Fotografie De collectie Kahn

Een gekleurde wereld

De Parijse bankier Albert Kahn liet begin 1900 voor zijn project ‘Archives de la planète’ beelden van mensen van over de hele wereld maken. In kleur.

Sergej Prokoedin-Gorski, Paar in traditionele kledij bij Goenib in de noordelijke Kaukasus, Dagestan, ca. 1910. Driekleurenfotografie met monochrome fotoplaten © Russische Academie van Wetenschappen, Moskou

Regelmatig duiken ze op op Facebook of Twitter: de ‘Rare Color Photos of Paris Taken 100 Years Ago’. Foto’s van een meisje in een lege Parijse straat met een kar vol paarse en roze bloemen, de Eiffeltoren met het al lang gesloopte Palais du Trocadéro in kleur. Of van gewone mensen die in 1914 buiten hun huis poseren voor de camera met zulke normaal gekleurde gezichten en kleding dat het lijkt of je naar een filmset kijkt.

Net als in de film, maar dan echt. Die online roulerende ‘Rare Color Photos’ komen bijna altijd uit de archieven van Albert Kahn. Kahn (1860-1940) was een Parijse bankier die in 1909 begon met zijn Archives de la planète, een ambitieus project waarvoor hij fotografen beelden van mensen uit de hele wereld liet maken. Een gekleurde wereld, waarvan hij de bewoners met zijn project dichter bij elkaar wilde brengen. Zijn archief bevat meer dan zeventigduizend opnamen, zeldzaam waren ze dus niet. Samen met de door Kahn aangelegde Japanse tuin vormt de collectie de basis voor het Musée Albert Kahn in Boulogne, aan de westkant van Parijs.

Dat museum is helaas tot volgend jaar gesloten wegens verbouwing, maar in het Amsterdamse Allard Pierson Museum is een tentoonstelling te zien met een kleine selectie van die foto’s. De beelden zijn afkomstig uit India, Mongolië, Japan, de Balkan of Frankrijk, in prachtige kleuren. Beter gezegd: moderne afdrukken van die beelden. Want in 1909 bestond er nog geen moderne kleurenfotografie. Er waren eerste pogingen, allemaal langdradig en ingewikkeld, of ze hadden ten minste één ander onhandig nadeel. Ook de autochroom, de techniek die Kahns fotografen gebruikten, was niet ideaal. De opnamen waren makkelijk te maken, in één keer, zonder veel kennis van chemie of techniek. Maar het waren unica, als een polaroidfoto: je kon ze niet reproduceren.

De schoonheid van het beeld maakte veel goed. Wie ooit een autochroom in het echt heeft gezien, een goede, die verbaast zich beslist meer dan de gemiddelde Facebook-gebruiker. De kleuren zijn intens, gloeiend, de mooiste Instagram-foto’s verbleken erbij. Ze stralen in kleur, een onnatuurlijk warme kleur. ‘De kleur van de herinnering’ noemde Rudy Kousbroek die intensiteit in een Nederlandstalige uitgave over het archief van Kahn uit 1979.

De autochroom werd uitgevonden door de gebroeders Lumière in 1903 en in 1907 door hen op de markt gebracht. Het waren dezelfde broers die in 1895 in Parijs de eerste film vertoonden aan publiek. De autochroom is geen foto maar een dia, een transparant plaatje waarvan je de afbeelding pas ziet met licht erachter. Die techniek is zo mooi, zo eenvoudig ook, dat een kleine uitleg – een uitleg die de bezoeker van de tentoonstelling niet krijgt – hier niet mag ontbreken.

De autochroom werkt als een monitor, met rode, groene en blauwe lichtpixels. Aardappelvlokjes worden met chemicaliën rood, groen en blauw gekleurd, gemengd en op het oppervlak van een glasplaatje geplakt. Als je vervolgens dóór die oppervlakte een foto maakt, die foto transparant afdrukt, en dan, zonder het aardappelmeelmengsel te veranderen opnieuw licht door het oppervlak laat vallen, zie je precies dat wat de camera eerst zag. In kleur dus. Het zwakke punt van dit verhaal is dat de kleur alléén verschijnt als de rode, groene en blauwe puntjes van het aardappelmengsel precies op de juiste plaats zitten. En dat je, om de afbeelding te zien, fel licht nodig hebt, licht dat op den duur de afbeelding doet vervagen.

