Een gloeilamp van 22 pond op een Brits ministerie

Londen - De duurste gloeilampen van Engeland hangen op het ministerie van Defensie: 22 pond per stuk, terwijl ze in de winkel 65 pence kosten. Dat is nog niets vergeleken met de schroeven van de Land Rovers, die uitkomen op 103 pond, vijftig keer zo veel als bij de doe-het-zelver. De militaire honden, ten slotte, slapen in kennels die meer kosten dan een vijfsterrenhotel in Londen. Deze uitwassen zijn het gevolg van een verstikkend Private Finance Initiative-contract (PFI), waarbij het bedrijf dat het departement beheert goed geld verdient. Het is een van de vele voorbeelden van een mislukte publiek-private samenwerking.

De samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven bij het bouwen van ziekenhuizen, autowegen, kustwacht, bruggen, scholen en het beheren van overheidsgebouwen dateert uit de tijd van John Major. New Labour zette dit beleid voort en thans lopen er 544 contracten. Voor Gordon Brown was het de ideale manier om veel te investeren zonder dat het direct zichtbaar zou zijn op de begroting. In de praktijk komt het erop neer dat de staat geen geld leent bij de centrale bank maar bij het bedrijfsleven. Bijkomend voordeel zou zijn dat het risico ligt bij het bedrijfsleven, maar toen de crisis toesloeg moest de overheid toch financieel bijspringen.

In plaats van zich te gedragen als een integere beheerder hebben bedrijven er een hobby van gemaakt om zoveel mogelijk kosten te verhalen op de pachter, de staat. De grootste PFI-ondernemer is Innisfree, dat 28 ziekenhuizen en 269 scholen heeft gebouwd en beheert. Inmiddels heeft de baas van het bedrijf, Julian MacQueen, meer dan vijftig miljoen op zijn spaarrekening staan. Uit onlangs gepubliceerde cijfers blijkt dat de schuldenlast van de staat is opgelopen tot 229 miljard. Als er op de klassieke wijze was geïnvesteerd zou dat 56 miljard hebben gekost. Bijkomend probleem is dat gewone banken meer rente berekenen dan de Bank of England.

Namens het kabinet sprak de Conservatieve staatssecretaris voor Algemene Zaken Francis Maude zijn afschuw uit over deze geldverspilling. Echter, de meeste contracten zijn waterdicht en niet tussentijds aan te passen. Ook de minister van Financiën baalt, zeker nadat hij in december had gemerkt dat het kopen en plaatsen van een kerstboom op zijn werkplek al negenhonderd pond kost. De voor PFI verantwoordelijke topambtenaar Charles Lloyd moet een gemengd gevoel koesteren. Hij werkte immers jarenlang als PFI-consultant voor PriceWaterhouseCoopers dat miljoenen heeft verdiend aan publiek-private samenwerking.

De verontwaardiging heeft dan ook niet geleid tot het afschaffen van PFI. Zo heeft de minister van Volksgezondheid, de kwakzalver Andrew Lansley, PFI-contracten afgesloten voor de bouw van zeker zes nieuwe ziekenhuizen.