Oekraïne en Krim-musea vechten om tentoonstelling Allard Pierson

Een gouden twistappel

De Krim-schatten die worden tentoongesteld in het Allard Pierson Museum zijn inzet geworden van een politieke strijd. Voor Nederland is het een juridische hersenbreker. Is het kiezen tussen twee kwaden?

Medium krim hanger met hert

In dunne hanepoten zijn de woorden neergepend in het gastenboek van het Allard Pierson Museum: ‘Alles hoort bij de republiek Krim en niet bij Oekraïne of Rusland!’ Daaronder nog een keer dezelfde boodschap, maar dan in Cyrillisch schrift. Dit gastenboek ligt te wachten op bezoekers van de tentoonstelling De Krim: Goud en geheimen van de Zwarte Zee met kunstschatten die dateren van voor onze jaartelling, toen de Krim een gebied was waar Griekse kolonisten en Aziatische steppevolken elkaar ontmoetten. Op de bladzijden van het gastenboek vellen bezoekers het oordeel dat het museum zelf al maanden voor zich uit schuift: aan wie komen de geleende objecten van deze tentoonstelling toe?

Intuïtief ligt het antwoord voor de hand. Het Allard Pierson kreeg de artefacten afgelopen januari in bruikleen van vijf verschillende musea: één in Kiev en vier op de Krim. Daar zouden de objecten dus terug naartoe moeten, zo is ook contractueel vastgelegd. Maar een internationaal machtsspel gooide alles in de war. Eind februari trokken Russische troepen de Krim op, zogezegd om het etnisch Russische deel van de bevolking daar te willen beschermen. In een omstreden volksraadpleging op 16 maart stemde de Krim voor afscheiding van Oekraïne en aansluiting bij Rusland. Poetin verwelkomde de afvallige regio met open armen. Oekraïne en de internationale gemeenschap, waaronder Nederland, erkennen de status van de Krim als autonomie republiek binnen de Russische Federatie niet.

De omwentelingen op het schiereiland in de Zwarte Zee zijn te voelen tot in het neoclassicistische gebouw aan de Oude Turfmarkt in Amsterdam, waar het Allard Pierson Museum is gevestigd. Nog voordat de Krim goed en wel afgescheiden was, kreeg het museum brieven van de Krim-musea: de politieke gebeurtenissen ontslaan het Amsterdamse museum niet van de verplichting om eerder gemaakte afspraken na te komen, luidde de strekking. Eind maart meldde ook de Oekraïense regering zich, eerst bij de Nederlandse ambassade in Kiev en later ook bij het Allard Pierson. De musea op de Krim zijn staatsmusea en de Oekraïense staat is eigenaar van de objecten, zo was de boodschap. Of de stukken dus naar Kiev konden worden gestuurd, om te voorkomen dat ze in Russische handen zouden vallen. Aan het Allard Pierson, onderdeel van de Universiteit van Amsterdam, nu de opdracht om een salomonsoordeel te vellen.

Over mogelijke uitkomsten wil het museum geen uitspraken doen. Sinds het dilemma in maart op tafel kwam is het museum bezig om advies in te winnen van juristen over wat de juiste gang van zaken is in een situatie als deze, waarbij de uitlener van kunst ineens onder een ander politiek gesternte is gekomen. Ook de Nederlandse overheid houdt de kaken stijf op elkaar. Buitenlandse Zaken zegt dat er geen rol voor het ministerie is weggelegd in het oplossen van dit dilemma en doet de zaak af als een ‘privaatrechtelijke kwestie tussen het Allard Pierson Museum en de musea op de Krim’. Wel is Buitenlandse Zaken door het Allard Pierson gevraagd om als adviseur op te treden.

Volgens europarlementariër Hans van Baalen, die zich als expert op het gebied van internationaal recht in de kwestie heeft verdiept, moet de politiek zich het vraagstuk van de Krim-schatten wel aantrekken. ‘De situatie op de Krim betekent dat het lot van de kunstcollectie nu onder het volkenrecht valt en door regeringen onderling moet worden opgelost’, zegt hij in een telefonisch interview. ‘De Krim wordt door de Verenigde Naties gezien als illegaal bezet gebied. Daarmee is het uitgesloten dat de stukken terug kunnen naar de Krim-musea. Er zijn twee opties: óf ze gaan naar het ministerie van Cultuur in Kiev, óf Nederland houdt ze langer in bewaring. Meer smaken zijn er niet.’

