Groeiende onrust in CDA

Een genoegzaam landje

Onder prominente cda’ers neemt de onrust over het buitenlandbeleid van deze regeringspartij toe. Ex-staatssecretaris René van der Linden: ‘We zijn een zelfingenomen volkje geworden.’

Het CDA is losgeslagen van zijn ankers. ‘Ik verbaas me er echt enorm over dat buiten Nederland het debat over Iran volop wordt gevoerd, maar onze politieke leiders zich liever druk maken over het al dan niet stoppen van Lingo.’ Dit schrijft Alex Krijger in een e-mail aan prominente buitenlanddeskundigen van het CDA. Krijger, manager bij Koninklijke Olie/Shell, was de gangmaker van ‘de dertigers’, relatief jonge cda’ers die de partij eind jaren negentig vernieuwden. In het eerste mailtje, dat is uitgemond in een uitvoerig e-mailverkeer dat in het bezit is gekomen van De Groene Amsterdammer, zegt hij zijn onvrede te willen delen met partijgenoten. Die partijgenoten zijn onder meer Joop Wijn, Maxime Verhagen, Onno Ruding, Piet Bukman, Camile Eurlings, Jean Penders en Hanja Maij-Weggen. Krijger: ‘Er wordt nog net niet gezegd: gaat u rustig slapen, de regering waakt over u.’ Uit de reacties blijkt veel bijval, maar ook weerwoord. Caspar Veldkamp, een CDA’er werkzaam op het ministerie van Buitenlandse Zaken die in de wandelgangen wordt getipt als nieuwe staatssecretaris, sust zijn partijgenoten. Vooral de pvda is schuldig, schrijft hij, want voor die partij liggen buitenlandse kwesties momenteel het lastigst. Verhagen ‘kent zijn zaken’, schrijft hij, Bot lichtte nog onlangs het Afghanistan-beleid toe in de Volkskrant en kamerleden Ormel, Ferrier en Van Dijk – alledrie in het mailgroepje – ‘treden overal op en nemen geen blad voor de mond’.

Toch geeft ook Veldkamp toe dat ‘we in Nederland momenteel een periode lijken door te maken van refus de l’étrange’, een term die het Franse opinieweekblad Le Point onlangs gebruikte om de situatie in Nederland te typeren. ‘Nederlanders zitten vastgeklonken aan het wereldgebeuren, wat ze ook wel beseffen, maar nu nog even niet willen weten of horen.’ Bovendien, schrijft de cda’er op BZ, realiseren Nederlanders zich dat je als klein land weinig tot niets uitricht op het podium waar ‘de grote wereldproblemen’ worden opgelost. Waarom het er dan over hebben? En was het in eerdere campagnes zoveel beter?

René van der Linden, de oud-staatssecretaris die nu voorzitter is van de Raadgevende Vergadering van de Raad van Europa, vindt dit een veel te zonnig beeld. Hij maakt zich kwaad: ‘Wij dreigen het oude adagio van de sp tot het onze te maken, namelijk: wij zijn tegen.’ Zelfs binnen de Europese fractie van christen-democraten loopt het cda uit de pas, meent hij. Van der Linden schrijft ook te weten hoe dit komt. ‘Steeds meer wordt Europese politiek gevoerd vanuit (kortzichtige) binnenland-politieke (electorale) effecten.’ En: ‘Een clash met Turkije eind dit jaar zal langdurig ernstige schade veroorzaken.’

Hoe lang de formatie ook mag duren, het cda zal vermoedelijk wederom regeringspartij worden. De vraag is nu dus al welke factie binnen de partij op het pluche van het ministerie van Buitenlandse Zaken mag. In het verleden hebben vooral de katholieken zich Europees getoond, wellicht omdat zij vaak uit de grensstreken komen of als erfenis van het ideaal van een Heilig Rooms Rijk op het Europese vasteland. Maar misschien krijgen de ‘kleine luyden’ dit keer hun zin en blijft ook de toekomstige regering zich concentreren op de binnenlandse hervormingsagenda.

Veel hangt mogelijk zelfs af van de uitkomst van de discussie die binnen het cda momenteel woedt over de boerka. Van de Nederlandse verkiezingscampagne drong eigenlijk alleen het door de regering voorgestelde algehele boerkaverbod in het buitenland door. The New York Times berichtte er uitgebreid over, net als de bbc en het France2-journaal. Tot in Maleisië zorgde het voorgenomen verbod voor reacties. Een maatschappelijk probleem is het niet, verzekerde The New York Times haar lezers, want in Nederland dragen waarschijnlijk niet meer dan vijftig vrouwen het alles verhullende gewaad.

Het gaat hier om symboolpolitiek. Die kan natuurlijk belangrijk genoeg zijn, ook voor cda’ers, om een extra deuk in ons internationaal imago te rechtvaardigen. Nederlanders mogen immers zelf weten wat ze van belang vinden. Wijzen op de repercussies in het buitenland zou voorstanders van een verbod zelfs in de kaart kunnen spelen. Nadat hij van oorlogsmisdaden was beschuldigd won Kurt Waldheim de presidentsverkiezingen in zijn land met de leus ‘Wij stemmen op wie wij willen’.

Verschil met Nederland is dat de Oostenrijkers zich ervan bewust waren dat het buitenland hun politieke smaak en keuze niet deelde. Dat is hier maar de vraag. Want ‘wij beginnen’, om het in de woorden van de oppositionele cda’er Van der Linden te zeggen, ‘een genoegzaam in zichzelf verkerend landje te worden.’

Desgevraagd laat Van der Linden nog weten dat de boerka-discussie in zijn partij langs hem heen is gegaan. ‘Ik ben hier in Finland voor de werkelijk belangrijke zaken, onderhandelingen met Russen, niet om over boerka’s na te denken. Maar één ding kan ik er wel aan toevoegen: het is schadelijk voor onszelf om de blik zo naar binnen te richten. Politici moeten zich realiseren dat zij het beeld van Europa bepalen. Als zij niet gewoon eerlijk zeggen dat wij de grootste netto-profiteurs zijn van de EU, maar klagen over geld, dan zal de bevolking dat uiteindelijk ook doen. En het is ronduit belachelijk dat het debat over Turkije alleen maar over de islam gaat. Weten Nederlanders wel dat het uiteindelijk veel erger voor Europa is als Turkije afhaakt dan voor Turkije?’