Een geopolitieke mysticus

ALS ER IEMAND zin heeft in het jaar 2000, dan is het wel Johannes Paulus II, voorheen bekend als Karol Wojtyla. De man uit het nietige plaatsje in het Poolse Wadowice, deze maand zijn twintigjarige jubileum vierend als onfeilbaar plaatsvervanger van God op aarde, loopt over van plannen voor de magische millenniumwisseling. Tegenover vertrouwelingen heeft hij al laten weten dan het liefst Jeruzalem te bezoeken, als bewijs van de definitieve intocht van de Nieuwe Tijd. De millennium-agenda van Johannes Paulus II, de 264-ste paus in successie en de eerste niet-Italiaanse paus sinds de Nederlandse Adrianus(VI (1459-1523), is overvol. In mei 2000 wil hij de wereld vergeving vragen voor alle wandaden van de Inquisitie. Ieder bisdom van de negenhonderd miljoen leden tellende Heilige Moederkerk zal op last van de paus op eigen wijze het boetekleed moeten aantrekken. Daarna kan de kerk zich zetten aan een hernieuwde rol als wereldleider. Het communisme loopt reeds op zijn laatste benen, nu kruist de paus de degens met het kapitalisme, dat hij als een even verderfelijk gevaar ziet.

Deze paus, mystieker dan al zijn voorgangers, is er van overtuigd dat er een goddelijke interventie aanstaande is. De Apocalyps, maar tegelijkertijd het begin van Gods rijk op aarde. ‘De paus doet niets’, aldus de gewezen jezuïet Malachi Martin in zijn boek The Keys of this Blood, een staalkaart van de allerprivaatste religieuze aberraties van Johannes Paulus(II. 'Hij wacht. Dat is het principe van zijn politiek.’ Hervormingen acht hij daarom overbodig, zelfs gevaarlijk. De druk die ook van binnen het Vaticaan komt om eindelijk eens over te gaan op een versoepeling van de pauselijke richtlijnen over anticonceptie, ziet Johannes Paulus(II als bezoedeling van het ware geloof. Juist nu de mensheid toe is aan zijn laatste ronde voor de wederkomst van de heiland hoeft men zich geen zorgen te maken over zaken als aids en overbevolking.
ONDERTUSSEN begint de situatie in Vaticaanstad danig uit de hand te lopen. 'Als je de Tiber oversteekt naar het Vaticaan, moet je de klok terugzetten naar de tijd van Lucretia Borgia’, zo meent de Britse schrijver David Yallop. En inderdaad, nog altijd gaat het er in het tweeduizend zielen tellende ministadstaatje in Rome bij tijd en wijle even heftig aan toe als in de hoogtijdagen van de Renaissance-pausen van het geslacht Borgia. Zo werd de wereld op 4 mei van dit jaar opgeschrikt door de moord op kolonel Aloïs Estermann van de Zwitsere Garde en diens vrouw, de Venezuelaanse theologe Gladys Romero. De vermoedelijke dader was een soldaat uit het regiment van dezelfde persoonlijke bewakingsdienst van de paus, de 23-jarige Cedric Tornay, die eveneens dood voor het appartement van de Estermanns in Vaticaanstad werd aangetroffen, met een kogel door het hoofd. Volgens de officiële verklaring van het Vaticaan had Tornay zelfmoord gepleegd na het echtpaar Estermann uit de weg te hebben geruimd.
De Zwitserse Garde bestaat van oudsher uit honderd diepgelovige Zwitserse soldaten. Gekleed in barokke, door Michelangelo ontworpen operettepakjes waakt dit keurkorps over het leven van de paus, pover betaald en slechts gewapend met bijlen en traangas. De boerenzoon Estermann had de paus zeer aan zich verplicht door zich op 13 mei 1981 tijdens de moordaanslag op de pontifex door de Turkse extremist Mehmet Ali Agca met gevaar voor eigen leven op de paus te werpen en zo diens leven te redden. Zijn benoeming tot commandant was de kroon op achttien jaar van absolute toewijding. Lang mocht hij er niet van genieten. Op de dag van zijn benoeming werd Estermann doodgeschoten.
