Een gezochte oorlogsmisdadiger

Philippe Sands heeft met De rattenlijn een boek geschreven waarin een misdadige ideologie, rassenwaan, onderdrukking en verzet een rol spelen. Hij is erin geslaagd de chaos een schijn van helderheid te geven.

Otto von Wächter werd beschuldigd van moord op meer dan honderdduizend mensen © State Treasury of Poland

Het nieuwe boek van Philippe Sands heet The Ratline, in het Duits Die Rattenlinie. Waarom dat in het Duits meteen luguberder klinkt, weet ik niet. Misschien door het meervoud, maar in ieder geval wordt ermee bedoeld de veel begane route via het Vaticaan die Duitse en Oostenrijkse oorlogsmisdadigers de kans bood om na de Duitse nederlaag naar Latijns-Amerika te vluchten. Voorbeelden: Eichmann, Mengele. Ook de hoofdpersoon van dit boek doet een uiteindelijk mislukte poging om die weg te nemen, maar voor het zo ver is wordt hij door de dood verrast.

Het is een omvangrijk boek. Geen roman, terwijl het daarvan soms veel weg heeft en je jezelf er af en toe op betrapt dat hier niet één maar meerdere films uit te halen zouden zijn. De hoofdpersoon van het boek is baron Otto von Wächter, ooit in de Tweede Wereldoorlog de Duitse bestuurder van het Poolse Galicië onder gouverneur-generaal Hans Frank, die later in Neurenberg als oorlogsmisdadiger werd opgehangen. Twee andere hoofdpersonen zijn de zoons van deze twee mannen, waarvan de ene wel en de andere niet in de schuld van zijn vader gelooft, niet helemaal in ieder geval. Sands gaat met beiden om. Niet alleen gaan beide zoons ook met elkaar om, ze treden zelfs een keer op voor de bbc, waarbij die schuldvraag als een heet hangijzer tussen beiden blijft liggen.

Terwijl ik dit schrijf liggen naast mij twee krantenartikelen, alletwee met een verschillende, maar duidelijk klerikale figuur op de enige foto. Het ene artikel is een bespreking van enige tijd geleden over het boek Hitlers Mann im Vatikan en gaat over Alois Hudal, de controversiële bisschop en rector van het priestercollege Santa Maria dell’Anima in Rome. Dat laatste was hij maar tot 1952, want toen moest hij onder druk van de Curie zijn rectoraat opgeven.

Het tweede stuk gaat over een andere, veel bekendere inwoner van het Vaticaan, Pius de XIIe, en de vraag die daarin aan de orde komt is: wat wist de Curie precies en wanneer over de holocaust en hoe heeft zij daarop gereageerd? Waarom schreef deze Pius al in 1942 aan de Duitse bisschoppen dat hij zou moeten schreeuwen, terwijl hij verplicht was te zwijgen? Wat betekenen deze dingen? Waarom moest hij zwijgen? Het starre gezicht van de paus op de foto ziet er boven zijn hermelijnen kraag uit als een masker. Op het moment van de foto heeft hij de twee vingers van zijn rechterhand opgeheven om de zegen te geven, maar aan wie is niet duidelijk en het masker daarboven verraadt niet veel. Het stuk is een interview in de Süddeutsche Zeitung van 17 februari 2020, met als bijschrift: ‘Zijn pontificaat stelt historici en theologen tot vandaag de dag voor veel raadsels.’

De titel van het interview luidt: ‘Misschien had Hitler een exorcist kunnen gebruiken’. Degene die geïnterviewd wordt is de kerkhistoricus Hubert Wolf, die vertelt dat dit jaar in maart, na zoveel jaar, de geheime archieven van het Vaticaan eindelijk open zullen gaan. Het begint ermee, zegt de krant, ‘dat de pauselijke gezantschappen van Bern tot Buenos Aires en van Parijs tot Istanbul kennelijk op de hoogte waren van de holocaust en wat ze daarover naar Rome schreven, en in dat verband of de Kersttoespraak van de paus in 1942 dan als een waarschuwing aan de nationaal-socialisten bedoeld was’.

