Turkije, een jaar na de coup

Een ‘godsgeschenk’ voor de president

De mislukte staatsgreep van juli 2016 is een belangrijke bouwsteen geworden bij de constructie van de nieuwe nationale mythe: het Nieuwe Turkije van president Erdogan.

Wat is er nu precies gebeurd in de avonduren van 15 juli 2016 en wie waren ervoor verantwoordelijk? De beelden zijn bekend: soldaten bezetten de bruggen over de Bosporus en gevechtsvliegtuigen scheren intimiderend over de binnenstad van Istanbul. In Ankara wordt het parlement gebombardeerd en op de Turkse staatstelevisie leest een angstige nieuwslezeres een verklaring van opstandige militairen voor. Al snel is duidelijk dat de staatsgreep tot mislukken gedoemd is. De coupplegers krijgen geen steun van de legerleiding en van legeronderdelen die cruciaal zijn om van de coup een succes te maken. Veel Turken, zowel voor- als tegenstanders van president Erdogan, gaan de straat op om te protesten tegen deze aanval op de Turkse democratie. Bij dat verzet komen 250 burgers om het leven.

Al na een paar uur, als de coup nog in volle gang is, maakt Erdogan bekend dat hij weet wie het brein is achter de putch: de beweging van de islamitische geestelijke Fethullah Gülen, een voormalige bondgenoot van Erdogan waarmee hij sinds eind 2013 op voet van oorlog verkeert. Reeds een dag later worden lijsten gepubliceerd van vermeende Gülen-aanhagers die in het leger en andere staatsinstellingen geïnfiltreerd zouden zijn. Het is het begin van een heksenjacht die tot op de dag van vandaag voortduurt.

Medium hh 68064749
Ankara, 1 juli. Erdogan spreekt op een partijbijeenkomst © Kayhan Ozer / Anadolu Agency / HH

Inmiddels hebben rond de 140.000 mensen hun baan verloren of zijn op non-actief gesteld. Meer dan 50.000 Turken zitten in de gevangenis. De slachtoffers zijn lang niet alleen Gülen-sympathisanten maar ook politiek actieve Koerden en seculiere critici van de huidige machthebbers. Erdogan heeft de noodtoestand die onmiddellijk werd ingesteld het afgelopen jaar gebruikt om al zijn politieke tegenstanders monddood te maken.

Over een ding zijn Erdogan en de meesten van zijn critici het ook na een jaar nog steeds eens: dat Gülen en zijn aanhangers de coup hebben voorbereid en uitgevoerd. Linkse en nationalistische Koerden hebben altijd al een hekel gehad aan de Gülen-beweging, een fel tegenstander van de terroristische pkk en een geduchte concurrent bij de rekrutering van Koerdische jongeren in het zuidoosten van Turkije. De meeste seculiere Turken koesteren bovendien een diep geworteld wantrouwen ten opzichte van de in hun ogen ondoorzichtige beweging die zij verdenken van islamitische indoctrinatie.

Voor Erdogan en zijn akp lag dat lang anders. Van 2002 tot 2011 werkt Erdogan nauw samen met Gülen, de charismatische geestelijke in ballingschap in de VS die in Turkije en daarbuiten een imperium opbouwde van scholen, media en sympathiserende bedrijven. Als de akp in 2002 met verrassende overmacht de verkiezingen wint, beschikken de nieuwkomers niet over het kader om de Turkse staat over te nemen van de oude Turkse elite, de aanhangers van Mustafa Kemal Atatürk. Erdogan sluit een verbond met Gülen die de geschoolde conservatieve ambtenaren kan leveren waar de akp zo’n behoefte aan heeft.

Onderschat werd het oprechte gevoel bij veel Turken op het nippertje ontsnapt te zijn aan een ramp

Het loopt mis als Erdogan de indruk krijgt dat hij zijn greep op de vele gülenisten in overheidsdienst aan het verliezen is. Op zijn beurt krijgt Gülen steeds meer moeite met het autoritaire optreden van de akp-leider en meent dat hij inmiddels machtig genoeg is om Erdogan aan de kant te kunnen schuiven. Een grote clash aan het eind van 2013 maakt duidelijk dat de Gülen-beweging haar eigen invloed alsmede de vastberadenheid en veerkracht van Erdogan heeft onderschat. Vanaf dat moment stelt Erdogan alles in het werk om de beweging met wortel en tak uit te roeien.