Volgens het Vaticaan was Cedric getroffen door een 'aanval van waanzin’. Een woordvoerder van Johannes Paulus(II liet weten dat Cedric 'ook als een slachtoffer’ werd beschouwd, en tijdens de herdenkingsmis van het drietal in de Sint-Pieter lag de zelfmoordenaar keurig naast zijn slachtoffers opgebaard. De Heilige Vader riep op de tragedie zo snel mogelijk te vergeten: 'De zwarte wolk van één dag kan vierhonderd jaar nobelheid niet doen vergeten.’
DE MOORD OP Estermann zette niettemin een golf van speculaties in gang, naar vertrouwd Vaticaans recept bestaande uit een mix van geopolitieke intriges, seks en georganiseerde misdaad. De sfeer in Vaticaanstad werd door insiders omschreven als een 'getto’, en ook als 'een snelkookpan’. Grote consternatie in de Italiaanse pers wekte het bericht van de Berlin Kurier dat Estermann jarenlang als spion voor de Oost-Duitse Stasi zou hebben gewerkt, onder de codenaam Werder. La Stampa kwam daar overheen met een interview met een ex-Stasi-chef, die beweerde dat niet Estermann maar een ander hooggeplaatst lid van de Zwitserse Garde als Stasi-mol actief was.
De persdienst van de paus wees al deze aantijgingen verontwaardigd van de hand, maar kon niet voorkomen dat er een nieuwe reeks publicitaire schokgolven volgde. De Braziliaanse kardinaal Aloiso Lorschneider gooide in een interview met het katholieke weekblad Trenta Giorni een verse lading olie op het vuur door als eerste hooggeplaatst lid van de Curie openlijk te twijfelen aan de officiële versie van de doodsoorzaak van de vorige paus, Johannes Paulus(I. Johannes Paulus(I, voorheen bekend als kardinaal Albino Luciani, bijgenaamd de lachende paus, was slechts 33 dagen aan de macht toen hij op 29 september 1978 dood op bed werd gevonden door zijn huishoudster. Gewoon een hartstilstand, haastte het Vaticaan zich te verklaren. Een gifmoord, zo verkondigde David Yallop in zijn bestseller In God’s Name uit 1984.
Twintig jaar na de dood van Johannes Paulus(I kwam kardinaal Lorschneider als eerste kerkleider met een niet geheel onwelwillende reactie op het moordscenario. 'Ik heb nooit iets negatiefs over de gezondheid van Johannes Paulus(I gehoord’, zei hij. Een en ander leidde tot het hernieuwd opvlammen van de theorie dat de lachende paus indertijd uit de weg zou zijn geruimd op gezag van een duistere constellatie bestaande uit de maffia, de ban van het Vaticaan en de verboden vrijmetselaarsloge Propaganda Due (P2) van de Italiaanse oud-fascist Licio Gelli. Dit netwerk had zijn wortels in de laatste jaren van de Tweede Wereldoorlog. Aan het eind van de oorlog zou het Vaticaan met steun van de geallieerden 30.000 gezochte nazi’s hebben geholpen een veilig heenkomen te vinden naar Zuid-Amerika en elders. Deze zogeheten 'Ratten-route’ zou de zegen hebben genoten van de geallieerden, die de nazi’s een nieuw leven bezorgden in ruil voor gevoelige informatie die van pas zou komen in de Koude Oorlog.
Johannes Paulus I, zoon uit een rood nest, zou zich hebben gezet aan een interne oorlog met de extreem-rechtse geledingen van het Vaticaan. Volgens David Yallop was de bescheiden Luciani op het spoor gekomen van een grootscheepse fraude bij de Banco Ambrosiano, de Milanese privé-bank die direct werd gesteund door de bank van het Vaticaan, het Instituut voor Religieuze Werken, onder leiding van bisschop Paul Marcinkus. Uit de Banco Ambrosiano zouden op gezag van Marcinkus miljarden dollars zijn onttrokken ter financiering van de 'politiek van de instabiliteit’, zoals die werd verordonneerd door Gelli’s P2, die op zijn beurt weer in verbinding stond met de Italiaanse tak van het ondergrondse Gladio-netwerk, het monsterverbond tussen maffia en Navo dat gericht was op het bestrijden van het communisme in West-Europa.