Nadelen die ervoor zorgen dat je zelden echte autochromen te zien krijgt. In het Musée Albert Kahn waren er voor de verbouwing ook slechts een paar te bewonderen, waarbij je zelf het lichtknopje achter de dia moest indrukken. Jammer dat er in Amsterdam nu geen enkel voorbeeld is van de magie van die oude kleuren. De tentoonstelling brengt de beelden als foto’s, met de nieuwste technieken gereproduceerd, zonder in te gaan op de techniek en praktijk van de objecten. Daarmee verliest het niet alleen veel charme, maar ook de bijbehorende geschiedenis.

Het klinkt als een grote tegenstrijdigheid: waarom een archief aanleggen, een heel systeem opzetten van fotografen die een training krijgen en de wereld in trekken, terwijl je van elke foto slechts één afdruk kunt krijgen, en ze niet in een boek kunt afdrukken? Is die kleur dan zo belangrijk?

Een deel van het antwoord ligt, zoals te verwachten was, bij de persoonlijkheid en overtuiging van Kahn zelf. Kahn, geboren in de Elzas als zoon van een joodse veehandelaar, voltooit drie studies en verdient snel veel geld in Zuid-Afrika. Op zijn 33ste is hij multimiljonair. Wel eentje van het sobere, vrijgevige soort: vegetariër, eenvoudig gekleed en zijn leven lang vrijgezel. In 1898 richt hij ‘Autour du monde’ op, een reisbeurzenfonds voor ‘bedachtzame geesten, begaan met de toekomst van het land, om met geestverwanten in goede verstandhouding een uitwisseling aan te gaan van ideeën, gevoelens en uiteindelijk van het leven van verschillende volkeren’. Kortom een volwaardige voorganger van de Erasmusbeurs.

‘De kleur van de herinnering’ noemde Rudy Kousbroek de intensiteit van de autochroom

Veel van de idealen die Kahn heeft, zijn ontstaan uit zijn vriendschap met de filosoof Henri Bergson. Beiden hebben een groot vertrouwen in de veerkracht van ‘alles wat leeft’, met name de mensen, al hebben de meesten wel een stimulans nodig om hun inventiviteit naar voren te brengen. Een taak die Kahn graag op zich neemt.

In 1906 vormt hij ‘Le cercle autour du monde’, een salon voor intellectuelen en politici met de ‘gemeenschappelijke droom van een geordende, betere samenleving’. Albert Einstein, Emile Durkheim, Rudyard Kipling, Rabindranath Tagore en vierduizend anderen zullen in de loop van de tijd naar het huis in Boulogne gaan om elkaar te ontmoeten en ideeën te delen.

Een jaar na de oprichting van dit netwerk komt de autochroom op de markt. Kahn bedenkt dat hij ook een visuele bijdrage kan leveren aan een betere wereld. Kort daarop maakt hij kennis met Jean Brunhes (1869-1930). Brunhes heeft de foto’s gemaakt in de Atlas photographique des formes du relief terrestre, de atlas waarvan dan juist de eerste delen verschijnen. In plaats van enkel de verschillende grondlagen en landschappen vast te leggen, fotografeert Brunhes ook de bevolking, omdat die, zo meent hij, grote invloed heeft op de inrichting en gebruik van het aardoppervlak. Brunhes is een pionier in de sociale geografie, als pendant van de traditionele geologisch georiënteerde geografie. De landkaarten op de Franse scholen zullen nog lang zijn naam dragen. In 1912 begint hij zijn werk voor de Archives de la planète en wordt hij toegelaten tot het prestigieuze Collège de France als eerste sociaal geograaf. Die laatste functie is ingesteld door Kahn zelf.