Medium krim

Tijdens het plenair debat op 31 maart 2014 over de staat van de Europese Unie, waarbij zowel leden van de Tweede Kamer als van het Europees Parlement met de Nederlandse regering debatteerden, vroeg Van Baalen aan minister van Buitenlandse Zaken Timmermans hoe de regering tegen de kwestie aan kijkt. Timmermans beloofde dat het kabinet met een standpuntbepaling zou komen. ‘Dat begint onderhand wel erg lang te duren’ aldus Van Baalen. ‘Maar ik vertrouw erop dat Timmermans het heel precies uitzoekt, wat volgens het volkenrecht het juiste is om te doen.’

Ook bij Unesco beschouwen ze het als een regeringskwestie. Desgevraagd laat Unesco weten dat in deze situatie het Den Haag Protocol geldt, bedoeld om cultuurgoederen te beschermen in het geval van gewapend conflict. Oekraïne en Nederland hebben beide dat verdrag ondertekend en moeten het onderling oplossen, aldus Unesco. Een mening over wat er met de stukken moet gebeuren wil de Werelderfgoedorganisatie niet geven omdat ze zich ‘niet wil mengen in de interne aangelegenheden van Nederland’.

Voor de toeristengolf die in de zomer Amsterdam aandoet, is het onopgeloste vraagstuk een gelukje. De Krim is hot topic en een tentoonstelling over de culturele geschiedenis van deze streek is daarom extra interessant. Buiten voor de deur van het Allard Pierson kondigt een sandwichbord het aan: ‘Het goud van de Krim, verlengd tot 31 augustus’. Kort voordat Rusland zijn vingers naar de regio uitstak was deze verlenging al afgesproken. Wat begon als een tentoonstelling over ‘een onbekend stukje Europa’, zoals de catalogus het omschrijft, werd zo een enorme publiekstrekker. De kunst heeft bovendien een politieke bijbetekenis gekregen. Want hoewel het Allard Pierson de collectie enthousiast aankondigde als bewijs dat de ‘Oekraïense cultuurgeschiedenis onlosmakelijk met Europa verbonden is’, hebben recente ontwikkelingen de vraag weer op scherp gezet: waar liggen de grenzen van Europa? Hoort de Krim daarbij, of juist niet? En Oekraïne zelf, hoe zit het daarmee? Het antwoord op die vraag hangt nauw samen met de mening over aan wie de collectie toebehoort. Zijn het Europese cultuurgoederen, bestemd voor de staatscollectie van Oekraïne? Of passen ze beter in de Euraziatische cultuurgeschiedenis?

Rusland moest bereid zijn om het weke Europa binnen te vallen en te vermorzelen in zijn krachtige klauwen

In de vitrines van het Allard Pierson is in ieder geval geen eenduidig antwoord te vinden. Veel van de museumstukken voelen vertrouwd aan voor iedereen die wel eens een Griekse opgraving heeft bezocht: Ionische kapitelen, Atheense oliekruiken en gebeeldhouwde grafstenen. Ze zijn voor een belangrijk deel afkomstig van Chersonesos, een oud-Griekse handelskolonie op de plaats waar tegenwoordig Sebastopol ligt. Maar kijk je beter, dan zie je dat sommige stukken een vermenging van culturen weergeven. Zo draagt Staphilos, een Griekse krijger afgebeeld op een grafsteen uit de vierde eeuw, een broek die juist weer bij uitstek een kledingstuk is van de niet-Griekse volken.

Een ander deel van de collectie, waar het hardst om gestreden wordt, heeft beduidend minder Europese trekjes. Wat vooral in het oog springt zijn de gouden sieraden, vaak flinterdun en schitterend bewerkt. Ze zijn afkomstig van de Scythen, een verzamelnaam voor verschillende steppevolken die de Euraziatische regio bevolkten van de zevende eeuw voor Christus tot drie eeuwen daarna. De Scythen waren bekwame ruiters en berucht vanwege hun beheersing van pijl en boog. Hun gestorven leiders werden te ruste gelegd in rijkgevulde pronkgraven die eeuwen later een schatkamer voor archeologen werden. Al eeuwenlang spreken Scythen tot de verbeelding. Herodotus omschreef ze als ‘woeste barbaren, getatoeëerd, marihuana rokend’. Voltaire wijdde een toneelstuk aan ze, Les Scythes, waarin een bedachtzame filosoof uit het despotische Perzië onderdeel wordt van het vrijheidminnende Scythische ruitervolk. Twee eeuwen later, in 1918, schreef de Russische dichter Alexander Blok zijn gedicht De Scythen, over hoe het Scythisch bloed door Russische aderen stroomt. Net als het ruitervolk destijds moest Rusland volgens Blok bereid zijn om het weke Europa binnen te vallen en te vermorzelen in zijn krachtige klauwen.

