Waarom het zuiden geen wietpas wil

Een gevaarlijk experiment

Op 1 januari wordt in Zuid-Nederland de wietpas ingevoerd. Om overlast te bestrijden, zegt minister Opstelten. De meeste burgemeesters van grote steden uit het zuiden vrezen echter dat de pas criminelen in de kaart speelt. ‘Minister, luister dan naar ons!’

Medium hh 12481030

HET OUDE PHILIPS-COMPLEX De Witte Dame - nu een bibliotheek - kijkt uit over de Eindhovense Willemstraat, aan de rand van het centrum. Ernaast staat een nieuwbouwcomplex met een keurig gemaaid grasveld. Woontorens met namen als De Hertog en De Ridder kijken uit op coffeeshop The Pink. ‘Die zijn we liever kwijt dan rijk’, zegt een 75-jarige bewoonster. 'Er hangen jongelui rond, en soms roepen ze je wat na. Ja, nu staan ze er niet - maar normaal rond deze tijd wel.’
'Er zijn werkelijk nooit moeilijkheden bij The Pink’, zegt de 55-jarige Dorrit Hornman achter de toonbank van de schilderwinkel naast de coffeeshop. 'Ze houden het zelf prima in de gaten.’ Er zijn geen verkeersproblemen, geen wildplassers, er is geen harde muziek. Op straat geen buitenlandse nummerplaten. Of toch: één Duitse wagen passeert. Er staan fietsen op het dak, en achterin kijkt een meisje verveeld naar buiten.
Het kabinet-Rutte wil met de invoering van een clubpas voor coffeeshops - beter bekend als 'de wietpas’ - vanaf volgend jaar een einde maken aan de overlast door buitenlandse coffeeshopbezoekers. Afgelopen vrijdag stuurde minister Opstelten van Veiligheid en Justitie zijn plan naar de Tweede Kamer. Alleen ingezetenen van Nederland komen in aanmerking voor de pas. Iedere shop mag maximaal tweeduizend leden hebben.
PVDA-burgemeester Eberhard van der Laan van Amsterdam was de eerste die zich roerde toen het plan opdook in het regeerakkoord. Er zullen altijd wiettoeristen naar Amsterdam blijven komen, stelt Van der Laan. Zij worden een interessante prooi voor straathandelaren. 'Het pasjessysteem werkt in grensgebieden, waar toeristen speciaal naar Nederland komen voor de aanschaf’, voegde hij eraan toe in het NOS-Journaal.
Maar als Van der Laan dacht dat de lokale politiek in Brabant en Limburg wél staat te springen om een wietpas, dan heeft hij het mis. Opstelten komt met een oplossing voor een niet bestaand probleem, zo luidt de mildere kritiek. Hij stuurt aan op een gevaarlijk experiment, dat de wietcriminaliteit alleen doet toenemen, oordelen de bezorgdste burgemeesters. Desondanks zet Opstelten zijn plan door, zo blijkt uit zijn brief: Zuid-Nederland is op 1 januari 2012 als eerste aan de beurt. De rest van het land moet precies een jaar later aan de wietpas.

