Peter Sellars over Doctor Atomic

Een ‘Götterdämmerung’ voor onze generatie

Een van de hoogtepunten van het zeldzaam politieke Holland Festival is zeker Doctor Atomic, de nieuwe opera van John Adams en Peter Sellars over Robert Oppenheimer en de eerste atoombom.

Doctor Atomic ging op 1 oktober 2005 in San Francisco in première, maar Peter Sellars beschouwt de tweede reeks voorstellingen in Amsterdam als de werkelijke première. Tijdens de eerste reeks zat hij met vragen als: wat betekent het allemaal? Pas nu hij weet waar de opera eigenlijk over gaat kan hij zijn regie verfijnen en invullen. Bovendien wordt de voorstelling in Amsterdam op video geregistreerd en zal die aan het eind van dit jaar worden uitgezonden.

Een ontmoeting met Peter Sellars (1957) is tegelijk een intiem gesprek, een college en een voorstelling. Een college, omdat hij werkelijk alle documenten heeft bestudeerd die betrekking hebben op de voorbereidingen op de eerste Amerikaanse atoombom. Een voorstelling omdat hij het gesprek af en toe onderbreekt met zijn schaterende lach of een lange stilte, alsof hij zó in tranen kan uitbarsten over de vreselijke situatie waarin de wereld zich bevindt.

Voor hun vorige twee opera’s, Nixon in China (uit 1987) en The Death of Klinghofer (1991), had dichteres Alice Goodman het libretto geschreven. Voor Doctor Atomic schreef Peter Sellars zelf het libretto, of liever gezegd: hij stelde het samen uit de originele bronnen. Peter Sellars: ‘Toen John Adams me voorstelde een opera over Robert Oppenheimer en de atoombom te maken, heb ik eerst lang geaarzeld. Er zijn grenzen aan wat je met kunst kunt doen; sommige onderwerpen zijn niet weer te geven. Dat geldt voor de holocaust en ook voor Hiroshima. Toen we besloten dat we het niet over Hiroshima zouden hebben, maar over wat er gebeurde vóór de eerste atoombom ontplofte, over wat er toen werd gezegd en gedacht, lag het anders. Pamela Rosenberg, die destijds de San Francisco Opera leidde, wilde een hele serie Faust-opera’s doen en zij zag Oppenheimer als een geschikte moderne Faust-figuur. Alice Goodman heeft daar nog iets heel moois over gezegd: aan het einde van zijn opera verliest Faust zijn onsterfelijke ziel, Oppenheimer realiseert zich dan pas voor het eerst dat hij een ziel hééft.

Toen Alice zei dat zij de tekst niet kon schrijven, had ik al veel research gedaan. Ik was anderhalf jaar bezig geweest met het lezen van boeken, het verzamelen van documenten en het aanstrepen van passages en citaten. Daarom zei ik tegen John: “Waarom gebruiken we het echte materiaal niet, de authentieke teksten?” John Adams is een bijzondere componist. Hij neemt zo’n tekst en maakt er iets moois van. Hij besefte heel goed dat hij een Götterdämmerung voor onze generatie ging schrijven. Maar wat bij Wagner mythologisch is, een metafoor, is voor ons de werkelijkheid. Al die raketten zijn er nog, al die vliegtuigen en onderzeeboten kunnen zo worden ingezet, met één druk op een knop. Dat is niet iets wat je bedenkt, dat is nog altijd onze werkelijkheid.’