Het zijn dergelijke historische bijbetekenissen die, nog los van de miljoenenwaarde, de Russische interesse voor de collectie verklaren. In de ogen van Rusland zijn Scythen onderdeel van een Euraziatische traditie, die op andere waarden stoelt dan het Westen. Via de Krim als springplank vielen de Scythische volken Europa binnen. Hoe dan ook speelt de Krim een hoofdrol in de Russische culturele identiteit. In het jaar 998 werd daar de Russische prins Vladimir van Kiev tot christen gedoopt, waarmee het christendom de Slavische wereld binnenkwam. Sinds de Russisch-orthodoxe kerk na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie met een heropleving bezig is, trekken orthodoxe pelgrims massaal naar de Krim om dit te gedenken. Beslag leggen op de Krim en haar schatten past naadloos in de cultuurclash met het Westen waar Poetin over spreekt.

Medium krim helm

Terwijl de bezoekers zich komen vergapen aan het kunstig bewerkte goud van de Scythen breekt museumdirecteur Wim Hupperetz zich het hoofd over hoe het nu verder moet. Stuurt hij de objecten straks terug naar de Krim, dan staat Oekraïne op zijn achterste benen. Gaan ze naar Kiev, dan berooft hij vier bevriende musea van hun topstukken. Want de kans dat Kiev ze alsnog teruggeeft aan de afvallige Krim is nihil. Hoewel formeel geen partij mengt ook de Russische minister van Cultuur Vladimir Medinsky zich in het debat. Hij heeft al aangegeven een keuze voor Kiev te beschouwen als pure diefstal. Zijn advocaten staan klaar om een eventuele teruggave aan Oekraïne aan te vechten. Ook Mikhail Piotrovsky, directeur van de Hermitage in Sint-Petersburg, heeft gezegd dat hij zich niet anders kan voorstellen dan dat de archeologische schatten naar de Krim teruggaan.

De collectie is een molensteen om zijn nek geworden, maar Hupperetz is nog steeds blij dat hij de stukken naar Amsterdam heeft kunnen halen, nadat de tentoonstelling eerst in Bonn te zien was. ‘Mijn hersenen gaan knetteren als ik de stukken zie. Een kopje uit Zuid-Frankrijk, amuletten uit Egypte en lakdoosjes uit China, allemaal gevonden in één graf’, vertelt Hupperetz tijdens een gesprek in de fraaie Senaatskamer van het museum. Vooral die lakdoosjes brengen hem in vervoering. Het zijn de meest westelijk gevonden exemplaren ooit. Ze kwamen als rode pap uit de grond, en brachten vijf jaar door in de vriezer van de archeologe die ze aantrof. ‘Haar moeder had ze nog bijna weggegooid, die dacht het bedorven voedsel was’, vertelt Hupperetz. Toen er eindelijk geld voor restauratie was kon een Japanse lakmeester ermee aan de slag. Het kostte de man drie jaar. Inmiddels vreest het museum van Bakhchisaray op de Krim, waar de kistjes vandaan komen, dat het het kostbare lakwerk nooit meer tentoon kan stellen.

Ook Larissa Sedikova, archeoloog van de opgraving van het vroegere Chersonesos, heeft nachtmerries waarin lege vitrines voorkomen. ‘Musea onderling zouden de politiek buiten de deur moeten houden’, meent zij. Sedikova werkt al meer dan 35 jaar als archeoloog op de Krim. Een aantal van de stukken die nu in Amsterdam zijn, heeft zij eigenhandig opgegraven. Haar museum heeft slechts een klein deel van de duizenden artefacten naar Amsterdam gestuurd, maar het zijn wel pronkstukken. Sedikova wil ze onder geen beding missen: ‘Het gaat om unieke kunst die voor ons onbeschrijflijk belangrijk is. Het moet echt terug naar de Krim.’