1978, HET JAAR van de dood van Johannes Paulus(I en de komst van Johannes Paulus(II, was in alle opzichten roerig. In maart werd de christen-democratische leider en oud-premier Aldo Moro ontvoerd en vermoord door de Rode Brigades. Snel kwamen er geruchten de wereld in als zou Moro het slachtoffer zijn geworden van extreem rechts, dat geïnfiltreerd zou zijn in de Rode Brigades. Moro zou zich de haat van Gelli en de zijnen op de hals hebben gehaald door met de communisten in zee te willen gaan bij een nog te vormen kabinet. De 'politiek van de instabiliteit’ vanuit het Gladio-kamp zou door Opus Dei en andere uiterst conservatieve geledingen van het Vaticaan worden gesteund.
De komst van de Poolse kardinaal Karol Wojtyla vermocht de geruchtenstroom niet in te dammen. Integendeel. Die werd alleen maar groter toen de directeur van de Banco Ambrosiano, Roberto Calvi, in juni 1982 dood werd aangetroffen in Londen, hangend aan een touw onder Blackfriars Bridge. Zelfmoord, was de officiële verklaring, zonder dat werd uitgelegd hoe iemand erin kon slagen zich op te hangen op een ongemakkelijke plek als onder een brug.
Gerechtelijk onderzoek naar de oorzaak van de miljardentekorten van de Banco Ambrosiano stelde Licio Gelli en de andere topfiguren van P2 (dat onder anderen Andreotti en Berlusconi op de ledenlijst had) verantwoordelijk voor de hossel. Gelli werd kort na de dood van Calvi gearresteerd, maar wist uit zijn Zwitserse cel te ontkomen. Pas in 1996 werd hij veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf, maar in mei van dit jaar wist hij met hulp van zijn bewakers te ontsnappen. Op 10 september 1998 werd 'grootmeester’ Gelli in Frankrijk gearresteerd, en na een mislukte zelfmoordpoging uitgeleverd aan Italië. In plantenbakken in de tuin van Gelli’s huis in Arezzo bij Toscane vond de politie 170 kilo goudstaven. Gelli’s arrestatie ontketende weer een golf van nieuwe speculaties. Die leidden er inmiddels toe dat nu ook de Italiaanse justitie niet meer gelooft in de zelfmoord van Roberto Calvi. Nog deze herfst zullen zijn overblijfselen worden opgegraven voor een nieuwe lijkschouwing.
Als Johannes Paulus(II heeft Karol Wojtyla er weinig aan gedaan om dit bizarre netwerk rond de Banco Ambrosiano onklaar te maken. Integendeel, hij maakte er juist optimaal gebruik van. Een van zijn eerste daden als paus was het benoemen van de omstreden directeur van de Vaticaan-bank bisschop Marcinkus tot zijn naaste adviseur. De tegoeden van het Vaticaan werden gebruikt om de Poolse vakbond Solidarnosc te financieren, het eerste bedrijf in het grote anticommunistische offensief waarmee Johannes Paulus(II zijn spectaculaire loopbaan begon. Op gezag van de paus werd Marcinkus uit alle justitiële onderzoeken geweerd. Marcinkus en zijn Instituut voor Religieuze Werken werden medeverantwoordelijk gehouden voor de val van Calvi’s bank, door garanties te geven op dubieuze leningen, die leidden tot een totaal tekort van 2,6 miljard gulden.
Het Vaticaan betaalde als teken van goede wil een half miljard gulden aan de schuldeisers van de Banco Ambrosiano, zonder overigens schuld te erkennen. Mgr. Marcinkus waagde zich jarenlang niet uit Vaticaanstad, uit angst door de Italiaanse politie te worden gearresteerd. Inmiddels geniet de omstreden rentmeester van een dik pensioen in zijn villa in Florida. In september van dit jaar ging de paus over tot zaligverklaring van de oprichter van de Banco Ambrosiano, de negentiende-eeuwse bankier Giuseppe Tovini.
