Een getto voor kunst

Hadden wij maar een televisiezender als Arte. Dan zagen we tenminste kunst en cultuur op niveau, verzuchten Nederlandse media-prominenten. Maar is kunst eigenlijk wel geschikt voor tv?
‘ARTE HEEFT geen wasmiddelen nodig om goede programma’s te maken’, zo becommentarieert Emile Fallaux de Frans-Duitse cultuurzender Arte. ‘Arte heeft een vrije programmering die gebaseerd is op inhoud. Uitzending in Nederland zou mooi zijn ter herinnering hoe het ook kan. Welke mogelijkheden programmamakers en filmers kunnen hebben los van die dwang van de commercie en kijkcijfers. Dat ze kunnen werken in een ambiance waarin hun werk serieus genomen wordt en niet als een sandwich tussen een quiz en een soap in zit.’

Het is de droom van iedere programmamaker: om zonder de hete adem van ‘de boodschappen’ en de kijkcijfers goede documentaires te kunnen maken. Ook regisseur Hans Hulscher is zonder voorbehoud enthousiast over Arte. Als een van de weinige kijkers in Nederland kan hij de zender ontvangen. Woonachtig in een klein dorpje zonder kabel besloot hij enkele jaren geleden een grote draaibare antenne aan te schaffen. Hulscher concludeert: 'Bij Arte staat de inhoud voorop. Datgene waar het om gaat, staat centraal, ongeacht of het mooi of lelijk is, moeilijk of juist platvloers. Ik denk dat de publieke omroepen vaker naar Arte zouden moeten kijken. Het is een stimulerend voorbeeld van hoe de inhoud het kompas kan zijn. Hier moet je zo vaak water bij de wijn doen.’
NIET ALLEEN voor de maker, ook voor de kijker die in kunst en cultuur is geïnteresseerd vertegenwoordigt Arte welhaast een utopie. Het kanaal biedt elke dag vanaf zeven uur ’s avonds tot in de kleine uurtjes een breed scala aan films, documentaires, concertregistraties, televisiefilms, ballet en theater. Een greep uit het aanbod van deze zomer: een optreden van de sopraan Kiri te Kanawa, een reportage over de technomuziek tijdens de Love Parade in Berlijn, Rondom de wereld in 80 dagen van Monthy-Pythonvoorman Michael Palin, een serie van Guido Knopp over Hitler, in de voetstappen van Paul Celan door de Parijse wijk Marais, de documentaire All Power to the People van Lee Lew-Lee, Eating (een komedie over vrouwen met eetproblemen), Ladybird van Ken Loach en La solitude du coureur de fond (over het Engelse onderwijssysteem). En onlangs werd Global Village van Johan van der Keuken in drie delen uitgezonden.
Het visitekaartje van Arte zijn echter de thema-avonden. Drie keer per week is een hele avond aan één onderwerp gewijd. Documentaires, interviews, discussies, speel- en televisiefilms belichten zo'n thema van verschillende kanten. Van soap opera tot Showtime, van privé-detectives tot de tuin, van het jiddisch tot Elvis Presley, van natuurrampen tot het haar - je kunt het zo gek niet verzinnen of er wordt een hele avond televisie omheen geprogrammeerd. En dat op een volstrekt compromisloze manier, aldus Hans Hulscher. 'Als er bijvoorbeeld een thema-avond over Pina Bausch is, heeft men geen enkele scrupule om drie documentaires achter elkaar uit te zenden, die hoogstens worden afgewisseld met een gesprek of een interview.’
Dit kleine wonder werd eind jaren tachtig geboren uit onderhandelingen tussen François Mitterrand en Helmut Kohl. Ter bezegeling van hun diplomatieke vriendschap werd besloten tot een gemeenschappelijk kunstkanaal. Natuurlijk was Arte ook van meet af aan bedoeld als wapen in de strijd tegen de oprukkende Amerikaanse cultuur. Dat is immers niet een exclusief stokpaardje van de Franse regering, getuige de recente weigering van Helmut Kohl om zich tijdens de G7-top in Denver in cowboylaarzen te hijsen.
