Hoofdcommentaar

Een geur van crisis

In de jaren tachtig was het een hype in de Verenigde Staten: de cursus «How to Keep the Union Out of Your Plan». Het les materiaal bood ondernemers en werkgevers de kennis die ze nodig hadden om hun arbeiders zo veel mogelijk los te weken van hun vakbond en vervolgens strikt individualistisch te kunnen behandelen. Het collectieve karakter van de periodieke onderhandelingen (van de gereguleerde klassestrijd) was hun een doorn in het oog.

Twintig jaar later is Nederland aan de beurt voor een vergelijkbare trend: de cursus «Hoe kun je een beproefd bestel ontmantelen» en wel zo drastisch mogelijk. De goede oude tijd van Ruud Lubbers, Jan de Koning, Chris van Veen en Wim Kok is voorbij. De beuk moet erin, niet morgen maar vandaag nog. Volgens het kabinet staan vooral jongeren te trappelen om zich te bevrijden uit de gijzeling waarin ze door de zestigjarige geboortegolf worden gehouden. Als de vermaledijde collectieve solidariteit niet thans wordt doorbroken, zal ze zichzelf over een paar jaar vanzelf opblazen. Het leven is nu eenmaal hard.

De climax werd vorige week bereikt. Eerst waren kabinet en sociale partners niet in staat een compromis te vinden over het prepensioen noch om de onderhandelingen daarover gaande te houden in de hoop op een list van Tom Poes. Daarna achtte de vakcentrale FNV zich niet meer gehouden aan het najaars akkoord van 2003, dat de geschiedenis had moeten ingaan als een suffe herhaling van het akkoord van Wassenaar («werk voor inkomen») waarmee werkgevers én werknemers in 1982 de kabinetten-Lubbers te hulp schoten. En vervolgens kondigde de regering vrijdag aan dat ze straf in petto had. CAO’s die in de ogen van het kabinet te duur zijn, bijvoorbeeld als daarin bovenwettelijke uitkeringen worden geregeld, zullen niet meer «algemeen verbindend» worden verklaard.

Straf is kennelijk mode geworden. Bij het prepensioen ging het ook niet over de vraag of je werknemers beloont als ze langer blijven werken, maar hoe je te vroeg bejaarden fiscaal kunt straffen. «Wij gaan niet meewerken aan loonstijgingen», aldus vice-premier Zalm.

De haan kraait revolutionair. «Dit is een absolute provocatie en een poging tot escalatie van het conflict», aldus FNV-voorzitter De Waal. «Het kabinet steekt de fik in de Nederlandse arbeidsverhoudingen», aldus CNV-collega Terpstra. «Het is het kabinet niet waardig op deze manier op de bonden te reageren», aldus de patroons in het MKB. «Dit werpt ons ver terug in de tijd», aldus bestuurder Van den Braak van vno-ncw.

Opvallend is niet zozeer dat werkgevers en bonden het on eens zijn over het prepensioen en nu bezorgd zijn over de gevolgen van hun eigen fiasco. Opmerkelijker is dat de regering in gestaalde termen spreekt en dat de sociale partners juist voor deze daadkracht waarschuwen. Balkenende II lijkt zijn povere politieke profiel — sinds het kabinet-Marijnen (1963-1965) is Nederland niet meer bestuurd door een ministersploeg die zo weinig moeite doet om het beleid te politiseren — te willen oppoetsen door opzettelijk over te hellen naar één kant van de boot. De wittebroodsweken van het post-Pim-kabinet zijn echt voorbij. Het kabinet moet nu leveren.

Van de oppositie heeft het daarbij weinig te vrezen. Binnen de coalitie dondert het echter wel. De beslissing over voortzetting van de vredelievende oorlogsmissie in Irak is, althans voor de weinigen in Nederland die nog belangstelling hebben voor de grote wereld, op zichzelf gewichtiger dan het kleinere bier waarin het kabinet zich kan verslikken. Maar niet voor dit kabinet. Minister Brinkhorst van Economische Zaken heeft de angel al uit een potentiële crisis rond Irak gehaald door te voorspellen dat de twee D66-bewindslieden het niet op de spits drijven. Dualisme is soms verdraaid handig.

De binnenlandse kwesties daarentegen beginnen de contouren te krijgen van loopgraven waar het dualisme niet per definitie een uitweg biedt. Aan de hervorming van het kiesstelsel, waaraan vice- premier De Graaf (D66) leiding geeft, is bijvoorbeeld geen touw meer vast te knopen. Dat is vooral te danken aan VVD- fractievoorzitter Van Aartsen, die elke week een onverwachte manoeuvre maakt en zo velen, ook in zijn eigen partij waarin zijn leiderschap allerminst vanzelfsprekend wordt gevonden, op het verkeerde been zet. Als het De Graaf lukt zijn wetswijzigingen langs kabinet en Kamer te krijgen, zal hij overeind blijven dankzij de PvdA. De chaos rond deze raison d’être van D66 oogt als een eerste crisisverschijnsel.

De verwarring rond afschaffing van de onroerendzaak belasting (OZB) is nog curieuzer. Hoewel het CDA met dit idee van de VVD heeft ingestemd en het regeerakkoord heeft ondertekend, beginnen de christen-democraten nu ineens koude voeten te krijgen. Goddank. Wie de OZB afschaft, schaft de lokale democratie namelijk af. Centralisatie van de lokale budgetten komt immers neer op een omkering van het parlementaire axioma «no taxation without representation» met hetzelfde resultaat. Woordbreuk is dus geboden. Maar het CDA kan zich daaraan alleen schuldig maken op straffe van herrie in de tent.

Zalm heeft vorige week de aandacht weliswaar afgeleid met een aanval op de Nederlandse traditie, waarin ook arbeids verhoudingen onderworpen zijn aan consensus. Hem komt het goed uit als werkgevers en bonden de strijdbijl van de klassestrijd weer eens opgraven. Maar premier Balkenende heeft juist geen belang bij zo’n zwart-wit-tekening waarin gasgevers van politiek en bedrijfsleven helder contrasteren met de remmers in de vakbeweging.

Als hij nu niet ingrijpt laat de premier zich gijzelen door de VVD of de PvdA. Een ongeluk met de kieswet of de OZB ligt dan in een heel klein hoekje.

Dat is ook een vorm van straf. Straf voor een premier die niet van politiek houdt.