‘Het gaat om unieke kunst die voor ons onbeschrijflijk belangrijk is. Het moet echt terug naar de Krim’

Sedikova krijgt bijval van Valentina Mordvintseva. Zij werkt bij het Oekraïens nationaal archeologisch instituut en is de oorspronkelijke samensteller van de tentoonstelling. Ze wil niet veel kwijt over de juridische details van het conflict, maar is wel bereid haar mening te geven. Dat Kiev de stukken opeist komt volgens haar doordat de Oekraïense regering de Krim haar opstandigheid betaald wil zetten. ‘Het zou hoogst oneerlijk zijn als de stukken naar Kiev zouden gaan. Het zou lijken op diefstal van de musea en het imago van Oekraïne schaden.’

Wim Hupperetz kan zich de angsten van zijn collega’s voorstellen: ‘Als ik in hun positie zat, zou ik die zorgen ook hebben.’ Maar tegelijkertijd moet hij uiterst voorzichtig manoeuvreren. Het museum wil de stukken teruggeven aan de rechtmatige eigenaar. Wie dat is, is volgens Hupperetz nog steeds niet helder, ook al kauwen de juristen van de UvA er al maanden op. Om het netelige vraagstuk eenvoudiger te maken, kiest het museum ervoor om de zaak zuiver juridisch te beoordelen. Welke afwegingen daarbij gelden, daarover spreekt Hupperetz liever niet. Een ingewijde laat weten dat er twee claims liggen, één van de regering in Kiev en één van de musea op de Krim, en dat gekeken wordt naar wie volgens het Oekraïense recht de rechtmatige eigenaar is.

Medium krim zwaard

Het Allard Pierson heeft nog even om de knoop door te hakken, maar de klok tikt. Vóór 31 augustus moet er een antwoord zijn, want dan loopt de bruikleenovereenkomst af, al beweert het ministerie van Cultuur in Kiev dat er inmiddels wordt onderhandeld over nóg een verlenging. Het Allard Pierson ontkent dit. Een van de andere mogelijkheden waar de juristen zich over buigen, zo laten bronnen binnen de UvA weten, is of ze een vrijwaring kunnen regelen voor het Allard Pierson en zijn collega’s in Bonn. Een derde partij zou dan de aansprakelijkheid op zich nemen in het geval dat een claim wordt ingediend omdat de stukken aan een onrechtmatige partij zijn gegeven. De meest logische kandidaat hiervoor zou de Oekraïense overheid zijn. Een eventuele claim van de Krim-musea kan dan worden doorverwezen naar de regering in Kiev. Maar waterdicht is deze oplossing niet. Als de vrijwaring niet erkend wordt in de internationale arbitrage kan het Allard Pierson Museum alsnog een overtreding worden aangewreven.

Op de Krim groeit ondertussen de nervositeit. Het uitstel wordt daar gezien als een teken dat de situatie in hun nadeel zal uitvallen. Voorlopig kunnen ze echter niets meer doen dan zich beroepen op het contract dat met hen gesloten is, al voeren ze ook argumenten aan die iedere curator aan het hart gaan. De vier Krim-musea stuurden een lange brief, gericht aan Hupperetz en aan het college van bestuur van de UvA. In die brief, in het bezit van De Groene Amsterdammer, benadrukken ze dat de musea veel tijd, geld en moeite hebben gestoken in het verzamelen van hun collectie. Wil het Allard Pierson hun collectie soms opbreken? Bovendien vinden ze dat de stukken een verhaal vertellen over oude beschavingen op het Krimeese schiereiland en daarom alleen dáár tot hun recht komen. Volgens Hupperetz is het niet zo simpel: ‘Moet het British Museum daarom de Griekse Elgin Marbles (afkomstig uit het Parthenon in Athene – ct) teruggeven? Zij zeggen: wij zijn een wereldmuseum. En ze hebben in de Hermitage in Sint-Petersburg meer Scythisch goud dan in heel Oekraïne bij elkaar.’

Om hun zaak verder kracht bij te zetten, publiceerde het museumpersoneel op de Krim een open brief. Daarin wordt in emotionele bewoordingen een beroep gedaan op het Allard Pierson en de Nederlandse regering om de oorspronkelijke afspraken te eerbiedigen. ‘Wie kan betwijfelen dat de collecties die aan Europa zijn uitgeleend een onvervreemdbaar deel van onze collectie vormen? Wie kan het wereld cultureel erfgoed verdelen aan de hand van “nationale” of “politieke” gronden? Alleen zij die politieke ambitie boven eer en plicht durven te stellen.’