Iemand die hier zeker in zal duiken moet Philippe Sands zijn. Documenteren, het opsporen en duiden van documenten, is een van zijn grote kwaliteiten. Papieren die al sinds de jaren dertig in de geheime kelders van het Vaticaan gelegen hebben, moeten voor hem een enorme uitdaging zijn. Al in zijn eerste boek, Galicische wetten (2018), had hij niet alleen met de uiterste nauwkeurigheid en het instinct van zowel een gedegen historicus als een uiterst geniale detective het uitmoorden van zijn eigen familie in Lemberg, Lviv, Lvów onderzocht en beschreven, maar ook de confrontatie gezocht met Niklas Frank, de zoon van Hans Frank, een vriendschap die zo ver ging dat hij samen met die zoon de cel in Neurenberg had bezocht van waaruit diens vader naar de galg gelopen was. Nu is er in dit boek sprake van een andere zoon van een andere Oostenrijkse nazi, Horst von Wächter, die Sands regelmatig in zijn kasteel in Oostenrijk opzoekt en van wie de vader, Otto von Wächter dus, weliswaar in een positie lager dan Hans Frank, toch ook een oorlogsmisdadiger was die de dodendans had weten te ontlopen en die vóór hij via de rattenlijn naar Zuid-Amerika kon ontsnappen een raadselachtig einde had gevonden in het Vaticaan.

In de chaos die ontstond na de zelfmoorden van Hitler, Goebbels en Himmler probeerde iedereen zichzelf te redden

Op dat punt begint het nieuwe boek. Hoe had deze Otto von Wächter weten te ontsnappen? Hoe had hij de jaren vlak na de oorlog weten te overleven, tot hij in juli 1949 door twee monniken ziek bij een klooster in Rome werd afgeleverd? En hoe had hij ooit zoveel jaren uit handen van justitie weten te blijven? Over het hoe en wat van die dood in 1949 bestaan veel raadsels. De eenvoudigste oplossing is wel dat hij bij het zwemmen in de Tiber een ziekte had opgelopen. Het alternatief was dat hij vermoord zou zijn, en als je het hele boek gelezen hebt zou je dat nog kunnen geloven ook. En dat een gezochte oorlogsmisdadiger in de zomer van 1949 ongehinderd in de Tiber kon zwemmen en ’s nachts in een klooster kon overnachten, verbaast je dan allang niet meer.

Over de twee zonen schrijft Sands met sympathie – zelfs in het geval van Horst von Wächter, die weliswaar inziet ‘dat de bevolking van Galicië het grootst mogelijke onrecht is aangedaan’, maar tot het laatst weigert in de schuld van zijn vader te geloven, ook al was deze officieel beschuldigd van massamoord op meer dan honderdduizend mensen. Ook na het zien van de film die in 2015 in New York wordt vertoond (A Nazi Legacy: What our Fathers Did) blijft hij bij dat standpunt, maar het zien van de film heeft wel tot gevolg dat hij Sands inzage geeft in de papieren van zijn moeder.

‘Een onontkoombaar labyrinth’ zette ik destijds boven mijn bespreking van Galicische wetten, en met het nieuwe boek is dat niet anders, en ineens krijgt het woord ‘ingewikkeld’ zijn zuiverste betekenis. Dagboeken, gecodeerde brieven en geheime documenten zijn hier in elkaar gewikkeld en worden door een meesterbrein ontleed.

Sands is advocaat bij het Internationaal Strafhof in Den Haag, zijn moeder was als kind en enige overlevende van een grote joodse familie uit Lemberg (dat dus ooit ook Lviv en Lvów geheten heeft, terwijl het gewoon op dezelfde plaats bleef liggen en dan weer Russisch, dan weer Pools of Oekraïens gebied was) naar Londen gevlucht. Over die familie en over de plaats waar ze vandaan kwamen ging Galicische wetten. Dit nieuwe, al even onontkoombare boek zet de geschiedenis voort. Door de papieren van Charlotte, vrouw van Otto von Wächter en moeder van zijn vele kinderen, weten we nu wat er sinds het einde van de oorlog met haar man gebeurd is. Dat is alleen al een waanzinverhaal. In de chaos die ontstond na de zelfmoorden van Hitler, Goebbels, Himmler en allerlei mindere goden probeerde iedereen zichzelf te redden.