De meerderheid van buitenlandse Turkije-deskundigen heeft een ander beeld van de coup: volgens hen is het aannemelijk dat de coup een gelegenheidscoalitie was van Gülen-aanhangers, verstokte kemalisten en opportunisten die om verschillende redenen ongelukkig waren met de binnenlandse en buitenlandse politiek van de Turkse leider. Deze mening wordt gedeeld door waarnemers die geen enkele sympathie hebben voor de Gülen-beweging. Zij wijzen erop dat het welhaast onmogelijk is dat de honderden generaals die nu gevangen zitten op verdenking van betrokkenheid bij de coup allemaal gülenisten zijn. Nadat de instroom van Gülen-sympathisanten in het leger na 2002 betrekkelijk ongehinderd kon plaatsvinden, behoren de meesten inmiddels tot het militaire middenkader, niet tot de legertop.

Het belangrijkste meningsverschil onder Turken over de coup spitst zich toe op de vraag wat er is gebeurd tussen 14.00 en 21.00 uur op de dag van de coup. Erdogan en de akp ontkennen niet dat na het middaguur op 15 juli 2016 de Turkse geheime dienst en iets later de chefstaf van het leger op de hoogte werden gesteld van het vermoeden dat er op korte termijn een staatsgreep zou plaatsvinden. In de officiële lezing blijft onduidelijk wat er de uren daarna is gebeurd en waarom Erdogan naar eigen zeggen pas in de loop van de avond op de hoogte werd gesteld. Die versie van de waarheid is de afgelopen maanden onderbouwd met een dik onderzoeksrapport van een parlementaire onderzoekscommissie waarin de akp de meeste leden had.

Alle drie de oppositiepartijen hebben inmiddels eigen rapporten gepubliceerd waarin ze twijfels zaaien bij deze lezing van de gebeurtenissen. Het meest ver daarin gaat de chp van oppositieleider Kemal Kilicdaroglu. Die spreekt van een ‘gecontroleerde coup’, suggererend dat ook Erdogan al van tevoren wist dat er een coup zou plaatsvinden en dat bewust heeft laten gebeuren nadat hij zich ervan vergewist had dat de kans op slagen klein was. Door de mislukte staatsgreep kon hij zijn heksenjacht op de Gülen-beweging opvoeren en tegelijk de rest van de oppositie aan de kant schuiven. Het is een boude bewering die gebaseerd is op een combinatie van argwaan over onbeantwoorde vragen, ongerijmdheden in de officiële lezing en een in Turkije breed verspreide voorkeur voor samenzweringstheorieën.

De controverse zal nog wel even voortduren, zeker zolang bijvoorbeeld het hoofd van de inlichtingendienst en de chefstaf van het leger niet onder ede gehoord zijn. Daar komt bij dat het voor Turkse media verboden is over de coup te publiceren en het voor buitenlandse journalisten op dit moment praktisch onmogelijk is om direct betrokkenen te interviewen of in Turkije onderzoek te doen. Het zal waarschijnlijk nog jaren duren voordat de waarheid over 15 juli 2016 op tafel komt. Als dat al ooit gebeurt.

Erdogan zet de combinatie van slachtofferschap en heroïsch verzet in voor eigen gewin

De eerste verjaardag van de mislukte coup zal zonder twijfel door Erdogan worden aangegrepen om zijn visie op de gebeurtenissen nogmaals via een overweldigend mediaoffensief indringend onder de aandacht van alle Turken te brengen. Maar het is al lang duidelijk dat 15 juli 2016 voor de president veel meer is dan de dag waarop hij als eerste Turkse leider een staatsgreep overleefde. De mislukte coup is onderdeel geworden van een veel groter verhaal: dat van het Nieuwe Turkije van Erdogan dat het Oude Turkije van Atatürk zal vervangen, bij voorkeur in 2023, het jaar waarin de Turkse republiek haar honderdjarige bestaan viert.

