Menno Hurenkamp

Een goeie tijd

Maandag na zessen kon je een onbekende Nederlandse soldaat op de televisie zijn verhaal zien doen over operatie Essential Harvest. De jongeman was in Macedonië om als lid van de Nederlandse luchtmobiele brigade wapens van Albanese rebellen af te nemen. Aan die operatie zitten allerlei politieke, militaire en levensbedreigende risico’s verbonden, maar de rode baret gaf aan dat dat hem eerlijk gezegd allemaal worst was. Of hij er in zou slagen een opstandeling van een geweer of desnoods van een zakmes te ontdoen, deed wat hem betreft nauwelijks ter zake, lichtte hij schouderophalend toe. Hij was vooral naar de Balkan afgereisd «om een goeie tijd te hebben».

Oei. Wie zou in de schoenen van de Macedoniërs of de Albanezen willen staan als dat het credo van hun redders is? «Een goeie tijd hebben.» Het is vóór alles de uitdrukking die de militair en zijn generatiegenoten gebruiken als ze voor de camera’s van SBS6 staan. Bijna naakt, geil, high van de chemische drugs en laveloos van de goedkope drank dolen ze door Groningse dorpen of langs de stranden van de Middellandse Zee, met steevast een televisieploeg in hun kielzog. Dat is pas echt uit gaan. Terwijl ze met rooie oogjes vertwijfeld in de camera staren, hoor je ze in alle dialecten hetzelfde zinnetje lallen: «Goeie tijd man, hier.»

Typisch: Youp van ’t Hek wilde in Adriaan van Dis’ Zomergasten de kachel aanmaken met deze shows, maar kreeg de banden niet. Ondertussen had de braverd als uitleg voor zijn inmiddels overbekende grof gescheld op Rotary-leden en hockeyers aan de kijkers niet meer te bieden dan dat hij zich toch wel «vrolijk over die patsers mocht maken». Met het uitkramen van «Klóótzakken, kutten, teringhoeren!» regelt Van ’t Hek zijn eigen goeie tijd.

De cabaretier zou ongetwijfeld vinden dat de onbekende militair om de goede zeden van het land te bewaren uit voorzorg met zijn voorhuid aan de kazernedeur moet worden getimmerd. Ondertussen onderwerpt hij zich aan dezelfde televisiewet als de soldaat in Macedonië. Voor het oog van de kijker dien je te verantwoorden dat je plezier hebt in wat je doet, hoe dom of gevaarlijk het ook is.

Van ’t Hek is tegen de rijken, maar vindt het veel te moeilijk aan de kijker uit te leggen wat de serieuze verschillen zijn tussen de gemiddelde Nederlander en een Rotary-lid. Gelukkig is zijn eigen lol de rechtvaardiging.

De soldaat denkt voor de camera niet aan het onder de pillen door de binnenstad van Tetovo rennen: hij zit in een ver land en vraagt zich plotseling af: wat doe ik hier, zullen ze thuis wel zien dat ik niet zo achterlijk ben dat ik hier in de bergen loop om voor mijn kop te worden geschoten? Dus stoot hij ook in die oorlogssituatie de strijdkreet van zijn generatie uit. «Een goeie tijd hebben!»

Want je bent natuurlijk een superloser als je in een tijd waarin iedereen zijn eigen keuzes kan maken niet constant lol hebt, of je nou probeert een maatschappijcriticus te zijn of in gevechtsuitrusting in een hinderlaag ligt.