Een goed-gedragverklaring voor voorleesouders?

Medium commentaar 49 2017 gedragverklaring

In de kinderopvang geldt het drama van het Hofnarretje in Amsterdam (2010) als het verdronken kalf. De put werd gedempt met nieuwe beleidsregels, zoals ‘meer dan twee paar ogen per luier’ en de invoering van een verplicht registratiesysteem van personeel. De screening breidt zich straks weer verder uit naar vrijwilligers en bezoekers. Begrijpelijk, maar een benauwende ontwikkeling.

Het is een richtlijn, geen wet, zei een woordvoerder van Sociale Zaken er vorige week nadrukkelijk bij. ‘Het gaat vooral ook om bewustwording.’ Zo losjes als dit klinkt werkt het niet in de ambtelijke logica van het systeem. Volgens het ministerie van Sociale Zaken moet iedereen die ‘structureel’ over de vloer komt in een kinderdagverblijf of bij gastouders zich registreren in een personenregister met een Verklaring omtrent het gedrag (vog). Structureel betekent ‘minimaal eens per drie maanden een half uur’. Het personenregister wordt beheerd door de Dienst Uitvoering Onderwijs (duo) en ‘continu gescreend’ op (nieuwe) strafbare feiten die zijn vastgelegd in het Justitieel Documentatie Systeem. Als die feiten ‘belemmerend of bezwaarlijk’ zijn bij het werken met kinderen volgen er sancties. Personeel dat de registratieplicht niet naleeft, staat een vermanend gesprek, een boete of intrekking van de vergunning te wachten. Hetzelfde kan straks gebeuren bij voorleesouders, luizenmoeders, grootouders, klusjesmannen of oppassen – alle achttienplussers die over die dertig minuten heen gaan en verstrooid of nalatig zijn geweest met het inleveren van de goed-gedragverklaring.

Oma die haar kleinkind komt ophalen moet zich laten controleren op strafbare feiten

Vroeger hing er een touwtje uit de brievenbus, nu moet oma die haar kleinkind van de crèche komt ophalen en iets langer dan een half uur koffie drinkt met de leidsters een formulier invullen om zich continu te laten controleren op strafbare feiten. Het is niet precies te zeggen wat de impact hiervan zal zijn op de microwereld waar opgroeiende kinderen zich vrij én veilig moeten voelen en waar vrijwilligers of bezoekers zich ongedwongen én verantwoordelijk moeten gedragen. Het gaat om maatwerk, om een balans tussen vertrouwen en wantrouwen. Waar ligt het omslagpunt tussen controle en vrijheid? Ouders zijn sinds het Hofnarretje, waar medewerker Robert M. ongehinderd tientallen baby’s en kleuters kon misbruiken, zo bang dat hun kind slachtoffer wordt van seksueel misbruik, dat ze onterecht vaak alert zijn op bijvoorbeeld mannen in de kinderopvang. Dat concludeerde de Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen in haar onderzoek naar ontuchtzaken (120.000 slachtoffers van (seksueel) geweld per jaar, allemaal achter de privé-voordeur).

In Engeland, waar al veel langer strakke omgangsregels zijn voor iedereen die werkt met minderjarigen, is het seksueel misbruik op dagverblijven en kleuterscholen niet afgenomen en halen gevallen van hysterische correctie van verdachte mannen regelmatig de pers. Nederland slaat die weg nu ook in.

Daar staat tegenover dat de invoering in 2013 van het personenregister 225 serieuze meldingen heeft opgeleverd, voornamelijk bij gastouders en vooral door rondhangende huisgenoten, aldus Sociale Zaken. En de overheid is nu eenmaal verantwoordelijk voor de kwaliteit en veiligheid van de professionele opvang van afhankelijke mensen – van bejaarden tot zuigelingen.

Systematische screening van personeel en gastouders is vanzelfsprekend en het is pijnlijk dat er eerst een kalf heeft moeten verdrinken. De richtlijn voor vrijwilligers en bezoekers is daarentegen disproportioneel; de bureaucratische overlast zorgt zonder onderscheid (tussen mannen en vrouwen) voor weinig opbrengst. Bewustwording? Het zal eerder leiden tot irritatie en minder vertrouwen in elkaar.