Fatih Dag en de Westermoskee

Een gek in de Turkse gelederen

Aan de bouw van de Westermoskee in Amsterdam zitten vele scherpe randjes. Toch maar woningen dan?

OP 28 FEBRUARI 2006 legde minister van Justitie Piet Hein Donner de eerste steen voor de bouw van de Westermoskee. Afgelopen weekeinde vloog diezelfde steen door de ruiten van de gemeente Amsterdam, met de complimenten van voorzitter Fatih Dag van de Turkse moskeekoepel Milli Görüs.
De plechtigheid van vorig jaar op het terrein van de voormalige Rivagarage in de wijk De Baarsjes was in meer dan één opzicht symbolisch. De bouw van het complex met ondergrondse garage, sporthal, badhuis, winkeltjes en een minaret van 42 meter hoog (geplande oplevering in 2012) was een gezamenlijk project van Milli Görüs en woningbouwvereniging Het Oosten, waarbij de gemeente Amsterdam als stille vennoot functioneerde. Het bouwplan dateert van 1994, toen een beleggingsmaatschappij van Milli Görüs, Manderen BV, het terrein voor 3,3 miljoen euro kocht. Het stuitte aanvankelijk op fel verzet van omwonenden en het stadsdeel, dat werd beantwoord door even hevige protesten van Turkse kant. De meningsverschillen werden uitgevochten tot voor de Raad van State. In 1998 kwam er schot in de zaak door toedoen van Frank Bijdendijk, directeur van Het Oosten. Op zijn voorstel verkocht Manderen het terrein aan Bijdendijks corporatie op voorwaarde dat Het Oosten de ontwikkeling ervan ter hand zou nemen. De gemeente steunde het plan vanuit integratieoogpunt. Lokale bezwaren werden weggemasseerd.
Ten tijde van de steenlegging was er een budget van achttien miljoen euro bijeengebracht, er lag een ontwerp en de Nederlandse afdeling van Milli Görüs, een conservatieve religieus-sociale beweging met hoofdkwartier in Keulen, kon op veel sympathie van de gemeente en de media rekenen. De nieuwe directeur externe betrekkingen, Haci Karacaer, liet geen gelegenheid voorbijgaan om te benadrukken dat de moskee het aangewezen vehikel was voor de integratie van islamitische migranten in de Nederlandse samenleving. Was de naam van het gebedshuis op zichzelf geen belofte van integratie? Waren de architecten niet joods? En nam de oer-Mokumse woningbouwvereniging niet één derde van de investering voor zijn rekening?
De gemeente Amsterdam heeft zich compleet verkeken op de Europese leiding van Milli Görüs, die heel wat minder compromisbereid is dan Karacaer en de zijnen. De organisatie is sinds 2004 voorstander van voorzichtige deelname van Turkse migranten aan de ontvangende samenleving, maar blijft fel gekant tegen ieder teken van assimilatie. De samenwerking met de goddeloze Nederlandse staat, die tot overmaat van inmenging ook nog imams voor de moskee wilde leveren, ging Keulen veel te ver. Erger nog, het bouwplan was zo ambitieus dat Amsterdam wel eens een ‘verlichte’ spirituele rivaal voor Keulen zou kunnen worden. Op 5 oktober vorig jaar werd Manderen-directeur Üzeyir Kabaktepe door de Keulse leiding afgezet en vervangen door een rivaal, Fatih Dag, de voorzitter van moskeevereniging Aya Sofia.
Het oude bestuur stapte naar de rechter, maar die wees de klacht dat de Keulse ‘coup’ onrechtmatig was van de hand. Onder Dags leiding stuurde Milli Görüs aan op een confrontatie met de gemeente en Het Oosten. Dag was niet alleen een stuk conservatiever, hij was volgens sommige ingewijden door Keulen louter naar voren geschoven om de bouw van de moskee te doen mislukken. De onthulling dat de moskee ondanks een belofte van het tegendeel onder Duits toezicht zou komen te staan, veroorzaakte veel commotie bij de Nederlandse partners. Toen in maart van dit jaar uit de kring van Dags eigen moskeevereniging geruchten kwamen over grootscheepse aandelenzwendel in Milli Görüs onder auspiciën van het vorige bestuur, hield Het Oosten de samenwerking voor gezien.
Inmiddels is ook uitgekomen dat de overeenkomst van 1998 een geheime clausule bevatte, waarin was bepaald dat het Rivaterrein weer in bezit van Milli Görüs zou komen als in 2010 niet met de bouw was begonnen. Als Dag erin slaagt de ruzie zo lang te rekken, kan Milli Görüs een forse speculatiewinst boeken. De voornaamste ‘winst’ voor de beweging is echter van politieke aard: Milli Görüs kiest voor het isolement en voorzitter Dag houdt als vanouds in eigen gelederen de wind eronder. Afgelopen zaterdag deed hij er een schepje bovenop door te verklaren dat de bouw van de moskee met eigen geld doorgang zal vinden en dat Milli Görüs zich niets zal aantrekken van bezwaren van de gemeente. Een bouwverbod zal worden beantwoord met een ‘geweldloze opstand’ van Turken uit heel West-Europa. Een opstand die zomaar uit de hand kan lopen, aldus Dag: ‘Onze mensen zijn emotioneel en er kan zomaar een gek tussen lopen.’
Misschien kan Dag eerst eens uitleggen waar dat ‘eigen geld’ vandaan komt. Wordt het bouwproject voortaan medegefinancierd door de Moslim Broederschap, net als de Essalammoskee in Rotterdam, die gesponsord wordt door een sjeik in Doebai? En wat denkt Dag te bereiken met zijn verkapte dreigement? Uiteraard loopt er bij Milli Görüs, zoals bij elke grote organisatie, altijd wel een gek rond. Maar niet elke organisatie benoemt een gek tot voorzitter. Milli Görüs mag blij zijn als de gemeente ooit nog de bouw van een bescheiden moskee op het Rivaterrein toestaat. Het Oosten gaat er nu in samenwerking met het stadsdeel eerst maar eens woningen bouwen.