Een glimlach voor Angela

Wordt het meer of minder Europa? Sociaal uit de crisis of verder bezuinigen? Wel of niet extra geld naar Griekenland? Wie met de verkiezingen achter de rug op deze vragen een antwoord verwacht, komt bedrogen uit. De waarheid is dat premier Rutte - duizenden glimlachen en een bloedstollende ontknoping ten spijt - nog altijd niet in het centrum van de macht is beland.

Die cynische waarheid werd uitgerekend op woensdag 12 september nog eens pijnlijk duidelijk. Terwijl de Nederlandse burger zijn stem uitbracht, misschien wel met de eurocrisis in het hoofd, denderde de Europese trein onverstoorbaar door.

Het belangrijkste nieuws kwam uit Karlsruhe. Het machtige constitutionele hof, hoeder van de Duitse grondwet, sprak zich daar uit over het ESM. Een bont gezelschap van socialisten, aartsconservatieven en voorstanders van meer referenda had hier een zaak tegen aangespannen. Het permanente Europese reddingsfonds, dat onder strenge voorwaarden geld zal lenen aan crisislanden, zou ondemocratisch zijn en onoverzienbare financiële risico’s met zich meebrengen. Hoewel de rechters in Karlsruhe begrip toonden voor deze bezwaren, gaven zij toch groen licht aan het ESM.
Diezelfde ochtend presenteerde de Europese Commissie de eerste concrete plannen voor een heuse bankenunie. In de toekomst moet het toezicht op Nederlandse instellingen als ING en Rabobank onder de verantwoordelijkheid van de Europese Centrale Bank in Frankfurt vallen.

Minstens zo ingrijpend kan het laatste nieuws uit het Griekse hervormingslaboratorium wel eens blijken. De internationale troika die de facto het land regeert zou een zesdaagse werkweek, een langere werkdag en een onmiddellijke verhoging van de pensioenleeftijd eisen. Alles uiteraard om de internationale concurrentie weer aan te kunnen. Over zulke onaantrekkelijke toekomstperspectieven hoorde je de afgelopen campagne nou niemand.
Dat betekent niet dat een nieuwe Nederlandse regering op al deze zaken geen invloed meer kan uitoefenen. Maar daarvoor moet Rutte een slordige 600 kilometer oostwaarts van zijn Torentje zijn. Want Nederland mocht woensdag dan kiezen, uiteindelijk worden de belangrijkste beslissingen in Berlijn genomen. In 1918 verzekerde Troelstra dat de Duitse revolutie niet halt zou houden voor Zevenaar. Toen vergiste hij zich nog - de revolutie in Nederland ging niet door. Maar anno 2012 zou hij zeker gelijk hebben: de Duitse politiek stopt niet bij Zevenaar. Zeker niet als het om de eurocrisis gaat.
Voor de PvdA-kiezers biedt dat zowaar een schrale troost. Volgend jaar rond deze tijd krijgen zij hun herkansing. Zelf mogen ze (waarschijnlijk) nog niet naar de stembus. Maar de Duitsers wel. Zij beslissen dan over hun politieke toekomst - en indirect die van Europa. Wordt het verder bezuinigen en hervormen met Merkel? Of wint de SPD? In dat laatste geval hoeft er niet per se veel te veranderen - de Duitse sociaal-democraten houden er weinig wilde ideeën op na - maar het ís mogelijk. Een sociaal-democratische Duits-Franse as zou het roer in de eurocrisis danig kunnen omgooien. Meer investeren, minder snijden, eurobonds - het is allemaal mogelijk.

En Rutte? Die heeft dan het nakijken. Maar zover is het nog niet. Onze premier heeft minstens een jaar om begrip te kweken bij Merkel voor zijn onbesuisde verkiezingsbeloftes: dat Nederland niet nog meer macht afstaat aan Europa bijvoorbeeld, of dat er geen extra geld meer naar de Grieken gaat. Hoeveel Merkel zich daarvan zal aantrekken? Het is te hopen dat Rutte zijn allermooiste campagneglimlach voor dat moment bewaard heeft.