Het huidige Turkije was er nooit gekomen zonder de onafhankelijkheidsoorlog van 1920-1923 waarin de Turken onder leiding van Atatürk zich heldhaftig verzetten tegen de plannen van de Europese grootmachten om het zieltogende Ottomaanse rijk op te splitsen en onder elkaar te verdelen. Ondanks al hun onderlinge verschillen zijn alle Turken Atatürk nog steeds dankbaar dat hij de Britten, de Russen en de Grieken verjaagde en korte metten maakte met hun binnenlandse handlangers.

Al jarenlang onderneemt Erdogan pogingen om zichzelf en zijn project voor een Nieuw Turkije voor te stellen als de enige legitieme opvolgers van Atatürk en diens eerste Turkse republiek. Wat ze gemeen hebben, is de ambitie van Turkije een sterke economie en een regionale grootmacht te maken. Het verschil zit ’m in Erdogans wens om Atatürks seculiere fundamenten geleidelijk aan te vervangen door een islamitisch geïnspireerde, conservatieve Leitkultur die populair is bij een meerderheid van de Turkse bevolking. De coup van 15 juli 2016 is voor Erdogan een ‘Godsgeschenk’, zoals hij het zelf uitdrukte, om een nieuwe nationale mythe verder uit te bouwen.

Na de coup organiseerde de regering vorig jaar op veel plaatsen enorme manifestaties om de overwinning van de democratie te vieren. Door veel buitenlandse waarnemers werden die bijeenkomsten afgedaan als georkestreerde propagandabijeenkomsten ter meerdere eer en glorie van Erdogan. Voor een deel klopt dat. Onderschat werd echter het oprechte gevoel bij veel Turken op het nippertje ontsnapt te zijn aan een ramp. Onbegrepen bleef het voor veel niet-Turken onbekende sentiment dat de coup naadloos past in de visie van veel Turken op hun eigen geschiedenis. Daarin proberen perfide buitenlandse machten, geholpen door een vijfde colonne in het land, voortdurend de opmars van een trots en zelfstandig Turkije te stuiten.

Het is die diepgewortelde en breed gedeelde combinatie van slachtofferschap en heroïsch verzet die Erdogan sinds juli 2016 probeert in te zetten voor eigen gewin. Om die reden hingen er op die manifestaties enorme afbeeldingen van zowel Atatürk als Erdogan. Daarom werd er in toespraken en pamfletten bij voortduring gerefereerd aan de Tweede Onafhankelijkheidsoorlog die nu gewonnen was door Erdogan en het door hem geleide dappere Turkse volk. Vandaar dat sindsdien voortdurend wordt herhaald dat het weliswaar de gülenisten zijn geweest die de coup hebben opgezet, maar dat ze dat nooit hadden kunnen doen zonder hulp en toestemming van buitenlandse machten (lees: de VS en sommige Europese landen) die jaloers zijn op het Turkije van Erdogan.

De president weet dat hij met deze redenering zowel de Turkse conservatieven als de nationalisten achter zich kan verenigen. Het is ook de meest effectieve strategie om twijfelende akp-stemmers aan zich te blijven binden, ondanks het groeiende ongenoegen bij een deel van zijn achterban over de stagnerende economie en de concentratie van alle macht bij één man.

Erdogan beseft dat hij zijn ambities met het Nieuwe Turkije in 2023 alleen zal kunnen waarmaken als Turkije hechte economische banden blijft houden met de EU. Toch zal hij niet aarzelen om ook in de toekomst, als hij inschat dat dit nodig is om binnenlands-politieke redenen, zijn onontbeerlijke Europese partners te bruuskeren middels vaak absurde beschuldigingen. Die hebben altijd een ding gemeen: ze appelleren aan populaire Turkse nationale mythen en bevestigen de Turkse zelfperceptie van een land dat constant onder vuur ligt.