2011 gevormd. De tijdlijn die de Vlaamse krant De Morgen als terugblik samenstelde telde liefst vijfduizend woorden.

Caroline Gennez voelde haar telefoon trillen in haar broekzak. Ook toen ze de naam van Elio Di Rupo op haar scherm zag oplichten liet de voorvrouw van de Vlaamse Socialisten hem rinkelen. Ze zat midden in een theatervoorstelling en de krantendeadlines waren al voorbij. Hoe dringend kon het zijn? Bovendien had Gennez door de formatiechaos al maanden geen cultureel uitje meer kunnen plannen. Na afloop belde ze terug om zich op minzame toon te excuseren. Excusez-moi Elio, j’étais au théâtre. Waarop Di Rupo zou hebben geantwoord: Mais Caroline nous sommes tous au théâtre!

Met de grap erkende Di Rupo, destijds formateur, de absurditeit van het politieke toneel. Het was een vorm van zelfspot waarin een zekere mate van droefheid school. En Gennez, die bevond zich in het middelpunt van dat politieke gewoel. Het is de zonde van België, zegt Gennez. ‘Die versnippering, partijen aan beide taalgrenzen, die allen een deel van de koek willen. Dat maakt het voor ons Belgen moeilijk om tot een globaal verhaal te komen. Het is het recept voor maandenlange stilstand. Wat ik nu in Nederland ook zie gebeuren.’

Zijn gebalde vuist en trillende stem vertolkten woede, in zijn opgeworpen armen manifesteerde zich een onvervalste vorm van wanhoop. Op dag 402 van het beruchte formatieproces zagen de Belgen koning Albert II zoals ze hem nooit eerder hadden gezien. In een spraakmakende 21-juli-rede – de nationale feestdag – riep hij de gezamenlijke politieke klasse tot de orde. Het appelleren aan hun verantwoordelijkheidsgevoel zorgde onverwacht voor bewustwording onder de hoofdrolspelers en bleek een eerste aanzet tot een uitweg in de vastgelopen formatie.

De voorbije decennia groeide het Kasteel van Laken zelfs uit tot bezinningsruimte voor radeloze politici tijdens het formatieproces. Een plek waar gedachten vrijuit kunnen vloeien. Zijne Majesteits sofa als therapiebank. De koning als klankbord in een bijna sussende rol, aan wie partijleiders bespiegelingen en verzuchtingen toevertrouwen.

In de Belgische politiek bleek het vaak een zuiverende werking te hebben. Caroline Gennez ziet de rol van de koning als ideale pauzeknop voor het gewoel van het formatiegeweld. ‘Het is de biechtstoel van de formatie. Alles komt er samen. Waar partijen mee zitten, wat een partij intern drijft, de interne strubbelingen. Waarom partij X met partij Y een probleem heeft. Is het inhoudelijk? Zijn het de persoonlijkheden die niet matchen? Vervolgens wordt uitvoerig besproken waar de openingen liggen. Zo leidt de koning samen met de formateur de dans. Het is ook een morele autoriteit. En dat hoeft niet met harde hand of dwingend want finaal is het een synthese van wat de politiek wil.’

‘Depressies tijdens formaties gaan 
vaak vooraf aan de plotse versnelling’

Het roept de vraag op of het Nederlandse systeem niet te voortvarend is geweest om de koning uit het politieke scenario te schrijven. Een gezagsfiguur, zonder aandeel in het proces, die het overzicht bewaart over het formatielandschap, is dat niet waar deze muurvaste Nederlandse situatie om vraagt?

Van preformateur, ontmijner tot bemiddelaar. Op een gegeven moment werd zelfs een ‘Koninklijk verduidelijker’ in het veld gestuurd om ontstane spanningen te ontzenuwen. De seman-tische creativiteit van het paleis kende geen maat om politieke formatieopdrachten te benoemen. Door voortdurend andere mensen aan zet te brengen, bewaakt de koning de constructiviteit in de formatie, zegt Devos. ‘Als alternatief voor een situatie waarin partijen hun eigen strategie doorduwen, zonder structurerend principe.’

