Een goed beboterd hoofd

Russisch is een heel lastige taal om te leren. Vooral de grammatica is ingewikkeld: zes naamvallen, drie geslachten met ieder hun eigen uitgangen, plus de nodige syntactische narigheid. Je hoort het nooit op de radio en zelden op de televisie en tot overmaat van ramp wordt het ook nog geschreven in andere letters, het cyrillische schrift. In Utrecht kun je Russisch leren, maar het is dus zwaar werk, ook voor docenten. ‘Ik hoop vaak stilletjes dat ze gymnasium gedaan hebben’, vertrouwde een docent me onlangs toe, ‘dan kunnen ze tenminste nog een beetje uit hun hoofd leren.’ Want dat kunnen veel studenten tegenwoordig niet meer, het platte stampwerk, het domweg uit je kop knallen en als een robot opdreunen van jaartallen, woordjes, verbuigingen, soorten, formules, ziekten of wetsartikelen.

Volgens het adagium dat je pas iets kunt onthouden als je het ook begrijpt, legt men tegenwoordig in het basis- en voortgezet onderwijs de nadruk op inzicht en begrip. Maar aan een grammatica valt nu eenmaal niks te begrijpen; het is een wonderlijk en niet zelden inconsequent allegaartje van regels en uitzonderingen. En anders dan bij het onderwijs in de moderne talen speelt spreekvaardigheid bij het leren van klassiek Grieks en Latijn geen enkele rol. In mijn tijd vertaalde je tot je erbij neerviel. Ik heb Herodotus, Homerus, Sophocles en Livius gelezen zonder ook maar het minste tekstbegrip. Glimlachen deed je alleen om de ‘rozevingerige’ - wij lazen natuurlijk ’-vingerende’! - dageraad’ of de 'koe-ogige Hera’.
Het is tamelijk mooi dat kinderen tegenwoordig verlost zijn van dit soort corveewerk. Maar daar staat tegenover dat veel studenten zelfs de Nederlandse grammatica niet meer beheersen. 'Ik ben een beetje dyslectisch meneer’, zeggen ze dan. Nou, daar hoefde je destijds bij mijn leraar Grieks niet mee aan te komen! Die had je meteen het verbum lego in vier tijden van voor naar achter laten vervoegen!
Trouwens, het is überhaupt treurig gesteld met de talenkennis van de huidige vwo-abituriënten. Frans behoort, mede dank zij de basisvorming, tegenwoordig tot de linguïstische exotica. Er is geen universitair docent meer die een Frans boek of artikel durft voor te schrijven aan zijn studenten, want je kunt ze net zo goed Dostojevski in het Sanskriet laten lezen. Maar ook het Duitse taalgebied heeft inmiddels de status van no go area bereikt. 'Heb ik in de vierde klas laten vallen, meneer. Is er geen Engelse vertaling van Mein Kampf?’ Maar als ze dan beginnen aan My Struggle, blijkt dat A. Hitler in het Engels ook al een heel gevecht is.
Het gebeurt zelden dat ik een politicus iets hoor zeggen dat mijn instemming heeft, maar een paar weken terug betrapte ik Eerste-Kamerlid Schuyer toch op een uitspraak naar mijn hart. Er zou volgens de senator eigenlijk een parlementaire enquête moeten komen naar het onderwijsbeleid van de afgelopen jaren. Welk een wijze woorden! Maar wat een lullige anticlimax! 'Toch maar niet’, krabbelde Schuyer direct terug, 'want dan zouden er weleens koppen kunnen rollen.’ Inderdaad, stel je voor!
Was het soms onthoofdingsangst die vorige week de fractievoorzitters van de grote partijen bracht tot hun gulle uitspraken over het onderwijs? Degene met het royaalst beboterde hoofd, Jacques Wallage, riep het hardst: bij het volgende regeerakkoord meer prioriteit voor het onderwijs! En, in het onnavolgbare PvdA-jargon: 'Extra geld moet van de basis naar boven worden besteed.’ Toen konden die anderen natuurlijk niet achterblijven, en met tassen vol geld struikelden de fractievoorzitters over elkaar heen. Heerma hekelde het feit dat het wetenschapsbudget van minister Ritzen voor het eerst sinds de oorlog daalt, en Wolffensperger smeet direct een zak geld naar het basisonderwijs. Bolkestein zei geloof ik ook iets, maar dat ging gelukkig verloren in het gekrakeel.
Het decor van deze walmende consensus was de Erasmus Universiteit, waar een discussie plaatsvond over de concurrentiepositie van Nederland. En dáárom was iedereen het plotseling zo verpletterend eens met elkaar: het ging namelijk om onze export, onze handel, onze negotie, onze duiten kortom.
Menige docent zal een lichte onpasselijkheid gevoeld hebben bij het lezen van dit krantebericht. Decennialang is het onderwijs door Den Haag uitgekleed, getreiterd en bevoogd. De klassen in het basisonderwijs zijn al jaren schandalig groot. Wallage duwde als staatssecretaris het voortgezet onderwijs de basisvorming door de strot. Het door de overheid afgedwongen fusiebeleid - Wallage’s 'schoolconglomeraten’ - blijkt fnuikend voor werkklimaat en betrokkenheid. Het onderwijs in de moderne talen is nagenoeg om zeep geholpen. De burn-out onder leraren - een van de meest gedevalueerde beroepen - is enorm en het onderwijs behoort tot de ziekste bedrijfstakken. En de universiteiten, zo langzamerhand kaal bezuinigd, kregen van minister Ritzen onlangs nog een bezuiniging van negentig miljoen voor de kiezen.