Brunhes instrueert de fotografen die op kosten van Kahn de wereld verkennen. Het ‘travail humaine’, het resultaat van de menselijke ingrepen, moet zichtbaar zijn in de foto’s, op een bijna droge, positivistische manier. Kahn toont de autochromen tijdens de bijeenkomsten bij hem thuis, in projecties voor een publiek, en Brunhes gebruikt de beelden tijdens zijn hoorcolleges. De kleur maakt de beelden modern, eigentijds. En je zou ze ook hoopvol kunnen noemen: de mens zal vast wel een techniek vinden waarmee de praktische problemen van de autochroom overwonnen zullen worden. Brunhes gebruikt de foto’s tevens voor zijn eigen publicaties, maar dan in zwart-wit. Zo vergelijkt hij bijvoorbeeld een foto van een moderne hooisilo in Tunesië, waarbij betaalde arbeiders aan het werk zijn, met een door ossen voortgetrokken en door een boerenfamilie bevoorrade hooikar in Frankrijk.

In het Allard Pierson Museum zijn de foto’s op andere criteria geordend. Turkse en Afghaanse mannen, Griekse vrouwen in traditionele kleding, Parijzenaars in hun westerse kleding. Het zijn verwarrende series voor de moderne kijker. Waarom is een roodgekleurd beeld van een stier in India in 1913 zoveel minder verwonderlijk dan een rode Moulin Rouge uit hetzelfde jaar? Het heeft er vast mee te maken dat we niet meer in 1913 leven. Veel van de tradities van verre landen die op de foto’s van de Archives de la planète zijn vastgelegd zijn inmiddels zo bekend dat ze nauwelijks nog indruk maken.

Heel toepasselijk is daarom de toevoeging in de tentoonstelling van de autochromen die Nederlandse fotografen maakten, uit de collectie van het Rijksmuseum. Ook hier zijn reproducties te zien, maar juist doordat de omgeving vertrouwder is, en verouderd lijkt, zijn de beelden aandoenlijker. Veel kunstenaars zagen in de nieuwe kleurentechniek van de gebroeders Lumière een grote toekomst, ook de Amerikanen Alfred Stieglitz en Edward Steichen waagden zich aan het experiment. Toch bleek ook voor deze fotografen een belangrijk nadeel aan de techniek te kleven: je kon de foto’s na de opname nauwelijks beïnvloeden, iets waarin zij juist zo bedreven waren.

Het is jammer dat de in Nederland gemaakte foto’s uit de Archives de la planète niet in de tentoonstelling hangen, gelukkig zijn ze wel online te bekijken. Geordend op plaats zijn de nu nog toeristische trekpleisters goed vertegenwoordigd: Edam, Volendam, de Amsterdamse grachten. En daarnaast komen veel van de 242 Nederlandse autochromen uit Den Haag.

Den Haag was namelijk in 1899 door tsaar Nicolaas II tot vredesstad bestempeld. Er vonden twee internationale vredesconferenties plaats, in 1899 en 1907, in 1913 werd het Vredespaleis voltooid. De foto’s in de collectie Kahn zijn van later datum, uit 1929, toen daar de zogeheten herstelconferenties plaatsvonden, waarbij de hoogte van de herstel-betalingen van Duitsland werd bepaald.

In 1914 had de Eerste Wereldoorlog Kahns hoop op wereldvrede niet verstoord. Ook toen de beurskrach in oktober 1929 het begin van zijn failliet inluidde, hield hij zijn verzameling bijeen – in 1936 werd deze samen met zijn villa overgekocht door de departementale overheid. Kahn overleed op 14 november 1940 in Boulogne, de nazi’s hadden Parijs bezet. Dat vrijwel zijn hele collectie foto’s nu gratis online toegankelijk is, had hem vast plezier gedaan. Al moet je voor de werkelijke sensatie van de autochroom die nog steeds in het echt zien. En wat was het toepasselijk geweest als dat had gekund in het Allard Pierson Museum, het vroegere hoofdkantoor van De Nederlandsche Bank.


De wereld in kleur: Kleurenfotografie voor 1918, t/m 6 januari in het Allard Pierson Museum in Amsterdam; allardpiersonmuseum.nl