De cocon van het Hertoginnedal, met zijn uitgestrekte tuinen bij Brussel, of de kalmte van het kasteel van Ciergnon bij Namen bleken meer dan eens een ideale omgeving om ingewikkelde politieke knopen te ontwarren. Waar politici zich in alle beslotenheid terugtrokken om elkaar uit de eindeloze staarwedstrijden te verlossen.

Het ontbreken van transparantie in het formatieproces roept vaak onbegrip en wantrouwen op. Ook de nieuwe formateur Remkes hekelde het huidige ‘ondoorzichtige proces’. Maar met die transparantie kom je volgens Walgrave ‘geen meter vooruit’. ‘Elkaar als partners aftasten doe je, net als in het liefdesleven, niet op straat. Je stelt je kwetsbaar op. De bereidheid tonen om breekpunten te laten varen, loskomen van verkiezingsbeloftes, dat is een bijzonder pijnlijk proces voor partijen. Daarvoor is nood aan vertrouwen en discretie. Dat vergt massagewerk. Dat doe je niet in de etalage.’

In Nederland neemt de nervositeit toe. In tijden waarin wordt geschermd met begrippen als ‘nieuwe bestuurscultuur’, voedt een weinig fraaie en slepende formatie het wantrouwen in de politiek. Voorlopig lijkt het ongenoegen niet aan individuele partijen te kleven, zegt Walgrave. ‘Het richt zich tegen de gehele politieke klasse. Niemand betaalt daar een prijs voor, tenzij er een duidelijke schuldige is. Maar wie wordt er nu in zijn voortbestaan bedreigd? Helemaal niemand. Dat maakt aanmodderen niet eens zo onaantrekkelijk.’

De sociale naweeën van een corona-crisis maken de behoefte aan een daadkrachtig Nederlands kabinet groot. Maar Carl Devos predikt vooral geduld. ‘Il faut laisser le temps au temps. Laat de tijd het werk doen. De problemen zijn nog niet groot genoeg. Mensen trekken de straat nog niet op. De economie lijdt niet genoeg. Ja, het wringt, maar het doet nog onvoldoende pijn.’

Bijna een derde van de periode tussen 2010 en 2019 werd België door een regering in ‘lopende zaken’ geleid. De duur van de formatie hoeft niet enkel negatief te zijn, want een Belgisch regeerakkoord, dat is een beetje als boenen tot hij glimt. Hebben de Belgen formeren tot kunst verheven? Walgrave zegt het zonder ironie: ‘Eigenlijk zijn wij specialist in formeren. We behandelen onze regeerakkoorden als een bijbel. Uitgekiende regeerakkoorden smeden de coalities stevig aan elkaar. De meeste problemen zijn daardoor al tijdens de formatie uitgeklaard. Dat zorgt voor stabiele kabinetten.’

Met plaatsvervangende schaamte had oud-informateur Herman Tjeenk Willink naar de huidige stand van de formatie gekeken. Het systeem was hem ‘te lief’. Zoiets breek je open door een crisisgevoel op te roepen, zegt Walgrave. ‘Door urgentie te creëren. Zo’n gemeenschappelijk crisisgevoel kan voor catharsis zorgen. Het laat politici toe om zichzelf te overstijgen en ingewikkelde stappen toch te zetten. Depressies tijdens formaties gaan vaak vooraf aan de plotse versnelling. Crisis en oplossing liggen in die zin vaak dicht bij elkaar.’

Volharding is hier het sleutelwoord, vindt Devos. Nederland mag niet huiverig zijn om platgereden paden, schijnbaar doodlopende straatjes opnieuw te betreden. Die horen heel minutieus en intensief bewandeld te worden. ‘Desnoods keer je terug naar start, zoals bij Monopoly. Als een soort Control-Alt-Delete. En als dat niet lukt, doe je het nog een keer. Opnieuw. En opnieuw. En opnieuw. Tot het gewoon wél werkt.’

Van Herman Van Rompuy tot Guy Verhofstadt en Charles Michel: de voorbije decennia speelden oud-premiers een belangrijke rol op het Europese toneel. Geen toeval, vindt Gennez. ‘België heeft de aard van het compromis in zijn dna. Een conferentie van velen verenigen, dat zijn we in eigen land nu eenmaal gewend. We zijn dan ook een geduldig volk.’