Maar vanuit verschillende hoeken krijgen juist de Krim-musea de bal toegespeeld. Sommigen vrezen dat eenmaal op het schiereiland aangekomen de stukken naar Rusland zullen worden doorgesluisd. Geheel zonder grond is die vrees niet. In een recente resolutie sprak de werelderfgoedorganisatie Unesco over ‘alarmerende’ berichten over het verplaatsen van Krimeese kunstschatten naar het Russische vasteland.

Het idee dat de musea op de Krim met Rusland onder één hoedje spelen wordt gevoed door de Russische oriëntatie van een aantal van de museumdirecteuren. Zo is Andrei Malgin, de directeur van de Chersonesos-opgraving, lid van het Russisch Volksfront, een verzameling van Russische politieke en sociale organisaties, voorgezeten door Vladimir Poetin. In een recente ontmoeting met de Russische president juichte Malgin de verbintenis tussen de Krim en Rusland toe als het ‘aaneensmeden van een gedeelde geschiedenis’. In een e-mailcorrespondentie laat Andrei Malgin weten dat hij en zijn collega’s geen enkel voornemen hebben om de stukken aan Rusland af te staan. ‘Ze weerspiegelen het cultureel erfgoed van de Krim en zullen daarom noch naar Kiev noch naar Rusland gaan’, schrijft hij.

Inmiddels wordt er ook politieke druk op Nederland uitgeoefend. Yevhen Nishchuk, een acteur die een prominente rol speelde in de Maidan-protesten in Kiev en nu minister van Cultuur van Oekraïne is, zegt een garantie te hebben van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken dat de Krim-collectie aan Kiev wordt gegeven. Bij navraag laat het cultuurministerie weten dat ‘die spullen ons rechtmatig toebehoren’ en dat ‘er wordt onderhandeld tussen Nederland en Oekraïne’. Volgens de woordvoerder hangt veel af van de toekomstige status van de Krim.

Buitenlandse Zaken ontkent dat er toezeggingen zijn gedaan. Maar achter de schermen lijkt Nederland wel degelijk bezig met een diplomatiek spel. Begin juni bezocht een politieke delegatie van Oekraïne Nederland om de kwestie met Buitenlandse Zaken en het Allard Pierson te bespreken. Volgens de Russische minister van Cultuur zijn ook Russische ambtenaren in conclaaf met hun Nederlandse collega’s over de restitutie van de stukken. Maar de woordvoerder van minister Timmermans laat weten dat van onderhandelingen geen sprake is: ‘We worden benaderd door vele partijen, maar als we de deur opendoen en een kopje koffie schenken, betekent dat nog niet dat er onderhandeld wordt.’ In reactie op de berichten uit Rusland en Oekraïne verzucht Allard Pierson-directeur Hupperetz dat ‘er een propagandaoorlog bezig is’.

Tegen de achtergrond van dit cultureel en politiek steekspel is het de vraag of de kwestie als louter privaatrechtelijk kan worden afgedaan. Wat de uitkomst van het duivelse dilemma ook zal zijn, één partij zal hoe dan ook vinden dat haar onrecht is aangedaan. Als de stukken via Kiev gaan, kan de Krim er waarschijnlijk naar fluiten en haalt Nederland zich de toorn van Rusland op de hals. Gaan ze direct naar de Krim, dan zal Oekraïne zeker beweren dat hun staatseigendom aan een buitenlandse bezettingsmacht is afgestaan. In Nederland mag men dan geloven dat het gaat om een juridische hersenbreker, de uitkomst moet worden medegedeeld aan partijen die de Krim-schatten tot inzet hebben gemaakt van een politieke strijd.

En de noodoplossing? Het tijdelijk in bewaring houden totdat er meer duidelijk is over de situatie op de Krim, voelt het Allard Pierson daarvoor? ‘Als het nodig is, dan doen we dat’, zegt Hupperetz. Al ziet de museumdirecteur direct een nieuw probleem opdoemen: ‘Wie gaat dan de verzekering van de stukken betalen?’


Beeld: Archeologische stukken uit de Krim, gouden voorwerpen zoals een helm, zwaard en juwelen, dateren uit de tijd vanaf de zevende eeuw voor Christus toen het schiereiland door de Grieken werd gekoloniseerd (Allard Pierson Museum).