IN DE HOOGBRUGSTRAAT in Maastricht zijn veel bewoners en winkeliers wél blij met dat experiment. Tussen de zeventiende-eeuwse gevels met kledingboetieks - de luxe auto’s staan voor de deur geparkeerd - bevinden zich coffeeshops Missouri en Lucky Time. 'Er zijn van die jongens, vooral uit België, die denken dat ze hun auto op elke drempel in de straat mogen parkeren’, vertelt de eigenaar van een stoffenzaak. 'Dan rennen ze zo'n tent binnen, kopen de maximale hoeveelheid in, en gaan dan naar de volgende shop. Sommigen herken ik, die zie ik meerdere keren per week. ’s Avonds is het hier als in een film van Fellini. Ze rijden keihard door de straat, met luide muziek. Ik heb jaarlijks meer dan duizend euro schade aan mijn auto. Een keer lag de bumper eraf.’
De toeristen trekken ook illegale handelaren aan, die gevaarlijke capriolen uithalen op de snelweg A2, die vanuit België door de stad loopt. Caroline Klene rijdt een auto met Frans kenteken, zo vertelt ze in een kledingwinkel. 'Als ik met vriendinnen naar Brussel ben geweest, komt het regelmatig voor dat op de terugweg, net voorbij de Nederlandse grens, een auto naast me komt rijden. Ze schijnen met een lampje in je gezicht, of gooien steentjes tegen de ruit om je aandacht te krijgen en drugs te kunnen slijten. Een keer zijn ze me tot mijn huis gevolgd.’
In Maastricht zorgt de stroom drugstoeristen - ruim 2,5 miljoen per jaar - wel degelijk voor problemen. Maar de vraag is of er andere steden in het zuiden zijn die worstelen met cannabistoeristen. Roosendaal en Bergen op Zoom in West-Brabant deden dat, totdat ze twee jaar geleden rigoureus alle coffeeshops sloten. De coffeeshoptoeristen daar weken uit naar steden als Breda, die beter opgewassen zijn tegen de stroom bezoekers.
Venlo en Heerlen dan? Beide steden hebben een drugsreputatie. In de twee gemeenten is de situatie de afgelopen tien jaar echter drastisch verbeterd. Venlo verplaatste twee van de vijf coffeeshops naar de rand van de stad, dicht bij de Duitse grens. Zo blijven veel buitenlandse bezoekers weg uit het centrum. Illegale drugspanden pakte de politie hard aan. 'Overlast houd je altijd’, zegt burgemeester Hubert Bruls (CDA). 'Die komt grotendeels van de handel buiten de coffeeshops: drugsrunners die met de trein naar Venlo komen en op straat hun weg vinden naar kopers. Maar dat is niets vergeleken met de overlast tien jaar geleden. Wij hadden toen zestig illegale verkooppunten.’
Heerlen heeft het aantal coffeeshops teruggebracht tot drie, vertelt burgemeester Paul Depla (PVDA). 'Die drie kunnen we goed controleren. De overlast is beperkt. We overleggen veel met de coffeeshophouders, en bij overtredingen treden we op.’ Welk probleem wil Opstelten oplossen, met de wietpas? vraagt Depla zich daarom af. 'In de meeste steden in het zuiden is de overlast door coffeeshops flink verminderd.’
Baat het niet, dan schaadt het niet, oordeelt de Tilburgse burgemeester Peter Noordanus (PVDA). 'Ja, ik zie de voordelen als beperkt. Maar toch: veel van wat wij willen, zit dicht tegen een clubpas aan. Een steviger deurbeleid, beter de mensen buiten houden die er niet horen, zoals degenen die wiet en hasj doorverkopen: dat kan met een clubpas.’ Met zo'n tweeduizend coffeeshoptoeristen per jaar is het probleem ook in Tilburg klein, in vergelijking met Maastricht. 'Maar nog steeds behoorlijk’, vindt Noordanus. 'Mensen blijven rondhangen bij de coffeeshops, buurtbewoners klagen daarover. Veel shops bevinden zich in de wijken.’
Het probleem van de coffeeshoptoeristen valt echter in het niet bij de werkelijke zorg van de meeste burgemeesters in het zuiden. Die zorg stond in november vorig jaar even in het middelpunt van de belangstelling, totdat Opstelten de wietpas handig als afleidingsmanoeuvre gebruikte.
Eerst komt op 16 november een 28-jarige man om bij een schietpartij in Eindhoven. Een paar dagen later vindt de politie een tweede dode Eindhovenaar, in een auto in de buurt van Tilburg. Onbekenden beschieten een huis in Eindhoven. En op 1 december duikt de burgemeester van het naburige Helmond onder, wegens bedreigingen uit de drugswereld. De Eindhovense burgemeester Rob van Gijzel (PVDA) luidt de noodklok; volgens hem hangen deze en andere incidenten samen met de hennepteelt en de georganiseerde handel in soft- en harddrugs. Het lukt hem om aandacht te krijgen voor het probleem, maar zijn belangrijkste wensen blijven onvervuld. Van Gijzel wil extra agenten, én een experiment met gelegaliseerde wietteelt, om de bendes de wind uit de zeilen te nemen. 'No way’, zou Opstelten volgens Van Gijzel hebben geantwoord. Een versoepeling van het gedoogbeleid past niet binnen de law and order-ideologie van het kabinet.
Wel organiseert Opstelten een dag na de oproep van Van Gijzel een spoedberaad in Breda met de burgemeesters van de grote Brabantse steden. De mannen komen eensgezind naar buiten. Brabant krijgt geen extra agenten, maar wel hulp van experts van het ministerie, de nationale recherche en de marechaussee, in de vorm van een taskforce tegen de drugscriminaliteit. En: de wietpas zal in Brabant en Limburg versneld worden ingevoerd.
Helpt de wietpas bij het bestrijden van de zware criminaliteit? 'Die link is zo naïef dat ik me bijna niet kan voorstellen dat minister Opstelten hem werkelijk legt’, zegt burgemeester Paul Depla van Heerlen. 'Het grootste deel van de Nederlandse hennepteelt vloeit rechtstreeks naar de illegale markt in het buitenland. Het kleine aandeel van buitenlandse bezoekers aan Nederlandse coffeeshops heeft bijna geen effect op de criminele organisaties achter de hennep.’
'Die wietpas werd ons opgelegd’, zegt de Eindhovense PVDA-fractievoorzitter Mieke Verhees over de deal tussen Opstelten en de burgemeesters. 'Van Gijzel realiseerde zich dat gereguleerde teelt niet mogelijk was, en heeft gedacht: laten we meepikken wat we nog kunnen meepikken. Die taskforce hebben we nu in ieder geval.’ Van Gijzel zelf wil sinds het herenakkoord met Opstelten niet meer met journalisten praten over drugscriminaliteit, en evenmin over de wietpas.