Bezettingsmachten, verschuivende grenzen, plaatsen die andere namen krijgen, nieuwe machthebbers, het is een free for all waarin mensen verdwijnen, in het niets oplossen. Voor iemand van nu is het bijna ondoenlijk je de chaos van die dagen voor te stellen, een chaos waarin het zonder meer mogelijk was om totaal te verdwijnen en nooit meer gevonden te worden, zoals Martin Bormann. Ook Otto von Wächter verdwijnt, zoals we nu weten in de hoge, wilde bergen onder Salzburg. Hij is niet alleen, hij brengt daar drie jaren door in het gezelschap van een jonge SS-soldaat die hem helpt te overleven, zwervend tussen berghutten en andere toevluchtsoorden.

Ik heb geprobeerd die landschappen op de kaart te vinden, Wagrainer Höhe, de Radstädter Tauernpass. De hoogte van de bergen onder in de provincie Salzburg is op de kaart aangegeven, de ontberingen in de driemaal terugkerende strenge winters mag je er zelf bijdenken. Een ijskoud Crusoe-bestaan in die extreme gebieden, het liefst boven de boomgrens, omdat daar de kans op ontdekking minder is; allerlei rondtrekkend volk, stropers, zwervers, maar ook joden die uit de concentratiekampen ontsnapt of bevrijd waren en mensen die via Italië naar Israël wilden reizen, probeerden in die streken te overleven.

Otto von Wächter is ervan overtuigd dat organisaties als die van Simon ­Wiesenthal hun ogen wijd open hebben

Charlotte von Wächter is intussen teruggekeerd uit Galicië, in een totaal veranderd Oostenrijk waar nazi’s niet meer welkom zijn, huizen teruggevorderd worden, waar haar broers als vroegere partijleden hun bedrijf verloren hebben. Zij moet proberen verder te leven met zes kinderen. In eerste instantie weet ze niet waar haar man gebleven is. Ze vindt hem niet, hij vindt haar. Op een dag komt er een meisje naar haar toe met zijn trouwring en een boodschap, waar zij hem zou kunnen vinden. Deze scène wordt door Sands meesterlijk beschreven. Terwijl je het weet, doet het er even niet meer zoveel toe wat je van deze mensen denkt. Ergens in de bijbel (Spreuken 31) staat: ‘een sterke vrouw wie kan haar vinden…’

Otto von Wächter was geen voorbeeldig echtgenoot geweest en ook al had zij haar verliefdheden gehad, haar trouw in zware tijden was tegen alles bestand. De geschiedenis van hun huwelijk komt in het boek uitvoerig aan de orde, haar verliefdheid, zijn terughoudendheid in het begin, zijn monarchistische vader die na de Eerste Wereldoorlog zijn geld verliest, maar als verdienstelijk militair een adelstitel krijgt, waardoor de zoon zich later Freiherr von Wächter mag noemen. En dat alles in het Wenen van Gustav Mahler, Sigmund Freud en de Wiener Werkstatte. Maar ook in het Wenen met Karl Lueger als antisemitische burgemeester, waar in enorme antisemitische demonstraties veertigduizend mensen betogen dat men de burgerrechten van joden moet afnemen en dat iedereen die na 1914 het land is binnengekomen weer dient te verdwijnen.

Bij een van de vele rellen wordt Otto gearresteerd en tot veertien dagen gevangenis veroordeeld, een voorlopige straf die hij niet hoeft uit te zitten. Al in 1923 wordt Otto von Wächter lid van de nsdap. Al zijn vrienden dateren uit die tijd, hij zal ze later nog nodig hebben, voor zover ze dan nog leven. Hij trouwt in 1932 met de mooie fabrikantendochter Charlotte Bleckmann, een jaar voordat zijn landgenoot Hitler in Berlijn Reichskanzler wordt. En weer een jaar later is Otto de leider van een groep nazi’s die probeert de Oostenrijkse Bondskanselier Dollfuss te verjagen. Hij is daar zelf niet bij, en in de chaos van die aanslag wordt Dollfuss door een ontslagen sergeant doodgeschoten. De putsch mislukt, Otto wordt aangeklaagd wegens hoogverraad en verdwijnt, niet voor de laatste keer – hij wordt een meester in het verdwijnen.

