Wat is leven anders dan keuzes maken? Kies een studie, een baan, een carrière, kies een geliefde, of twee of drie, kies elke dag opnieuw wat je aandoet, eet, ergens van vindt, waar je aan werkt, of je nog even blijft liggen, ah toe, heel even maar. En toch lopen dingen zelden tot nooit zoals verwacht.

In het boek Terms of Conditions van Karina Beumer begint het kiezen al op de eerste pagina: wil je een citaat (turn to page 10) of een introductie (turn to page 12)? Dit is een zogenoemd choose-your-own-adventure-book, als in een game, of het leven zelf, moet je continu beslissingen nemen die het verdere verloop van het verhaal bepalen. Een combinatie van strips, verhalen, dialogen en theoretische verhandelingen vormen je pad. Je speelt een freelancer die zowel ontslag neemt als zichzelf ontslaat.

Als freelancer ben je immers baas en werknemer in een, je volgt je eigen bevelen op, disciplineert jezelf en stelt jezelf voortdurend teleur, zij het als werknemer die niet goed genoeg presteert of als werkgever die er niet voldoende uit weet te halen. Het is een gespleten bestaan, al geldt dat eigenlijk voor alle werkenden, ook die met een vast contract. Iederéén zweept zichzelf tegenwoordig op, de uitbuiting is al lang geïnternaliseerd. Om de concurrentie voor te blijven op de markt van vraag en aanbod moet je wel in jezelf investeren, blijven groeien, steeds sneller en beter worden, steeds harder werken. De afgelopen dertig jaar zijn werknemers daarom ook steeds productiever geworden, ze doen meer per gewerkt uur (maar ondertussen stagneren de salarissen).

In hoeverre zijn we zelf een product geworden? Wat zijn we bereid te verkopen? Wie verdient er eigenlijk aan onze verlangens, angsten en onzekerheden? vraagt Beumer zich in haar boek af.

Mijn eigen freelance-bestaan begon ooit met het verkopen van schilderijen langs de deur. Ik was twintig en werd ’s ochtends met een groepje mede-huurlingen in een busje naar een willekeurig dorp gereden waar we ieder voor zich, als een sprinkhanenplaag, uitvlogen. In mijn map zaten schilderijen van de skyline van New York, iets abstracts, een herfstbos; het was allemaal gemaakt in een fabriek in Thailand, maar wat ik vertelde was dat ik op de kunstacademie zat, dat we geld nodig hadden voor een expositie en dat ik daarom werk van mijn klasgenoten verkocht (niet van mezelf natuurlijk, lachte ik, dat zou gênant zijn). Op mijn eerste dag kreeg ik meermaals een baby op schoot terwijl ik mijn verhaal deed. In vijf uur verkocht ik vijf schilderijen voor 250 gulden per stuk (met een fee van vijftig procent). Dag twee daarentegen bracht ik door op een bankje op het dorpsplein, niet in staat me te verroeren. Tijdens de rit terug mompelde ik nog iets over het hebben van een moraal tegen de manager, hij noemde me een hippie en dat was dat. Ik had mezelf succesvol ontslagen.

Ben je slechts een symbool van de tijd waarin je leeft, of heb je nog iets te kiezen?

Nu was dit natuurlijk oplichting, maar daar bezondigen wel meer werknemers zich aan. Zie bijvoorbeeld de reclamemakers die momenteel beweren dat elk IKEA-product dat je koopt de wereld schóner maakt. Of advocaten op de Zuidas. Of Sywert. Sterker nog, in feite zou je de hele inrichting en verdeling van werk en arbeid als een vorm van oplichting kunnen zien. Niet alleen wat betreft marxistische thema’s als eigendom en kapitaalstromen, maar ook de manier waarop mensen zichzelf in de etalage zetten, zich voortdurend beter, slimmer en creatiever voordoen dan ze zijn, in de hoop dat iemand ze, in godsnaam, hebben wil.

‘Born in times of indifference with the obligation of becoming successful’, staat ergens in Terms of Conditions geschreven. Ben je slechts een symbool van de tijd waarin je leeft, of heb je nog iets te kiezen? Het voelt allemaal zo uniek, dat je geen huis kunt vinden, tegen een burn-out aan hangt, de stress met yoga wegmasseert, de gespletenheid en vervreemding, maar ondertussen voelen miljoenen anderen zich precies zo.

In Terms of Conditions probeer je als lezer een nieuwe relatie te vinden tot werk, leven en jezelf. Ik bezocht een kaartlezer, mediteerde, vond een stand-in die mijn werk overnam, verloor mijn hoofd, raakte het kwijt, viel in de bek van een monster, staarde in diezelfde bek en zag daar iemand anders liggen, en kwam uiteindelijk ook mezelf tegen. Daar zit ik, op pagina 102, aan de bar van een café, en als de lezer ervoor kiest een gesprek met me te beginnen kraam ik flarden uit over schuld, schaamte en kapitalisme, precies even onsamenhangend als ik dat in real life zou doen.

Het was geen verrassing, ik ken Beumer niet, maar toen ze me belde om te vragen of ze mij in haar boek aan die bar mocht zetten, schreeuwde ik mijn Ja nog net niet uit. En al voelt het niet erg kies om te schrijven over een boek waarin ik zelf figureer (het is maar een piepklein rolletje!), ik doe het toch. Want inderdaad: hoe verword je tegenwoordig níet tot een product? Waar is nog ontsnapping mogelijk? Waar een weg naar buiten?

‘Shall we go dancing?’ vraag je me in het boek.

‘Marian: “Oh, yes!”’