Arte werd een coproduktie van ZDF en ARD enerzijds en La Sept anderzijds. Voor La Sept kwam Arte als een geschenk uit de hemel. Deze in 1986 opgerichte prestigieuze cultuurzender beschikte weliswaar over een riant budget, maar was in de Franse huishoudens niet te ontvangen. Pas in 1990 kreeg La Sept een deel van de zaterdag op France 3 om uit te zenden. In Duitsland lag de komst van Arte veel gevoeliger, zo legt Stefan Felsenthal uit, die in die tijd overstapte van de NOS naar het ZDF en namens het ZDF jarenlang de muziek- en theaterprogrammering voor Arte meebepaalde.
Felsenthal: 'Mitterrand en Kohl besloten: “Er zij een audiovisuele as Bonn-Parijs”. Kohl moest heel wat lobbyen, niet alleen bij de twee publieke netten ARD en ZDF, maar ook bij alle Länder. Dat was moeilijk, maar uiteindelijk heeft hij dat er doorgeramd. Ook de ARD en het ZDF voelden er helemaal niets voor. Zij hadden beiden al een cultuurnet. ARD had een reeks Dritte Programme, waaronder WDR3. ZDF had samen met de Zwitserse en Oostenrijkse omroep 3SAT, dat voor een belangrijk deel op kunst en cultuur is gericht. Enerzijds plundert dat de archieven van de betrokken omroepen, anderzijds produceert het zelf ook nieuwe programma’s. ARD en ZDF hadden dus niet zo veel zin om hun krachten verder te versnipperen en programma’s te maken voor een zender waar ze zelf niet eens de baas over waren. En waarvoor ze met de Fransen een gedwongen cohabitation uit de grond moesten stampen.’
DE OPGELEGDE samenwerking kwam er toch. En deze ongelijke start was zeker niet de enige controverse tussen de Franse en Duitse omroepen. Neem bijvoorbeeld de financiering. In Frankrijk wordt deze jaarlijks achteraf vastgesteld, in Duitsland staat het budget voor vier jaar vast. Een ander heet hangijzer is de spreekwoordelijke francofilie. Felsenthal: 'Nog steeds is niet uitgevonden dat er meer is dan Frankrijk, en voorzover er meer is, heet dat Afrika. Want daar hebben ze een schuldgevoel over. Dus moet er veel uit Mali op de buis. Dat is niet altijd wat bij de Duitsers en andere Europeanen voorop staat.’
Als buffer werd de programmadirectie en zenderleiding van Arte in Straatsburg gevestigd. Deze 'kliek’ wordt volgens Felsenthal evenzeer gewantrouwd door de kliekjes in Frankrijk als door die in Duitsland. 'Er is veel diplomatie vereist. Het is voortdurend een kwestie van geven en nemen. Toch komen er goede programma’s uit, omdat de makers zelf niet het doel uit het oog verliezen.’
Felsenthal, die enkele maanden geleden met pensioen ging, meent dat hij veel voor elkaar heeft gekregen omdat hij zijn talen goed sprak: 'Ik kon ze op eigen terrein bevechten. Hoewel ik meer affiniteit voelde met de esthetiek, inhoud en vormgeving van het oorspronkelijke La Sept, heb ik de Duitsers altijd beschermd tegen de Franse dominantie. Toen ik wegens ziekte voor langere tijd er tussenuit moest, liet mijn opvolger zich door Straatsburg overdonderen. Het programma Musica verdween van prime time en kreeg een afsplitsing: Maestro. Daarin worden veel concertregistraties uitgezonden, ingeblikte concertmuziek. Live concertuitzendingen vind ik bijzonder de moeite waard, maar zodra dat is ingeblikt, is het dood. Dan is de energie eruit. Daarmee haalde ik mij ook de woede van de ARD-collega’s op de hals. De ARD bedient alle regio’s en heeft dus te maken met al die regionale omroeporkesten, die niet alleen op de buis wilden maar zelfs moesten om economisch te kunnen overleven. Dus die wilden 25 keer dezelfde symfonie, dan van rechts, dan van links, dan in pimpelpaars, dan met die dirigent, opgenomen in een radiostudio omdat dat niks kostte.’