Voorlopig moet hij afwachten. In Oostenrijk schuiven de sentimenten heen en weer, Dollfuss wordt opgevolgd door Schuschnigg, maar het blijven extreem onrustige tijden. Hij slaat de opstand neer, maar moet in 1938 toelaten dat Hitler Oostenrijk annexeert, einde onafhankelijkheid. Oostenrijk wordt als Ostmark een deel van het Duitse rijk, waarin Otto von Wächter snel carrière zal maken. Voorlopig vinden we hem terug in het hoofdkantoor van de Sicherheitsdienst des Reichsführers-SS in Berlijn, afdeling criminaliteit van de SD. De geschiedenis maakt nu grote passen, in 1939 komt er een Molotov-Ribbentroppact, dat inhoudt dat de Sovjet-Unie en Duitsland elkaar niet zullen aanvallen en men Polen min of meer onderling verdeelt. Niet lang daarna worden de kaarten nogmaals anders geschud, de Tweede Wereldoorlog is uitgebroken en zowel Duitsland als Rusland valt Polen binnen. Hans Frank wordt gouverneur-generaal. Niet veel later wordt Otto von Wächter gouverneur in Krakau en later ook in Lemberg – waar dus de ouders en de familie van Sands wonen.

De jaren van de Duitse bezetting worden beschreven, het getto, de deportaties, maar ook de luxe waarin de familie Von Wächter nu leeft, de kunst die Charlotte uit het Nationale Museum in Krakau zal meenemen en veel later, als de tijden nogmaals veranderd zijn, ook gedeeltelijk zal verkopen. De controverses van haar man met andere nazi-bestuurders, die later gebruikt zullen worden als een houding van bijna-verzet, de ideeën van Wächter om een Oekraïense brigade op te richten die dan tegen de bolsjewieken zou moeten vechten, maar ook de onontkoombare bewijzen van schuld aan massa-executies en getekende doodvonnissen.

Het is een boosaardige, langzame dans waaraan dan toch nog vrij plotseling een einde zal komen. De bewezen schuld die voor zoon Horst nooit genoeg bewezen is, met al een horrorscenario dat eindigt met Otto von Wächter op de vlucht in de Oostenrijkse bergen, daar waar we al waren, en waar zijn vrouw hem drie jaar lang elke paar weken zal opzoeken, tot hij in 1949, uiteindelijk naar Rome vertrekt, omdat zijn jonge soldatenvriend naar huis en familie terug wil. Daar kan hij, geholpen door mensen die we meestal niet leren kennen, zijn intrek nemen in klooster Vigna Pia. Otto, die nu plotseling Alfredo Reinhardt heet, beschrijft het in een brief aan zijn vrouw Charlotte als ‘een halve ruïne, half romeins bad, half gevangenis, vuil maar ook romantisch’.

Slecht heeft hij het niet, zeker niet als je het vergelijkt met de miljoenen die onder zijn regime in de getto’s of de kampen leefden en omkwamen, want daar werd om half acht ’s avonds geen genereuze portie pasta met groenten geserveerd en ‘flinke hoeveelheden rode wijn’. Oostenrijk is verdeeld in meerdere bezettingszones, Wächter is ervan overtuigd dat de Amerikanen hem zoeken en dat organisaties als die van Simon Wiesenthal hun ogen wijd open hebben. Hij weet dat ook andere groepen naar verborgen nazi’s op zoek zijn. Dit is een tijd waarin met het verleden wordt afgerekend, en niet altijd via de rechtbank. Daarom is het dubbel verbijsterend dat hij al die tijd in Rome weet te overleven, hij zelfs als figurant in een film optreedt en ook op andere manieren naar werk zoekt. En al die tijd weegt hij zijn kansen om naar Argentinië of Brazilië te vluchten.

Zo ver komt het niet, hij sterft aan een vergiftiging. Een tijdlang houdt het boek ons nog in spanning of dat nu door water uit de Tiber komt (hij was een hartstochtelijk zwemmer) of doordat daar iemand aan te pas gekomen is, zoals zijn zoon Horst gelooft. Ik mag het hier niet verraden. Zeker is dat Philippe Sands een boek geschreven heeft waarin een misdadige ideologie, rassenwaan, chaos, onderdrukking en verzet en al hun naweeën een rol spelen. Dat hij erin geslaagd is als een tovenaar deze chaos een schijn van helderheid te geven is een grote prestatie, ook al omdat goed en kwaad zo strikt beschreven zijn. Dat het ook als waarschuwing in nieuwe, donkere tijden gelezen kan worden.