IN HUN GEMEENTERADEN krijgen veel burgemeesters het zwaar te verduren over die avond met Opstelten in Breda. Raadsleden willen precies weten wat er is afgesproken. Nou ja, afgesproken, brengen de burgemeesters ertegen in, het kabinet wil nu eenmaal een wietpas. En als dat zo is, moet de lokale politiek gehoorzamen. CDA'er Ton Rombouts van Den Bosch erkent zelf ook het nut van de pas niet zo in te zien. In Eindhoven, Breda en Tilburg nemen de raden moties aan tegen de wietpas. Ook in Heerlen, Venlo en Maastricht spreekt een meerderheid zich uit tegen het plan. Waarom dat brede verzet? Heeft Noordanus ongelijk, met zijn 'baat het niet, dan schaadt het niet’?
Volgens burgemeester Bruls van Venlo schaadt de wietpas wel degelijk. Hij wijst het idee om buitenlanders te weren niet af, maar is uiterst kritisch over het huidige plan. 'Invoering in januari 2012 is onmogelijk en onverantwoord. Op dit moment is er nog niets, en we moeten complete registratiesystemen uit de grond stampen. Dit experiment is nog nergens ter wereld vertoond. Niemand weet precies wat de gevolgen zullen zijn’, waarschuwt hij. Met Depla is hij bang dat ook veel Nederlanders niet meer in de coffeeshops terecht kunnen. 'Er wordt gesproken over een maximum van tweeduizend leden per shop. Wij hebben vijf coffeeshops, maar die hebben samen meer dan tienduizend Nederlandse bezoekers’, zegt Bruls. Om te voorkomen dat Nederlanders zijn aangewezen op straathandel zou hij dus extra shops moeten openen. 'Dat kan toch niet de bedoeling zijn.’
Ondanks de mediastilte van de Eindhovense burgemeester Van Gijzel is toch duidelijk dat hij zich zorgen maakt. Tijdens een raadsvergadering spreekt hij over de dorpelingen uit de omgeving die nu nog in Eindhoven naar de coffeeshop gaan, maar dat straks niet meer mogen omdat in het plan van Opstelten de coffeeshops alleen de lokale markt mogen bedienen. 'Zij zullen niet langer in de stad terecht kunnen, en dat leidt ongetwijfeld tot illegaliteit’, zo stelde hij volgens het Eindhovens Dagblad.