Ondanks al het getouwtrek spreekt Stefan Felsenthal met liefde over Arte: 'Ik denk dat je god op je blote knieën moet danken dat er hier en daar plekjes zijn op deze planeet waar het winst- en massadenken niet de enige wet is. Ik heb Arte wel eens een biotoop genoemd. Terecht wordt er veel aandacht besteed aan de ecologie, het milieu, de tropische regenwouden, het Groene Hart van Nederland, maar de vervuiling van de ether bestaat niet alleen uit roet. Het idealisme waarmee men ooit de ether is gaan gebruiken is natuurlijk allang verloederd. Het is van levensbelang dat er hier en daar een biotoop is die die uitstoot beperkt. Dat wordt veel te veel onderschat door de powers that be.’
DE NEDERLANDSE kijker moet het zonder dit verkwikkende geestelijke voedsel stellen - hoe lang nog? Navraag bij de Algemene Programmaraad van de Amsterdamse kabel leert dat Arte onlangs op de agenda is gezet. Sonia Vermeulen, secretaris van de APR: 'Ik krijg zo vaak verzoeken van mensen die in Frankrijk op vakantie zijn geweest, om Arte in het pakket op te nemen, dat wij dit voorjaar zelf hebben gepolst of dat mogelijk is. Arte heeft zeker interesse, maar een cruciaal probleem vormen de rechten. Arte is niet bereid die kosten zelf te betalen en de kabelexploitant voelt er niet voor ze via het abonnementsgeld te verrekenen.’
Er wordt nu gewerkt aan een derde optie: toetreding van Arte tot de Collectieve Auteursrechten Overeenkomst Publieke Omroepen, waar een vijftiental Europese publieke omroepen lid van is. Voor deze oplossing is een lange adem nodig: de aangesloten omroepen zijn er huiverig voor steeds verder uit te breiden, omdat de spoeling dan ook dunner wordt.
Op termijn zal Arte zich dus aanbieden bij de Amsterdamse kabel. Er zijn 26 kanalen te verdelen, waaronder negen Nederlandstalige kanalen een verplicht pakket vormen. De zenders worden toegewezen op grond van populariteit en kwaliteit. Daarbij moet rekening worden gehouden met bijvoorbeeld de minderheden in Amsterdam. Een zender die voortdurend op de wip zit is het Spaanse TVE. Te lage kijkcijfers deden de zender de das om, maar onlangs adviseerde de APR om TVE toch weer op de kabel te zetten. Duizenden handtekeningen van Spaanstaligen toonden de 'onvervangbare emotionele waarde’ van de zender aan. Een zender als Arte zal er bij de commissie wel doorkomen, zo vermoedt producente Ilana Netiv, die twee jaar in de APR zat. 'Ik schat dat het fifty-fifty zal worden, de helft voor Arte en de helft voor Eurosport.’
De vraag is welke invloed Arte op de Nederlandse buis, kijker en publieke omroepen zou hebben. Emile Fallaux: 'Veel goede programmamakers worden nu klein gehouden. Er gaat geen week voorbij of ik spreek een getalenteerd maker die een documentaire van 65 of 73 minuten heeft gemaakt die niet beantwoordt aan die rigoureuze slottijden. Daar moet dan weer het mes in van de netmanager, zoals dat tegenwoordig heet.’
Hans Hulscher denkt 'dat van Arte een heel stimulerende werking uit zou gaan. De omroepen zouden worden uitgedaagd te concurreren. De komst van Arte zal niveauverhogend werken.’ Die mening wordt betwijfeld door Willem Vos, hoofd klassieke muziek RTV van de Avro: 'Ik zou het geweldig vinden als Arte hier kwam, maar het gevaar is dat de publieke omroepen op directieniveau zeggen: “Waarom zullen wij zo'n programma maken? Laat Arte dat maar mooi doen.” Ik hoop dus dat de bestuurders Arte niet als een excuus zullen gebruiken om zelf nog minder te doen. Bij de Avro gaat het redelijk goed. Ik krijg veel voor elkaar, zoals de films met Roel van Dalen en de documentaires van Frank Scheffer. Maar ik ben er niet zeker van of mij dat ook gelukt was als Arte operationeel was geweest. Het blijft een gevecht. Al snel ontstaat de discussie dat een programma fantastisch is voor een kleine groep, maar dat de kosten en baten niet in balans zijn.’