Terug naar de historische context. Peter Sellars: ‘Het is eind juni 1945. Duitsland heeft zich overgegeven. Die Amerikaanse wetenschappers waren bezig een atoombom te ontwikkelen, omdat ze de nazi’s wilden verslaan. Maar dan horen ze dat de Duitsers helemaal nog geen atoombom hebben, en beginnen ze vragen te stellen die ze daarvoor niet hadden. Japan wordt al iedere nacht met brandbommen bestookt, waarbij honderdduizenden doden vallen. Elke nacht gaat er een Japanse stad in brand. Moet de atoombom wel op mensen worden uitgeprobeerd? Truman zal op 16 juli Stalin en Churchill ontmoeten in Potsdam, vóór die tijd moet de proefexplosie plaatsvinden. Maar de nacht vóór 16 juli is een nacht van regen, storm, onweer en bliksem. Het moment van de proefexplosie wordt steeds uitgesteld. Het blijft maar regenen en bliksemen. Midden in de woestijn zitten ze te wachten en gaan ze nog eens nadenken, ze krijgen hallucinaties en nachtmerries. Ze vragen zich af wat ze aan het doen zijn zonder dat ze weten hoe ze zich dat voor moeten stellen. Hun vrouwen en kinderen zitten tweehonderd mijl van hen vandaan, hun dienstmeisjes en kindermeisjes zijn inheemse indianen. Zo heb je twee simultane kosmologieën: die van de nucleaire wetenschap en die van de inheemse volkeren die regendansen uitvoeren – want van de twee weken in een jaar die het daar regent, moeten zij het hebben.

Dat was een van de dingen die mij frappeerden bij het onderzoek. Al die wetenschappers waren nog jong, ze kregen in die tijd allemaal kinderen. In het leger vonden ze dat zeer onplezierig, want de afdeling verloskunde in het legerziekenhuis moest worden uitgebreid. Ik vind dat een ongelooflijk beeld: je werkt elke dag aan de grootste doodsmachine in de geschiedenis van de mensheid en dan kom je thuis en daar is het nieuwe leven.’

In de opera wordt, naast de teksten van authentieke documenten, ook veel poëzie gebruikt. Van de Franse dichter Baudelaire bijvoorbeeld, maar ook van de tamelijk onbekende Amerikaanse dichteres Muriel Rukeyser (1913-1980). Peter Sellars: ‘Oppenheimer en zijn vrouw Kitty werden constant bespioneerd door de geheime dienst van het leger. Daarom gebruikten ze Baudelaire als een geheime code om met elkaar te kunnen communiceren. Elk telefoongesprek werd afgeluisterd. De geheime dienst vertrouwde Oppenheimer helemaal niet, soms werd hij urenlang verhoord. Natuurlijk was hij links en was hij wel eens naar een communistische bijeenkomst geweest, zoals alle intellectuelen van zijn generatie.

Muriel Rukeyser is niet zo bekend, maar zij is een grote vrouwelijke stem in het Amerika van het midden van de twintigste eeuw, een voorloper van dichteressen als Sylvia Plath. Toen ze al in de zeventig was, werd ze nog gearresteerd bij protesten tegen de oorlog in Vietnam. Aan het einde van de opera hebben we een gedicht van haar ingelast, Dreamers Awake! over “dreams you should have dreamed, hopes you should have hoped”. Kitty Oppenheimer stelt zo de vraag of er geen andere weg was geweest om Japan te overwinnen. Daarna hoor je nog alleen de authentieke bandopname van de stem van een vrouw, een Japans slachtoffer van de bom, die vraagt om wat water.

De poëzie is belangrijk. Die geeft iets van hoop, iets van het zoeken naar een alternatief. Ik kan niet iets maken dat de mensen alleen maar droevig maakt. Daar is kunst niet voor. Dan kun je wel naar de televisie kijken. We moeten een perspectief bieden, mensen het gevoel geven dat er meer niveaus zijn, dat het niet monolithisch is. Als iets maar één betekenis heeft, is het propaganda. Als het meer betekenissen heeft, blijft het levend. Daarom is het belangrijk dat er ook schoonheid is in deze opera: de muziek van John Adams, maar ook het sobere decor van Adrianne Lobel, dat verwijst naar de abstracte kunst van Barnett Newman en Mark Rothko, die ook in die tijd opkwam. En natuurlijk is die kaalheid ook heel Japans. En er is de dans van Lucinda Childs.

Het theater in de twintigste eeuw, of het nu Bob Wilson is of Samuel Beckett, gaat in essentie over wachten, net als deze opera. We wachten, samen met de wetenschappers die zitten te wachten tot de bom ontploft. De explosie laten we niet zien, net zo min als we in onze eerste opera, Nixon in China, het Watergate-schandaal hebben laten zien. Iedereen kent dat en kan het zelf invullen. Die opera over Nixon gaat al negentien jaar de wereld over en elke keer kan ik er in mijn regie nieuwe details aan toevoegen. Voor de tekst van Alice Goodman is dat niet nodig. Dat is poëzie en het geweldige van poëzie is dat die nooit veroudert.’