BIJ COFFEESHOP The Pink in Eindhoven schijnt het daglicht uitbundig naar binnen door de grote glazen pui. Achterin doen twee jongens een spelletje backgammon. Een 35-jarige gemeenteambtenaar zit met een joint aan de bar. 'Ik woon in Limburg, en werk in Eindhoven’, vertelt hij. 'Straks zou ik alleen nog in de coffeeshop in mijn woonplaats terecht kunnen. Stel dat ik kan verhuizen naar Eindhoven - ik ben op zoek naar een huis - dan zitten alle coffeeshops hier misschien al aan hun quotum van tweeduizend.’ Maar als hij wel lid zou kunnen worden, zou hij het toch niet doen. Het ledenregister staat hem tegen: 'Ik vind het een enge gedachte. Er staat toch ook nergens geregistreerd dat ik katholiek ben, of blauwe ogen heb? Het is een wat extreme vergelijking, maar het lijkt een beetje op een davidsster. Wat als een collega dat pasje een keer ziet? Wat als iemand de coffeeshopdatabase kraakt, en mijn gegevens op internet zet? Ik zou via thuisdealers gaan kopen.’
Uit enquêtes blijkt dat de meeste coffeeshopbezoekers er zo over denken. Of ze voet bij stuk houden is de vraag. Waarschijnlijk verdwijnt in ieder geval een deel van hen uit beeld: de overheid weet niet meer hoeveel zij gebruiken, welke stoffen ze binnenkrijgen, en of ze via de straathandelaren en thuisdealers ook aan de harddrugs raken. 'Als ze niet in coffeeshops terecht kunnen, gaan gebruikers op andere manieren op zoek naar hennep’, denkt burgemeester Depla van Heerlen. 'Juist die overlast die we net kwijt zijn, het dealen vanuit garageboxen in wijken en buurten, komt dan terug.’ In de gemeenteraden van Heerlen en Venlo is de vrees groot dat Opstelten hun succesvolle aanpak om zeep helpt.
Zelfs in Maastricht, dat wél overlast door drugstoeristen kent, is een raadsmeerderheid tegen de pas. Legale drugstoeristen zijn niet eens zo slecht voor de stad, vindt D66-fractievoorzitter Bert Jongen: 'Ze eten of winkelen hier ook. De wietpas betekent inkomstenderving voor de middenstand, en die heeft het al moeilijk genoeg. Het lijkt soms of we hier met Mexicaanse toestanden leven, maar dat is verre van de waarheid. Ja, men klaagt over wildplassen, maar heeft dat niet eerder met onze kroegendichtheid te maken dan met de coffeeshops?’
Onderzoekers zoals Nicole Maalsté van de Universiteit van Tilburg en Dirk Korf van de Universiteit van Amsterdam voorspellen dat het aantal buitenlandse coffeeshopklanten zal afnemen, maar een deel zal blijven komen. Nederlandse wiet heeft een goede reputatie en een goede prijs-kwaliteitverhouding, ook in het criminele circuit. Ook in Maastricht zal de straathandel dus garen spinnen bij de wietpas, denk D66'er Jongen. 'Ik houd mijn hart vast.’
De Maastrichtse burgemeester Onno Hoes (VVD) is vóór de wietpas. 'Ik denk dat misschien een procent of tien van de drugstoeristen nog naar Maastricht blijft komen. Die moeten we snel duidelijk maken dat het niet mag. Dat betekent: continu patrouilleren in de beginperiode, letten op buitenlandse nummerplaten, politiefuiken opzetten voor coffeeshopbezoekers. Tegen die tijd is er wellicht ook een nationale politie, en zal de minister agenten uit Enschede of Leeuwarden tijdelijk bij ons kunnen inzetten. Opstelten heeft het nog niet toegezegd, maar ik ben ervan overtuigd dat dat zal gebeuren. Ook kunnen we de prioriteiten verleggen. Dan maar minder parkeerboetes in die periode’, stelt Hoes. Maastricht werkt met het ministerie van Veiligheid en Justitie aan een campagne, onder meer voor de Belgische tv. Volgens Hoes stelt het rijk ongeveer een miljoen euro beschikbaar.
Nu Opstelten zijn plan heeft uitgewerkt, debatteert de Tweede Kamer binnenkort over de wietpas. Omdat het plan in het gedoogakkoord is opgenomen, weet de minister zich verzekerd van de steun van een meerderheid van VVD, CDA en PVV. Burgemeester Bruls van Venlo zinspeelt op dwarsliggen. 'Als de Tweede Kamer een wet aanneemt, hebben wij die uit te voeren’, beaamt hij. 'Maar ik heb wel wat te zeggen over de manier waarop en het tempo waarin we dat doen. Ik kan als burgemeester altijd zeggen: “In het belang van de openbare orde doe ik dit niet.” Het kan niet anders dan dat de minister extra politie inzet. Dat is voor mij een snoeiharde eis. Anders kan ik dit experiment niet voor mijn verantwoording nemen’, zegt hij. Bruls hoopt in de eerste plaats dat Opstelten tot inkeer komt: 'Wij in het zuiden zijn het meest betrokken bij de wietpas. Minister, luister dan naar ons!’
'De coffeeshop wordt gezien als een kristallisatiepunt voor alle problemen rond softdrugs’, zegt Depla. 'Het echte probleem is niet de shop, maar de teelt van wiet in wijken en buurten, en de criminaliteit daaromheen. De wietpas is symboolpolitiek.’ De PVDA-burgemeesters zien voor dat probleem maar één oplossing: een vorm van gereguleerde wietteelt. Depla, Van Gijzel, Noordanus en de Bredase burgemeester Peter van der Velden pleiten daarvoor. 'Het is heel onhandig dat de achterdeur buiten beeld blijft’, zegt Noordanus. 'Ik verwacht van het kabinet een intelligentere oplossing. De huidige oplossing is namelijk: geen oplossing.’

@Beeld: Inge van Mill/HH