Een kleine groep kijkers - een niche in omroeptermen - hecht belang aan kunst en cultuur op de buis. Creëer je met een exclusief kanaal als Arte een getto voor kunstliefhebbers? Willem Vos zou zich bij die realiteit neerleggen: 'Ik ben er voorstander van - dat is geen officieel Avro-standpunt - om de televisiezenders net zo rigoureus te kleuren als de radiozenders. Dus Ned 1 voor nieuws en actualiteiten, Ned 2 als pretkanaal en Ned 3 voor cultuur. Ik heb een paar programma’s over hedendaagse componisten geproduceerd. Die werden weliswaar redelijk bekeken, maar de cijfers waren toch een beetje teleurstellend. Ik weet zeker dat als die documentaires waren ingeklemd tussen een paar VPRO-programma’s, er veel meer mensen naar zouden hebben gekeken.’
Emile Fallaux vindt dat je juist gebruik moet maken van het feit dat televisie een massamedium is: 'Via tv heb je bij uitstek de mogelijkheid mensen te bereiken die vanwege hun sociale afkomst of opleiding uit zichzelf niet zo snel met kunst en cultuur in aanraking komen. Dat is een functie die de publieke omroep nu verzaakt: alles wat kwaliteit heeft, wordt ’s avonds laat uitgezonden, als de werkende stand naar bed moet. Bovendien vind ik Arte helemaal geen getto. De programma’s op Arte worden vaak bediscussieerd in de pers en de maatschappij. Dat lukt de publieke omroepen hier niet.’
Henk van der Meulen, hoofd muziek en dans bij NPS-televisie, denkt dat veel kunstliefhebbers die zich nu hebben afgewend van de televisie, door Arte juist weer geïnteresseerd raken. Over verdere veranderingen in het kijkgedrag maakt hij zich echter geen illusies: 'Onderzoek wijst uit dat het grootste deel van de Nederlanders toch naar de drie publieke netten en de commerciële zenders kijkt. Een kwaliteitszender als de BBC heeft een heel klein marktaandeel. Alleen Kunstkanaal zal het moeilijker krijgen. Niet alleen heeft Arte meer kwaliteit, nu koopt Kunstkanaal vaak voor symbolische bedragen programma’s over van Arte. Dat is dan afgelopen.’
ER ZIJN verschillende samenwerkingsverbanden in voorbereiding. De European Broadcasting Union, waar Van der Meulen voorzitter van de afdeling muziek en dans is, werkt aan een uitwisselingssysteem van programma’s. In zo'n constructie levert Nederland bijvoorbeeld tien uur aan programma’s, die in negen landen vertoond worden, terwijl Nederland negentig uur buitenlands materiaal terugkrijgt. Ook in dit geval vormen de rechten het grootste struikelblok en vandaar dat een bank participeert in het project.
Van der Meulen: 'Het gaat erom het gebied waar je uitzendt te verbreden. Lang leefde de gedachte dat je programma’s moest beschermen. Exclusief uitzendrecht was het ideaal. Nu realiseert men zich dat je een programma eerst op maandagavond om half tien kunt uitzenden, de zondag erop op Kunstkanaal en twee weken later op Arte. Dat zit elkaar niet in de weg. Het gaat om de beschikbaarheid, zoals je een fles Chanel niet alleen bij een sjieke parfumerie maar ook bij de Etos en op het vliegveld kunt kopen.’
Ook een samenwerking tussen NPS en Arte zit in het vat. Op zijn bureau heeft Van der Meulen een conceptvoorstel klaarliggen waarin beide partijen programma’s zullen gaan ruilen. Van der Meulen: 'Ook hier geldt dat het goed is als programma’s kunnen circuleren. Kunstprogramma’s scoren overal lage kijkcijfers, maar al die landen bij elkaar opgeteld levert toch een aanzienlijk publiek op. En met kunst kan dat goed. Een documentaire over Borssele is alleen interessant voor Nederland, een documentaire over Mahler kun je in heel Europa uitzenden.’