Sellars vertelt over het werk dat hij in het afgelopen jaar heeft gedaan. Nieuwe opera’s in Santa Fe en Parijs, zijn eigen festival in Wenen, het New Crowned Hope Festival in het kader van het Mozartjaar 2006, waar 25 nieuwe opdrachten werden gegeven op het gebied van opera, film, dans, muziek en theater. Peter Sellars: ‘Die dansproducties en opera’s worden nu nóg opgevoerd. Ik had mensen gevraagd uit gebieden als Cambodja en Congo, waar ze weet hebben van burgeroorlog en genocide. We hebben de vraag gesteld wat een humaan antwoord op terrorisme zou kunnen zijn, zoals Mozart zich dat in La clemenza di Tito heeft afgevraagd. Pas dan kun je de doden waardig eren. En kan er een moment komen dat een wonder, iets dat op magie lijkt, de situatie verandert.’

Kan kunst de wereld veranderen? Sellars: ‘Nog altijd zijn er mensen in de wereld die wachten, wier dromen en verwachtingen niet zijn waargemaakt. In plaats daarvan wordt het nationaal inkomen besteed aan militaire uitgaven, zijn de atoombommen er nog en vergiftigen ze nog steeds de atmosfeer. Waar denk je dat al die kanker vandaan komt, het strontium zit in onze beenderen, in de melk die kinderen drinken, overal. We begrijpen nog altijd niet dat als je op één plaats ingrijpt in het milieu er een hele kettingreactie van gebeurtenissen volgt. Zoals de wetenschappers, de militairen en de politici geen idee hadden wat ze aan het doen waren toen ze met die atoombom bezig waren.

Ik vond de uitgeschreven tekst van een telefoongesprek dat de militaire leider van het project, generaal Groves, voerde twee weken na Hiroshima. Hij was verbaasd dat er nog altijd mensen doodgingen. Dat kon hij niet begrijpen. Hij dacht dat het Japanse propaganda was. Toen hij hoorde dat er ook Amerikaanse soldaten stierven, vroeg hij zich af of blanken en Japanners wel hetzelfde bloed hadden. Het was allemaal geheim. Zelfs de president mocht het niet weten. Toen wetenschappers uit Chicago een brief stuurden met het verzoek de atoombom niet tegen Japan te gebruiken, mocht zelfs president Truman die brief niet lezen. Alles bleef achter gesloten deuren, er ontstond een tweede regering die in het geheim enorme beslissingen nam.’

Op de vraag of de verwachting dat de Verenigde Staten en Israël ooit vrijwillig zullen afzien van hun atoomwapens reëel is, volgt een lange stilte. Dan: ‘Je hebt het Mandela-moment nodig. Iemand die uit het niets komt en president wordt van Zuid-Afrika. Of iemand als Gorbatsjov, die tegen Reagan zegt: “We gaan daar iets aan doen.” Er kunnen soms vreemde, ondenkbare dingen gebeuren. Maar dan moet er een nieuwe beweging komen. Wij kunstenaars kunnen de politiek niet veranderen. Wat we wél kunnen doen, is dingen op de agenda zetten. Als getuigenis en als waarschuwing. De opera Boris Godoenov verandert de Russische regering niet, maar hij kan werken als een spiegel, waar je wel of niet in kunt kijken. Kunst kan mensen stimuleren dieper na te denken. Deze opera ook. Hij kan een uitnodiging zijn de grove simplificaties die ons constant worden voorgehouden niet te accepteren en dieper na te denken over wat er om ons heen gebeurt.’

Holland Festival, De Nederlandse Opera, Doctor Atomic_,10 juni tot en met 1 juli, Muziektheater Amsterdam_

Elmer Schönberg spreekt met John Adams en Peter Sellars over Doctor Atomic op 11 juni, Muziekgebouw aan het IJ, 20.30 uur, reserveren via www.john-adams.nl of de AUB-uitlijn, 0900-0191