Een goed gesprek

‘Kijk je nu alweer naar me? Daar begrijp ik niets van. En je hebt ook al het begin gemist. Ga ik je niet vervelen?’
‘Nee, geen moment. Ik vind je gewoon een heel prettige film. Ik kijk graag naar je. Helaas heb ik je nooit in de bioscoop gezien, maar je doet het op televisie heel goed. Iedere keer dat je wordt uitgezonden, wil ik even kijken hoe het met je gaat. En altijd valt het me op dat ik je nog beter vind dan ik dacht en blijf ik weer veel langer kijken dan ik van plan was. Voor een film van ene John Flynn word je trouwens opvallend vaak uitgezonden.’

‘Ik heb de naam een onderhoudende gangsterfilm te zijn.’
'Maar je bent zoveel meer! Je hebt een mooi gerekt tempo en een subtiele melancholieke sfeer. Je vertelt een mooi verhaal over een ouder wordende bankrover die na een lange gevangenisstraf terugkeert om zijn verraden broer te wreken. Een prachtige rol van Robert Duvall. Duvall is natuurlijk bijna altijd goed, maar bij jou is hij heel erg goed. Dat bewijst maar eens dat Duvall niet alleen de allerbeste bijrolacteur is, maar dat hij ook heel goed een film kan dragen. Zie The Outfit.’
'Ik word er verlegen van.’
'Zet je dan maar schrap. Ik vind je zeker zo goed als The Rain People van de grote Francis Ford Coppola. Een film waar je trouwens wel een beetje op lijkt. Door dat road- movie-element, dat verwaarloosde platteland van het hedendaagse Amerika dat je zo weinig in films ziet, het treurige weer en waarschijnlijk ook doordat we Duvall hier weer tegenkomen. Straks laat je me trouwens een van de beste filmscenes zien die ik ken.’
'Je overdrijft. Welke scene bedoel je trouwens?’
'Duvall en zijn maat hebben een andere vluchtauto nodig. Ze gaan bij een verlaten boerderij langs waar twee broers wonen die zich hebben gespecialiseerd in het prepareren van auto’s voor illegale klusjes. Onopvallende oude auto’s, maar dan wel gepantserd als een tank en voorzien van een reusachtige motor. Dat soort dingen. De broers zijn wat zonderling, vooral de oudste die een veel te mooie en veel te jonge vrouw heeft getrouwd. Zodra de helden het erf betreden, is de spanning en de broeierigheid om te snijden. Uit verveling en om iets te treiteren te hebben, flirt de vrouw met de bezoekers. Er begint een prachtig choreografisch spel van aantrekken en afstoten waarin een vijftal mensen die elkaar geen van allen vertrouwen, met verschillende bedoelingen om elkaar heen draaien. Flynn weet die spanning tergend lang onderhuids te houden en daarom verbaast het me des te meer dat hij sinds dit hoogtepunt uit 1974 nooit meer iets heeft gemaakt dat zijn evidente talent kon bevestigen.’
'Wat je hoogtepunt noemt. Wie kijkt er behalve jij nu naar me? Wat zit je trouwens te schrijven?’
'Ik maak aantekeningen. Ik ga van ons gesprek een stukje maken.’
'Je bent gek.’
'Wellicht. Ik doe het als een kleine hommage aan Serge Daney. Die is deze maand alweer drie jaar dood. Hij heeft hele leuke stukjes geschreven waarin hij films die hij op televisie zag of terugzag als sprekende personen opvoerde. Hij vroeg zich af of het waar is dat je een film eigenlijk niet op televisie kunt zien. Als een film op televisie geen film is, wat is het dan wel? Om dit te onderzoeken schreef hij een dagelijkse kroniek - volgens hem was dit de beste manier om mediafenomenen te analyseren. Hij heeft de reputatie een scherp theoreticus te zijn geweest, maar hij kon dus ook erg geestig zijn. Hij voerde zeer diverse gesprekken met films die, afhankelijk van de film, leken op conversaties met goede vrienden, op koele woordenwisselingen met politie- agenten of op ruzies met levenspartners.’
'Heeft Daney ook over mij geschreven?’
'Niet dat ik weet, maar ik weet zeker dat hij je zou hebben weten te waarderen als hij je eens na middernacht op het kleine scherm tegengekomen zou zijn.’