De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk vanavond om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

A life in the day of Generation Wuss

Een generatie van navelstaarders en aanstellers

Laatst zat ik in Zwolle op een bankje te tobben over de toekomst. Het was zonnig en vredig - het uitzicht op het water was een vereeuwiging op Instagram waard, met hashtags als #instahappy #noworries #lifeisgood #sunporn.

Toch was ik aan het piekeren. Misschien maar docente worden? Neh. Tinder eindelijk eens uitproberen? Iew.

In de verte hoorde ik het grind kraken onder de voetstappen van een naderende passant. Het was een man van ongeveer veertig jaar. In de ene hand hield hij een plastic zakje vast, in de andere een paraplu. Om zijn tengere lijf een lullige slobbertrui en een versleten, veel te ruim zittende pantalon. Haren ongekamd.

‘Dag, mevrouw!’ riep hij opgewekt toen hij mijn bankje bijna passeerde.

‘Dag, meneer.’

Hij bleef staan, prikte zijn paraplu in de berm en leunde erop. Ik keek om me heen, er was niemand in de buurt. Waarom had hij dat ding eigenlijk bij zich? Het had de hele dag niet geregend. Zou hij me er straks mee doodslaan?

‘Jij genieten van die zon?’ vroeg hij ontspannen.

‘Ja, heel erg aan het genieten’, antwoordde ik, terwijl ik zijn grip op het pluutje in de gaten hield. ‘Jij ook?’

Hij haalde zijn schouders op en vroeg me waar ik vandaan kwam. Zelf was hij al vier jaar vluchteling in Nederland. ‘Ik kom uit Somalia.’

Verderop kwam een vrouw met haar hamsterhondje aanwandelen.Waarom hij Somalië heeft verlaten, wilde ik weten. ‘Oorlog’, zei hij. ‘Altijd oorlog.’ Hij vertelde dat hij steeds probeert om naar een ander land te vluchten, maar tot nu toe is hem dat nooit gelukt. Op Schiphol werd hij steeds opgepakt. Bij elkaar, heeft hij langer dan een jaar in detentie gezeten. Nu had hij voor twee dagen een slaapplek in een lokale opvang voor daklozen.

Tijdens zijn verhaal had hij de gevouwen paraplu horizontaal op zijn schouders gelegd, zijn armen hingen aan beide kanten over de stok. Zijn nek boog onder de druk. In deze houding leek de Somalische vluchteling op Jezus, genageld aan een kruis.

‘Alles in de handen van Allah’, sloot hij zijn verhaal uiteindelijk af. De man haalde weer zijn schouders op. ‘Of misschien niet. Misschien bestaat Allah niet. Toch? Hahahaha.’ Ik: ‘Ja, hahahaha.” En hij vond het ook niet eens zo verkeerd als er een oorlog uitbreekt in Europa. ‘Het is te goed hier. Hier, mensen weten niet wat ze hebben.’

Hij slingerde de paraplu weer van zijn schouders. ‘Maar ik ga verder. Salaam aleikom, mevrouw!’

Aleikom salaam. En succes met alles, meneer.’

Medium vf slider ellis 1996.jpeg north 1160x white

Een paar weken na deze ontmoeting las ik het essay Generation Wuss van Bret Easton Ellis. De American Psycho-auteur heeft in zijn essay geen goed woord over voor de Millennial-generatie die volgens hem bestaat uit ‘overgevoelige’ en ‘narcistische’ jongeren.

Easton Ellis spaart niemand. Ook de ouders van Millennials niet. Die zouden hun jongeren onvoldoende hebben voorbereid op de echte wereld. En die wereld zit vol teleurstellingen. Hij somt ze op: ‘Er zullen mensen zijn die niet van je houden, werken zuigt, het is moeilijk om ergens goed in te zijn, mensen lijden, mensen sterven.’

De auteur stelt dat Millennials er verstandig aan doen dit te onderkennen, zodat ze ‘beter voorbereid kunnen navigeren in een vijandige en onverschillige wereld die niks geeft om jouw bestaan.’

Ik ben ook zo’n Millennial met champagne-problems. En in de Randstand wemelt het van mijn generatie Wussgenoten. Van miskende IS-aanhangers die ongelovigen overal de schuld van geven, tot worstelende auteurs die, al luisterend naar Stromae, werken aan hun Great Dutch Novel. Wat ze gemeen hebben? Aanstellerij, hoe oprecht ze ook zijn.

Twee weken geleden was auteur Philip Huff te gast in het tv-programma Opium om te praten over zijn nieuwe roman Boek van de doden. Het verhaal gaat over de 29-jarige Felix Post die ‘de week voor Kerst door Amsterdam loopt. En dan is het donker. En als alles donker is, dan verliest alles een beetje kleur. En dan lig je in bed en dan denk je “mmm” soms over dingen.’

Fictie, maar het leven van een Millennial in een notendop. Een generatie van navelstaarders die aan de kalmeringsmiddelen gaan als er keuzes gemaakt moeten worden. Alles voelt onzeker en onveilig. Hechten aan decorum en tegelijk aan het verlies ervan. Eindeloos twijfelen en uitstellen. Afleiding zoeken in drugs en Tinder-dates. De zin van de dood vinden in jihad. En zijn morgen de sigaretten en flessen biologische wortelsap eigenlijk nog wel betaalbaar?

Bret Easton Ellis’ betoog schijnt als een operatielamp op onze houding in het leven. En hij heeft gelijk. Het mag wel eens over zijn met dat gepieker, ontevredenheid en zelfmedelijden.