WIE JOHANNES Paulus II wil begrijpen, moet hem zien als een super-mysticus, zo verklaarde zijn Italiaanse biograaf Marco Politi, die in samenwerking met Watergate-speurder Carl Bernstein een overigens opvallend hagiografische studie aan de Poolse paus wijdde. Politi was er eens getuige van hoe Johannes Paulus op een bijna afschrikwekkende manier in meditatie verzonk. 'Natuurlijk, elke paus bidt wel eens’, aldus Politi in Humo. 'Maar deze paus bidt vijf, zes, soms zeven uur per dag. Die keer knielde hij neer bij een beeld. Je merkte dat alles wat om hem heen gebeurde, begon te vervagen. Zijn ogen waren gesloten en zijn gezicht werd lijkbleek. Hij zag er plotseling heel lelijk uit, en het was alsof hij in een ongekende diepte dook. Al zijn concentratie was, zoals in een oosterse vorm van meditatie, op één verborgen, mysterieus punt gericht. Toen kwam hij, heel langzaam, als het ware weer tot leven en was hij klaar om zijn propvolle agenda af te werken. Voor mij, afstandelijk journalist, was het een ontstellende ervaring.’
Volgens de gewezen docent van het Pontificale Bijbelse Instituut van het Vaticaan Malachi Martin valt Johannes Paulus II alleen maar te begrijpen binnen denkbeelden van de van Maria-devotie vergeven Poolse kerk, waar men nog heilig gelooft in de directe interventie van de heilige moeder in deze wereld. 'Papa Wojtyla’ heeft de Maria-cultus tot het speerpunt van zijn geopolitieke programma gemaakt, aldus Martin. Leidmotief van zijn geopolitieke programma zouden de drie geheimen van Fatima zijn, te weten de drie openbaringen die de heilige maagd Maria in 1917 zou hebben doorgegeven aan drie herderskinderen in het Portugese Fatima. Over de mededelingen van Maria aan de kinderen (van wie alleen nog Lucia in leven is, als non in een klooster in Coimbra) heeft de Heilige Moederkerk altijd zeer mysterieus gedaan.
Een van de geheimen, zo werd geopenbaard, zou de val van het communistische Russische rijk zijn. Die mariale instructie bracht Johannes Paulus(II in zijn eerste jaar als paus direct tot onderhandelingen met de top van de Russische communistische partij. Zo werd Andre Gromyko als eerste vertegenwoordiger van het rode Rusland een audiëntie van maar liefst twee uur toegestaan bij de Heilige Vader. Twee jaar later, in 1980, was de beurt aan Gorbatsjov, die de paus nogal in tegenspraak met de marxistisch-leninistische grondbeginselen omschreef als de 'hoogste morele autoriteit op deze wereld’.
De val van het communistische rijk zou geprofeteerd zijn in het tweede geheim van Fatima. Het derde geheim van Fatima, dat Johannes Paulus(II direct na zijn aantreden als 264-ste paus sinds Petrus in een discrete envelop kreeg overhandigd, zou volgens Martin nog ingrijpender mededelingen bevatten. Pausen vóór Johannes Paulus II stelden zich altijd op het standpunt dat het geheim van Fatima 'geen probleem voor onze tijd’ bevatte. Deze paus denkt daar anders over.
Johannes Paulus zou ervan zijn overtuigd dat hij een werktuig is van deze mariale wil. Als een speciaal teken beschouwde hij het feit dat Ali Agca hem bij de moordaanslag niet goed kon raken doordat hij zich net op het moment dat de schoten vielen in de pausmobiel vooroverboog om een button te bestuderen van de Heilige Moeder van Fatima, die een klein meisje op haar jas had gespeld. Dit miraculeuze incident zou de paus ervan overtuigd hebben dat hij de gedoodverfde winnaar zal zijn in het 'geopolitieke eindspel van het millennium’.
Vandaar dat hij zich na de val van de Muur haastte om een offensief in te zetten tegen de tweede vijand van het geloof, het kapitalisme. Fidel Castro mocht eerder dit jaar al rekenen op een en al pauselijke vriendelijkheid, terwijl Bill Clinton de wind van voren kreeg. Inmiddels pleit de paus openlijk voor herwaardering voor sommige marxistische grondbeginselen. Waar dat allemaal toe moet leiden - alleen de paus weet het. Op de vlag van de Nieuwe Tijd zou Maria wel eens kunnen prijken met hamer en sikkel.